dinsdag 22 september 2015

Vredestechniek richt zich op verbinding tussen mensen

Na drie Vredesweeksymposia aan de Universiteit Twente georganiseerd door de Wetenschapswinkel en Enschede voor Vrede vond vanavond het eerste Vredesweeksymposium plaats van hopelijk een nieuwe reeks die mede wordt georganiseerd door het bureau Studium Generale. De aldus tot stand gekomen verbinding tussen de Vredesweekactiviteiten en het reguliere Studium-Generale-programma leverde meteen al een goed gevulde zaal op met een qua leeftijden zeer gevarieerd publiek.


Studium-Generale-coördinator Peter Timmerman begon bij de introductie van thema met de tegenstelling van het Vredesweekthema “Vrede Verbindt”: “Oorlog Scheidt”. Tegelijkertijd kost het ons weinig moeite om oorlogvoering met technologie te verbinden. In de loop der eeuwen zijn de meest geavanceerde wapensystemen ontwikkeld met de atoombom als (voorlopig?) hoogte-, of liever: dieptepunt. Maar hoe zit het eigenlijk met de verbinding tussen vrede en technologie? Bestaat er ook technologie om vrede te bevorderen? Dat is de zoektocht die deze avond een aanvang zou nemen en die dicht bij huis kan beginnen: in de tegenover de Universiteit Twente gelegen Enschedese woonwijk Twekkelerveld.


Twekkelerveld

Het afgelopen voorjaar liep bij de opleiding Industrieel Ontwerpen namelijk voor het eerst het vak “Social Cohesion Design”. In eerste instantie als proef, die op dit moment wordt geëvalueerd waarna de opleiding zal besluiten om het vak al dan niet in het reguliere aanbod op te nemen, zo vertelde Randy Kommerkamp die het vak het afgelopen jaar als student-assistent coördineerde.


Het basisidee achter het “ontwerpen van sociale cohesie” ligt op het Spaanse platteland. Daar concentreerde het sociale leven in de dorpen zich tot ver in de tweede helft van de vorige eeuw rond de waterput waar met name vrouwen elkaar ontmoeten bij het water halen of het doen van de was en de dorpsnieuwtjes uitwisselden. Toen ook in deze dorpjes waterleiding werd aangelegd hoefde niemand meer naar de put te lopen en werd de was gewoon binnenshuis gedaan. Maar daardoor verdwenen ook de dagelijkse sociale contacten die belangrijk zijn voor het samen leven.

Deze constatering vormde de aanleiding tot “Community Integrated Product Systems”, door Randy uitgelegd als “de stimulering van sociale cohesie binnen een verband van mensen door middel van een product systeem”. Het idee is dat je bij het ontwerpen van een stuk technologie dat dicht bij het gebruik door meerdere mensen ligt ook dat gezamenlijke gebruik betrekt en ervoor zorgt dat de technologie niet vervreemdend werkt maar juist de sociale contacten laat toenemen.

Dat is dus de basis van het vak “Social Cohesion Design”. Het is een projectvak waarin een onderwijsinstelling (in dit geval de Universiteit Twente) samenwerkt met “de maatschappij” (in dit geval vertegenwoordigd door de gemeente Enschede, de wijkraad Twekkelerveld, de woningbouwstichting Domijn, de zorginstelling Livio en het maatschappelijk activeringswerk POWER) en met “het bedrijfsleven” (in dit geval een tiental bedrijven die uiteenlopende producten op de markt brengen voor de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte).

In het kader van het vak werden tien groepjes van drie of vier studenten gevormd die aan de tien bedrijven werden gekoppeld om in samenspraak met “hun” bedrijf en met de maatschappelijk partners in het Twekkelerveld tot een ontwerp moesten komen van iets dat in de openbare ruimte kon komen te staan en dat de sociale cohesie zou kunnen bevorderen. Het leidde tot een tiental ontwerpen die vlak vóór de zomer werden gepresenteerd tijdens een afsluitende bijeenkomst van het vak waarbij ook vertegenwoordigers van bewoners en de maatschappelijke organisaties in de wijk waren uitgenodigd die hun voorkeur uit mochten spreken voor één van de tien ontwerpen. Die varieerden van speeltoestellen, een parcours dat zowel voor testritjes met scootmobiels als door mountainbikers kon worden gebruikt, via een fietstaxi en mobiele marktkraampjes tot prullenbakken waar muziek uit kwam of die een wijkcompetitie in het scheiden van afval ondersteunden.

De organisatoren van dit symposium hadden een andere voorkeur dan de wijkbewoners en hadden de ontwerpers van de “BiedBox” gevraagd om hun ontwerp te presenteren. De BiedBox is een tot een etalage omgevormde zeecontainer waar buurtbewoners overtollige spulletjes via een veilingsysteem aan andere buurtbewoners kunnen verkopen. Achterliggend idee is dat “Marktplaats” erg onpersoonlijk is en koper en verkoper van elkaar laat vervreemden. Met een fysieke veilingplek in de buurt kun je die overdracht persoonlijker maken. Er wonen veel ouderen in de wijk Twekkelerveld die graag van spullen af willen en, vanwege de nabijheid van de Universiteit Twente, ook veel studenten die juist heel graag tweedehands spullen willen kopen. Die spullen hebben echter allemaal een verhaal en anders hun eigenaren wel. Daarom biedt de BiedBox ook de mogelijkheid (of eigenlijk: de verplichting) om bij het aanbieden van een artikel ook een filmpje mee te leveren waarop dat verhaal verteld wordt. Die filmpjes kunnen in de BiedBox bekeken worden zodat het buurtbewoners elkeer beter leren kennen via de verhalen over de spullen die zij te koop aanbieden.


Nog een andere manier om het sociale contact tussen koper en verkoper te stimuleren is om naast een prijs in geld ook een prijs in dienstverlening mogelijk te maken. Een bejaarde buurtbewoner die zijn eigen gras niet meer kan maaien, kan zijn grasmaaier te koop zetten maar heeft niets aan die paar tientjes die dat oplevert. Maar als de jongere wijkbewoner die een goedkope grasmaaier zoekt in plaats van een paar tientjes bijvoorbeeld een half jaar het gras komt maaien, dan stimuleert ook dat weer het sociale contact.
Desgevraagd vanuit de zaal deelt Randy Kommerkamp mee dat op dit moment ook met de bedrijven wordt gesproken over realisatie van het ontworpen product en dat de BiedBox één van de projecten is die kans loopt daadwerkelijk uitgevoerd te worden.


Drones

In het programmaboekje stond PAX-medewerker Michael Warren aangekondigd om iets te vertellen over het Peace Park dat aangelegd is op de brug in Mitrovica die de in het noorden van deze Kosovaarse stad levende Serviërs verbindt of juist scheidt van de in het zuiden van de stad levende Albanezen. Helaas bleek Michael Warren uiteindelijk verhinderd en was zijn college Wim Zwijnenburg één dag voor dit symposium bereid gevonden om een verhaal te houden over technologie en vrede.


Binnen PAX houdt Wim zich vooral bezig met drones. In feite was hij de vorige Vredesweek ook door de Wetenschapswinkel en Enschede voor Vrede uitgenodigd voor hetsymposium dat toen over “de twee gezichten van drones” werd georganiseerd, maar toen was hij verhinderd. Drones, zo is zijn gebruikelijke verhaal, worden als oorlogswapens ingezet om buitenrechtelijke executies van vermeende terroristen te verrichten en waarbij heel veel burgerslachtoffers gemaakt worden. De Verenigde Staten, die deze wapensystemen vooral inzetten in Jemen maar ook in Afghanistan en andere oorlogsgebieden, weigeren opening van zaken te geven en enige controle toe te laten op de executies die zij met deze wapensystemen verrichten.

In de lijn van “de twee gezichten van drones” vroeg Wim zich bij de voorbereiding van het onderhavige symposium over vrede door techniek af of je drone rond de oorlogvoering ook voor nuttige en vreedzame doelstellingen zou kunnen toepassen. Je zou natuurlijk kunnen denken aan het uitvoeren van reddingsoperaties voor door de oorlogshandelingen in de verdrukking geraakte burgers: hulpgoederen naar de van de buitenwereld afgesneden burgerbevolking brengen maar ook het opsporen van die afgesneden burgerbevolking in vaak afgelegen en ontoegankelijke gebieden. Ook kun je met een drone de verwoestingen die in het oorlogsgebied zijn aangericht in beeld brengen. Er zijn filmpjes met drones gemaakt die in 2014 door verwoeste delen van Gaza en later ook van Kobani vlogen. Die bewegende beelden zijn veel indrukwekkender dan de statische beelden die persfotografen of uitgeweken vluchtelingen maken en hebben dus een grotere impact op de oordeelsvorming van de internationale gemeenschap.

Het bovenstaande (in kaart brengen van vluchtelingen, hulp bieden aan vluchtelingen en maken van beelden) is ook wel de toepassing waarvoor de vluchtelingen- en hulporganisaties van de Verenigde Naties drones hebben aangeschaft. Toch kleeft hieraan wel een probleem. De verzamelde gegevens kun je namelijk voor verschillende doeleinden gebruiken (zo bleek overigens ook al tijdens het symposium vorig jaar). Je kunt de locatie-gegevens waar de vluchtelingen zich bevinden gebruiken om hulp te bieden of om hen daar met wapensystemen weer te verdrijven. Dat zijn vooral vragen die, vaak nog net even subtieler, daadwerkelijk spelen bij de inzet van drones door de VN in West-Afrika waar gegevens worden uitgewisseld met de Fransen die daar vooral militair aanwezig zijn.

Een toepassing waar PAX zelf mee bezig is, geldt Syrië. De almaar doorgaande bombardementen verwoesten niet alleen huizen en antieke gebouwen maar ook industriële complexen en oliebronnen met enorme milieuschade als gevolg. Nu klinkt het in eerste instantie wat geitenwollensokkerig om je in de tragische omstandigheden met “het milieu” bezig te houden, maar de acute besmetting van de omgeving en het drinkwater met zware metalen of chemische stoffen is zeer reëel en kan weer nieuwe slachtoffers maken onder de talloze mensen die op drift zijn geraakt en soms een veilig heenkomen moeten zoeken in flink gehavende maar nog enige beschutting biedende fabriekshallen. Met behulp van drones kunnen metingen worden verricht. Dat wil zeggen: de mensen ter plekke kunnen proefmonsters nemen die via de drones naar een laboratorium worden vervoerd, daar worden geanalyseerd waarna al dan niet een waarschuwing aan de mensen ter plaatse uit kan gaan. “Citizen Science” of “burger-wetenschap” heet dat. Drones verzorgen dan de communicatie tussen de burgerbevolking en de laboratoria. Deze toepassing maakt ook duidelijk dat technologie nooit de oplossing is maar hooguit een instrument voor de burgers om de vrede dichterbij te brengen.

Dit hele idee is een relatief nieuw en nog maar nauwelijks geëxplorieerd gebied binnen de vredesbeweging en Wim sluit af met de opmerking dat hij tijdens deze inleiding niet meer heeft kunnen doen dan het organiseren van een eerste verkenningsvlucht.


Moraal

Bij het introduceren van de laatste spreker deze avond, de hoogleraar filosofie van mens en techniek Peter-Paul Verbeek, memoreert Peter Timmerman dat in vroeger tijden een apart onderzoekscentrum aan de Universiteit Twente was gevestigd dat onderzoek naar de relatie tussen technologie, oorlog en vrede deed en dat er jaarlijks Universitaire Vredesdagen werden georganiseerd met minstens zo’n vol en divers programma als de Enschedese Vredesweek. Peter-Paul heeft nog in de Commissie Universitaire Vredesdagen gezeten. De spreker erkent dat het onderzoeksveld grotendeels verdwenen is, maar dat er net weer een onderzoeker bij een programma over ethiek is aangesteld die onderzoek gaat doen naar wapensystemen en dan met name naar drones. Misschien staan we dus weer voor een omslagpunt, ook met dit symposium.


Over het algemeen, zo sluit Peter-Paul aan bij de voorlaatste woorden van de vorige spreker, wordt technologie als een instrument in handen van de mens gezien, maar in de sector “oorlog en vrede” lijkt technologie vooral tegenover de mens te staan. Een regelrechte bedreiging van het menselijk bestaan en van alle wat menselijk is. En dan is het zelfs alsof niet de mens de techniek beheerst, maar de techniek de mens. Dat de techniek de mens stuurt en in een bepaalde richting dwingt.

Met deze negatieve associatie werd Peter-Pauls leermeester Hans Achterhuis alweer 25 jaar geleden geconfronteerd toen deze een keer provocatief voorstelde om meer moraal in de techniek in te bouwen. Waarom, zo was zijn concrete voorstel, bouwen we geen snelheidsbegrenzer in in auto’s waardoor we door de techniek gedwongen worden niet harder te rijden dan door de wet of de omstandigheden is toegestaan. De reacties waren niet van de lucht. Onder verwijzing naar Achterhuis’ vroegere communistische achtergrond werd hem verweten technocratie boven democratie te stellen. Een regering door techniek boven een regering door het volk, de mensen.

Peter-Paul stelt dat ontwerpers echter nooit anders gedaan hebben dan bepaalde opvattingen over moraal en hun idee van “het goede leven” om te zetten in hun ontwerp. Hij noemt de beroemde stedenbouwkundige Le Corbusier die halverwege de vorige eeuw een volstrekte functiescheiding propageerde in “het nieuwe bouwen”. In Nederland is de Bijlmer gebouwd volgens het principe van deze ver doorgevoerde scheiding van wonen, werken en verkeren met als gevolg dat de verschillende delen van de volgens dit principe ingerichte stad grote delen van de dag volledig ontvolkt zijn. Huidige stedenbouwkundigen zijn weer helemaal teruggekomen op deze basisfilosofie en zoeken het zoveel mogelijk in het mengen van de verschillende functies en dat staat ook centraal in de herinrichting van veel na-oorlogse woonwijken die nu volop aan de gang is.

Iets dergelijks voltrekt zich in de wapentechnologie. Met de ontwikkeling van het vuurwapen, het luchtwapen en het raketwapen werd de afstand tussen schutter en doel steeds groter. De schutter vervreemde van het doel waardoor enerzijds het doden steeds gemakkelijker werd (het doel was geen mens meer maar een stipje op het scherm) en anderzijds de schutter zelf steeds minder kans liep zelf ook doel te zijn (op grote afstand of hoog in de lucht). Met de drone-piloten lijkt deze ontwikkeling vervolmaakt te zijn. Ergens in Nevada of Arizona zit de schutter achter een beeldscherm de bewapende drone aan te sturen waarmee hij zijn doelen in het Midden-Oosten uit probeert te schakelen en tussen de middag schuift hij voor het eten aan bij vrouw en kinderen. De dronetechnologie is echter zo sterk geperfectioneerd dat de schutter een haarscherp beeld krijgt van het doelwit en deze, hoewel op grote afstand, van heel dichtbij kan waarnemen. Omdat drones gericht zijn op het uitschakelen van geïdentificeerde tegenstanders met bij voorkeur zo weinig mogelijk omstanders, moeten die tegenstanders soms langdurig door de dronepiloot gevolgd worden om vast te kunnen stellen dat het hier daadwerkelijk de geïdentificeerde persoon betreft en om een moment af te wachten dat er verder zo weinig mogelijk mensen in de buurt zijn die anders ook slachtoffer zouden kunnen worden van de liquidatie.

Het tegengestelde effect doet zich nu voor dat waar de schutter door de ontwikkelingen in de wapentechnologie steeds verder vervreemd raakte van het doelwit, de dronepiloot door het langdurig volgen en identificeren, juist een band opbouwt met het doelwit en letterlijk geraakt wordt door het uitschakelen van de tegenstander die hij voor zijn ogen ziet bezwijken.

Door de aparte combinatie van het vervreemdende effect van het beeldscherm en de afstand enerzijds en het hebben leren kennen en in de ogen kunnen kijken van het doelwit anderzijds heeft zich bij de drone-piloten tegen alle verwachtingen in een heel nieuwe vorm van trauma ontwikkeld en een groot aantal van hen is hierdoor niet meer in staat om het werk als drone-piloot te verrichten.

Zo zie je toch maar weer, aldus Peter-Paul, dat de mens zich nooit helemaal door de technologie laat dwingen en zich toch weer onverwacht gedraagt. Er zijn ook heel verschillende manieren en mates van gedrag afdwingen door technologie, van verleiden tot bepaald gedrag tot volstrekt bepalen van gedrag. Juist in deze tijd verschijnen daarover ook diverse studies uit de hoek van de techniekfilosofie en de sociale wetenschappen, tot politiek adviseurs van Obama toe.

Als oplossing voor het feit dat drone-piloten tot onverwacht gedrag laten zien, wordt wel voorgesteld om de menselijke factor helemaal weg te halen en de morale afweging, bijvoorbeeld via de vuistregels uit de traditie van de ‘rechtvaardige oorlog’, als het ware in het besturingssysteem van de drone in te bouwen. Dat is volgens Peter-Paul echter duidelijk een stap te ver en heb je het inderdaad over technocratie: de techniek die zelf beslissingen neemt. De moraal die volgens Hans Achterhuis en anderen in techniek was ingebakken was er altijd nog wel één die een ondersteuning vormde voor het menselijk moreel gedrag. Als we het hebben over vrede door techniek dan is in ieder geval één belangrijke vuistregel dat techniek in menselijke handen moet blijven of daar weer terug in moet worden gebracht. En dat geldt zelfs voor een technologie die erop gericht zou zijn om oorlogen te voorkomen, zoals een vragensteller naar aanleiding van het verhaal van Wim Zwijnenberg opperde.


Discussie

Peter Timmerman vervolgens opent zelf de discussie door de volstrekte disbalans aan de orde te stellen tussen het Militair Industrieel Complex waarin miljarden omgaan enerzijds tegenover de “Citizens Science” van Wim Zwijnenberg en het “Social Cohesion Design” van UT-studenten anderzijds. Volgens Peter-Paul moet je je daardoor niet tot gevoelens van machteloosheid laten leiden en laat het verhaal van de drones juist ook de grenzen van dat grootschalige en het vermogen tot technische perfectie zien. Wim voegt daaraan toe dat burgers in staat zijn gebleken om investeerders in die gigantische wapenindustrie ertoe te zetten hun investeringen terug te trekken. Veel bedrijven in en rond dat Militair Industrieel Complex voelen zich daadwerkelijk bedreigd door campagnes vanuit devredesbeweging tegen hun betrokkenheid bij bepaalde wapensystemen alskernwapens, landmijnen, chemische wapens en, wie weet, ook ooit gewapendedrones.



Over de begrenzing van het technisch haalbare is hij iets minder optimistisch dan Peter-Paul. Het feit dat drone-piloten al te menselijk reageren op hun slachtoffers, wordt enerzijds opgelost door de beelden van de doelwitten opzettelijk minder scherp te maken en de menselijke vormen van het doelwit zo onherkenbaar mogelijk te maken en anderzijds door nieuwe drone-piloten vooral te rekruteren in de wereld van de gamers die van kindsafaan met zulke realistische spellen hebben gespeeld dat die levensechte doelwitten op het beeldscherm voor hen geen mensen van vlees en bloed meer zijn maar figuren inde game.
Op de vraag van iemand uit het publiek of wij geen tovenaarsleerlingen zijn en of het niet nodig is om desnoods met machtsmiddelen verdere ontwikkelingen binnen de wapentechnologie tegen te houden, antwoordt Peter-Paul dat het zijn van die tovenaarsleerlingen tot ons mens-zijn behoort en dat we daarmee moeten dealen. Het met alle (machts)middelen willen realiseren van een utopie van wereldvrede is ook gewelddadig. Ons beste machtsmiddel als naar vrede strevende burgers is dat we blijven staan voor de morele waarden die wij daarbij hoog willen halen en het op grond daarvan protesteren tegen ontwikkelingen die tegen deze waarden indruisen.

Wat dat betreft lijkt het hem ook een goed idee om te kijken of de Universitaire Vredesdagen weer ingevoerd zouden kunnen worden.

De slotvraag is aan de studenten, hoe de wijkbewoners van Twekkelerveld op hen reageerden. Eén van de studenten vertelt dat ze gewoon de wijk zijn ingelopen en gesproken hebben met wie ze maar tegenkwamen. Wel bleek er een buurtbewoner te zijn die het zaakje niet vertelde en de politie alarmeerde die vervolgens even een kijkje kwam nemen. Kennelijk voelen sommige mensen zich bedreigd door vredestechnologie…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen