woensdag 23 september 2015

Bloedbroeders in Hengelo

Vanavond waren de “Bloedbroeders”, de Nederlandse Turk Sinan Can en de Nederlandse Armeniër Ara Halici op uitnodiging van de stichting Vredes- En DuurzaamheidsActiviteiten Netwerkstad in het theatercafé van het Rabotheater in Hengelo. Afgelopen voorjaar, in de weken voorafgaand aan de 100ste herdenking van de Armeense Genocide, werd hun zesdelige documentaire Bloedbroeders door de VARA uitgezonden en vanavond waren ze in Hengelo om te vertellen over hun ervaringen tijdens het maken van deze documentaire en na de uitzending.


Het idee voor de Bloedbroeders ontstond een paar jaar geleden bij Sinan toen hij voor andere documentaireserie “Uitgezet”, die het leven volgde van een aantal door Nederland uitgezette asielzoekers, een uitgezette familie naar Armenië volgde. Voor hem was dat net zo vanzelfsprekend als de andere landen die hij bezocht in het kader van deze serie, maar in zijn omgeving hoorde hij wel mensen zeggen “Je gaat toch niet als Turk naar Armenië?!”. In Armenië voelde hij zich heel plezierig, maar zodra de mensen daar ontdekten dat hij van Turkse afkomst was, vroegen ze hem wel meteen “Waarom erkennen jullie de genocide niet?”.


Op die vraag had hij geen antwoord en met het oog op de 100steherdenking stelde hij de VARA voor om over die vraag een nieuwe documentaireserie te maken. Over zijn eigen positie vertelt hij dat zijn moeder van Koerdische afkomst is en een milde positie ten opzichte van de Armeniërs had, terwijl zijn vader toch wel vrij fel het Turkse standpunt verdedigde en de massamoord op de Armeniërs zag als een tegenmaatregel tegen het verraad van de Armeniërs: “Als je het Turkse volk in de rug steekt, dan is dit wat je krijgt.” Zelf stond Sinan open voor alle mogelijke opvattingen.

Onderdeel van het plan voor de documentaire reeks was dat het een Turks-Armeens duo zou zijn dat in Anatolië, waar de genocide zich heeft voltrokken, op zoek zou gaan naar de waarheid of de verschillende waarheden. Het oog voor Sinans wederhelft viel daarbij in eerste instantie op een Nederlands-Armeense journalist die, net als Sinan, in Nijmegen woont. Deze was bereid om mee te werken en ging voor twee maanden naar Turkije om zich te oriënteren. Daarbij heeft hij kennelijk een aantal slechte ervaringen opgedaan, want toen hij uit Turkije terug kwam liet hij weten niet langer mee te willen doen.

Daarmee viel wel even de grond voor het project weg en even is overwogen om het maar te schrappen. Sinan erkent dat dat wel gemakkelijk was geweest. “Als Turk kan ik dan altijd zeggen: ‘ik heb het geprobeerd, maar ja, die Armeniërs wilden niet, hè?’”. Toch was het hele plan hem te dierbaar om het te schrappen en iemand stelde hem voor om de musicalspeler Ara Halici te vragen. “Ara, dat is toch een Turk?”, was Sinans eerste reactie, daarmee aangevend dat heel veel Armeniërs die tegenwoordig nog in Turkije wonen of daaruit afkomstig zijn bewust of onbewust als ‘Turk’ door het leven gaan.

Aldus werd Ara door Sinangebeld. En na een monoloog van Sinan van anderhalf uur, zei hij dat het er even over wilde nadenken, maar hij erkent dat hij toen eigenlijk al tot de conclusie was gekomen dat hij aan dit project mee wilde werken. Sinan vult aan dat Ara eigenlijk een betere partner was dan de oorspronkelijk aangezochte Armeense journalist, omdat Ara net als Sinan zelf, er vrij open in stond en ook kon luisteren naar Turkse genocide-ontkenners, terwijl de genoemde Armeense journalist daar veel slechter tegen kon en meteen de discussie aanging. Waarschijnlijk is dit ook de oorzaak van zijn slechte ervaringen tijdens zijn twee-maandenlange verblijf in Turkije.

Sinan en Ara hebben zich vervolgens ingelezen, waarbij Sinan vooral de Turkse literatuur (vaak dunne boekjes) heeft gelezen over de (gedeeltelijke of volledige) ontkenning en Ara de dikke pillen die meer aansluiten bij het Armeense gezichtspunt. In talloze gesprekken ter voorbereiding van hun documentaire legden ze de inzichten uit deze boeken naast elkaar. Waar zaten de gaten? Waar de grootste interpretatieverschillen?

Sinan vertelt dat de genocide-ontkenners meestal wel erkennen dat er veel Armeniërs zijn gedood (dat valt ook moeilijk te ontkennen), maar bestrijden dat er sprake was van een vooropgezet plan. En daarom zou het geen genocide zijn, maar een tragische bijkomstige schade (“collateral damage”) van de Eerste Wereldoorlog die ook in alle hevigheid in het Midden-Oosten woedde (wat wij in West-Europa wel eens vergeten met onze focus op “Flanders’ Fields”). Je zult, zo erkent Sinan, geen zwart-op-wit bewijs vinden, geen brief of uitgevaardigd besluit van de toenmalige machthebber Talat Pasha om een genocide te beginnen. Zelfs niet als ook de laatste Turkse archieven open gaan. Als dat al bestaan zou hebben, dan is het ongetwijfeld vernietigd. Maar je hebt zo’n papieren bewijs niet nodig om te kunnen zien wat er aan de hand was. Er is voldoende indirect bewijs (“circumstantial evidence”) dat er een van staatswege geplande verdrijving en massamoord heeft plaatsgevonden. Daarop wijst in de eerste plaats de omvang en systematiek waarmee de operatie werd uitgevoerd.

Maar daarnaast moesten de Turken in 1913, na de Eerste en Tweede Balkanoorlog, de Balkan ontruimen. In Anatolië moest ruimte gecreëerd worden om de (veelal Turkse) moslimbevolking te herhuisvesten en het oog viel daarbij op de gebieden die door de Armeniërs en overigens ook die die door andere christelijke bevolkingsgroepen zoals de Ponto-Grieken en Arameeërs bewoond werden. De joodse inwoners van het Ottomaanse Rijk werden met rust gelaten. Daar zat vermoedelijk geen complot achter, zoals wel wordt gesuggereerd, maar de joden waren vooral handelaren en woonden in de steden. Hun verdrijving zou weinig soelaas bieden als het om ruimte voor de islamitische Balkanbevolking gaat.

Een tweede indirect bewijs is dat het Ottomaanse Rijk in 1914 praktisch bankroet was en in 1915 vrijwel alle staatschulden had afbetaald. Bekend is dat het goud en andere bezittingen van de omgebrachte of verdreven Armeniërs volgens een bepaalde verdeelsleutel verdeeld werd tussen de staat en de clan die het uitvoerende werk deed. Er is vermoedelijk zoveel goud en ander goed naar de Turkse staat gevloeid, dat men de staatsschuld daarmee kon afbetalen. Ook de Armeense landerijen werden geconfiskeerd en kwamen deels in handen van de staat en deels in handen van degenen die het vuile werk opknapten. Naast het Turkse militaire archief uit die tijd is ook het Turkse kadaster uit de eerste helft van de 20ste eeuw nog steeds gesloten en voor dat kadaster is de reden simpel dat bij opening aan het licht zou komen hoeveel illegale landtransacties in en kort na 1915 hebben plaatsgevonden. Het onlangs geopende reusachtige presidentiële paleis van Erdogan staat op van Armeniërs geconfiskeerde grond en zou door de nabestaanden teruggeëist kunnen worden …

En dan zijn er nog de bewijzen voor de Armeense genocide in de Duitse archieven. Turkije was tijdens de Eerste Wereldoorlog bondgenoot van het Duitse en het Habsburgse Rijk en het Turkse leger werd in haar strijd tegen met name het Britse leger dat het Ottomaanse Mesopotamië (het huidige Irak) was binnengevallen gesteund door Duitse militaire trainers en adviseurs. Deze bleken helemaal geen moeite te hebben met het genocidale optreden tegen de (net als hen christelijke) Armeniërs. Tussen 1904 en 1908 hebben de Duitsers zelf de Herero-bevolking in het huidige Namibië (toenmalig Duits Zuidwest-Afrika) systematisch uitgemoord, hetgeen wel de eerste genocide van de 20ste eeuw werd genoemd. Betrokkenen bij die eerste genocide adviseerden de Ottomanen hoe ze te werk moesten gaan en speelden later een vooraanstaande rol in de Holocaust. De Duitse archieven verhullen daar helemaal niets over en het overtuigende bewijs waar zovelen naar zeggen te zoeken is daar te vinden en niet in de nog niet geopende Turkse archieven.

Ara vertelt dat de Bloedbroeders wel wordt verweten een eenzijdige kijk op de geschiedenis te schetsen, maar de meeste door hen benaderde Turkse deskundigen wilden niet aan de uitzending meewerken. Ze hebben er diverse benaderd, maar uiteindelijk waren er maar twee bereid om de Turkse visie voor camera uiteen te zetten. Heel bewust hebben hij en Sinan geen cent aan willen nemen van welke Armeense (of Turkse) lobbyclub dan ook, om met grote stelligheid te kunnen beweren dat ze zich voor geen enkele politieke agenda hebben laten gebruiken.

Sinan herhaalt dat hij er aan het begin van de reis open in stond, maar gedurende het maken van de documentaire van overtuigd is geraakt dat wat in 1915 is gebeurd misschien wel erger is dan genocide. Het is meer dan vernieting van een volk, maar ook van een geschiedenis, een religie en een cultuur. Plus de trauma’s. Het Koerdische dorp van Sinans moeder was oorspronkelijk Armeens dorp. Dat wist niemand. Maar tijdens de reis bleek toch dat niet alle sporen uitgewist konden worden.

Gevraagd naar de hoogtepunten van hun reis vertelt Ara over de ontmoeting met de kleinkinderen van de Turkse landeigenaar die Ara’s overgrootmoeder, die al op transport was gesteld, heeft weten te redden waardoor zij de genocide overleefde en Ara überhaupt geboren kon worden. De Turkse redder zelf is natuurlijk al lang dood, maar in diens Turkse kleinkinderen ontdekte Ara dezelfde liefde en medemenselijkheid die hun grootvader destijds heeft bewogen om zijn Armeense buren van een gewisse dood te redden.

Voor Sinan was het meest emotionele moment dat een 105-jarige overlevende Armeniër die thans in Armenië woont hem als Turk na lang aarzelen wilde vergeven voor wat zijn grootouders destijds hebben gedaan. Sinans grootvader heeft Armeens land geconfiskeerd en vermoedelijk dus actief deelgenomen aan de moordpartijen die daaraan voorafgingen. De Armeniër ontving zijn Turkse bezoeker aanvankelijk met grote vijandigheid: “Zo, kom je het karwei afmaken?!”, en destemeer indruk maakte daarom de omarming aan het eind.

In Hengelo wil Sinan nog wel een kritische opmerking over de documentairereeks kwijt. Zoals hij al eerder zei, zijn tijdens de Armeense Genocide niet alleen de Armeniërs, maar ook Ponto-Grieken, Arameeërs en ook Jezidi’s uitgemoord en verdreven. In het team dat de documentaire maakte is besloten om dat niet te vermelden. Televisie is een vrij oppervlakkig medium dat een zo simpel mogelijke boodschap moet uitdragen, zelfs op NPO2. De term “Armeense Genocide” is bekend, maar van Ponto-Grieken, Arameeërs en Jezidi’s heeft niemand gehoord (de Jezidi’s inmiddels wel, vanwege de vervolging door ISIS, maar dat was pas nadat dit besluit was genomen) en je zou dus eerst moeten uitleggen wie deze groepen zijn. Dat werd te ingewikkeld.

Achteraf betreurt Sinan dit besluit. Want hierdoor is bijvoorbeeld de moord op honderdduizenden Arameeërs inderdaad “Een Vergeten Genocide” (zoals deEO-documentaire heet die hierover eveneens aan de vooravond van de 100ste herdenking op de Nederlandse televisie werd uitgezonden). De Armeense Genocide wordt weliswaar niet erkend, maar is wel bekend. De Arameeërs en hun Sayfo kent echter niemand.


De vragenronde werd geopend door Stire Kaya-Cirik die twee jaar geleden vanuit een Aramees perpectief het boek “Echo van een onverwerkt verleden” heeft uitgebracht. In dat boek stelt ze het moeizame proces van verwerking en vergeving centraal bij de overlevenden van de genocide en hun nazaten. Verwerken en vergeven gaat een stuk gemakkelijker als de ander bereid is om excuses te maken en te erkennen wat gebeurd is. Daarvan is het door Sinan genoemde hoogtepunt met de Armeense 105-jarige een prachtig en ook ontroerend voorbeeld. Maar, zo vraagt ze, hoevelen binnen de Turkse gemeenschap zijn bereid om dat voorbeeld te volgen?

Sinan antwoordt dat hij in reactie op de uitzendingen heel veel hatemails heeft ontvangen, maar ook veel mailtjes met instemming. Juist ook vanuit de Turkse gemeenschap. Dat zijn er niet veel, maar hun aantal groeit. Onlangs sprak hij tijdens een discussie-avond van een Turkse nationalistische jongerenvereniging. Hij kreeg alle bekende tegenwerpingen over zich heen en hield zijn gehoor voor dat ze nu eens moesten ophouden om alleen maar na te praten wat ze van anderen hoorden en, net als Sinan, zelf op onderzoek uit moesten gaan. Onlangs kreeg hij een mailtje van één van de aanwezige jongeren die dat had gedaan en inmiddels zijn lidmaatschap van de vereniging had opgezegd. Het is een begin, maar het stroompje wordt breder.

Aan de andere kant is het goed je te realiseren dat de meeste Turken helemaal niet over deze “kwestie” willen praten. Het aantal fanatiekelingen dat te hoop loopt tegen elke herdenkingsmanifestatie van de Armeense Genocide is dan ook maar gering. De kracht en omvang van de Turkse lobby tegen de genocide-erkenning wordt vaak gigantisch overschat en is daardoor invloedrijker dan haar krachtens de daadwerkelijk aantallen toekomt.

Stire meldt dat ze bij het schrijven van haar boek ook heeft geprobeerd zich te verplaatsen in de positie van een Turkse vrouw en toen vooral schaamte voelde als groter hindernis om tot erkenning over te gaan. Sinan bevestigt dat ook de Turken getraumatiseerd zijn door “de gebeurtenissen van 1915”. De vraag is niet alleen “wat is er met de Armeniërs gebeurd?”, maar ook “wat is er met ons Turken gebeurd? wat heeft ons tot zulke monsters gemaakt?”. Dat zijn vragen die je liever niet onder ogen komt en die je graag weg drukt. Het is niet voor niets een taboe-onderwerp binnen de Turkse gemeenschap. Iets waar je liever niet over praat. De verdrijving van de Armeniërs en andere minderheden uit Anatolië om “Lebensraum” te scheppen, heeft de Turken noch de Koerden geluk gebracht. Het mooie kleurenpalet dat Anatolië ooit was met de talloze door elkaar levende bevolkingsgroepen met hun eigen taal, religie en cultuur is verdwenen. De homogene samenleving die ervoor in de plaats is gekomen is liefdeloos. Ook heerst de angst dat het land Turkije verdeeld gaat worden, dat Turkije stukken land gaat verliezen. Die angst komt vooral voort uit het onbewuste besef dat je eigenlijk op andermans land woont waar je de mensen van verdreven hebt die nu in de buurt wonen: in Armenië, in Griekenland en in Syrië en Irak.

Een andere bezoeker vraagt naar de reactie van Sinans ouders. Al eerder vertelde hij dat zijn vader en moeder er verschillend in stonden en dat zijn voornemen een aantal interessante discussies tussen zijn ouders opleverde. Naar hem toe overheerste vooral de ouderlijke bezorgdheid: weet waar je aan begint en wat de gevolgen kunnen zijn. Door de documentaire zijn zijn beide ouders ervan overtuigd geraakt dat er honderd jaar geleden een genocide heeft plaatsgevonden, maar een broer van zijn vader beschuldigt hem van landverraad en verraad aan de familie. Een Armeense militie heeft destijds 15 familieleden van Sinan gedood. Volgens het Turkse leger gaat het in totaal om 10.000 Turken die door met de Russen meevechtende Armeense milities zijn gedood. Het gaat daarbij mogelijk om 3.000 Armeense strijders. Steeds weer duikt het verhaal op dat de Armeniërs ook Turken doodden en dat het nu eenmaal oorlog was tussen beide bevolkingsgroepen waarbij over en weer doden vielen. Maar de verhouding van 10.000 Turkse doden tegenover 1,5 miljoen Armeniërs en 750.000 Arameeërs is natuurlijk helemaal zoek.

Gevraagd naar de reacties in het algemeen meldt Ara dat hij veel positieve reacties op facebook en op straat krijgt. Hij was geroerd door een Turkse jongen van 12 jaar die hem zijn execuses aanbood. Als hij een verhouding moet noemen, schat hij dat 95% van de reacties positief is en 5% negatief. Dat zijn cijfers waar Sinan alleen maar jaloers op kan worden. Bij hem is 25% positief en 75% negatief. Een Azerbeidzjaanse man beschuldigde hem ervan dat hij wel Koerdisch, alevitisch, Aramees, Ponto-Grieks en zo nog een 20-tal andere afkomsten in zich moest verenigen. Sinan heeft teruggemaild: “Ik hoop het.” Uit onderzoek blijkt dat het Turkse volk van alle Europese volkeren het minst “zuiver” is; de “zuivere Turk” leeft ergens tussen de Oeigoeren in het westen van China en de gemiddelde inwoner van Turkije lijkt daar in de verste verte niet op. Het tweede volk op de lijst “minst-zuivere volkeren” is overigens het Russische. In beide landen groeit het nationalisme de laatste tijd heftig. Dat zal wel niet zonder reden zijn …


Ahmed Yilmaz brengt als laatste nog twee punten in. De geschiedenis van 100 jaar geleden lijkt zich op dit moment in Syrië en Noord-Irak te herhalen en niet alleen Turkije maar ook bijvoorbeeld Nederland zou van de genocide van 100 jaar geleden moeten leren en de waarheid onder ogen moeten zien. Met betrekking op het eerste punt vertelt Sinan dat hij op dit moment met een nieuwe documentaireserie bezig is die over de Arabische Lente gaat en de verdrijving van de christelijke bevolking uit het Midden-Oosten. Er vinden, met name in het door ISIS-beheerste gebied, deportaties plaats. Net als 100 jaar geleden, maar nu vanuit de gebieden waar met name de Aramese christenen destijds naartoe zijn gevlucht en geprobeerd hebben een nieuw bestaan op te bouwen. De geschiedenis herhaalt zich inderdaad.

De uitzendingen van de Bloedbroeders trokken per keer tussen de 300.000 en 400.000 kijkers, hetgeen beslist niet slecht is op NPO2. De VARA had er geen moeite mee om over “de Armeense Genocide” te spreken, maar de NOS spreekt over “de Armeense kwestie en massamoord”. Dat komt omdat de Nederlandse regering de Armeense Genocide niet erkent en zelf spreekt over “de kwestie van de Armeense Genocide”. Men zegt dat dat gebeurd uit angst voor de Turkse gemeenschap in Nederland, maar zoals gezegd is de anti-erkenningslobby daar helemaal niet zo sterk. Duitsland, met een uit Turkije afkomstige bevolking van 3,5 miljoen, heeft de Armeense Genocide afgelopen voorjaar wel volmondig erkend. Het leidde tot één demonstratie van Turken in Berlijn en daarna bleef het stil. Daarvoor hoef je het dus niet te laten.

Volgens Sinan is de oorzaak van de Nederlandse weigering de Armeense Genocide te erkennen het Nederlandse handelsbelang. Nederland is binnen de EU de grootste handelspartner van Turkije. Dat kan een hoop verklaren.

Aan Ara de eer van het slotwoord. “Heb de bereidheid om naar elkaar te luisteren. Daar ging deze serie over. Er is met de Bloedbroeders een begin gemaakt met een beweging die bereid is om naar elkaar te luisteren. Luisteren naar elkaar pijn.”


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen