zaterdag 5 september 2015

Oorlog in Syrië naderbij gebracht

Terwijl ons beeld van de oorlog in Syrië deze dagen vooral wordt bepaald door dat van Aylan Kurdi op de Turkse kust of dat van de stroom mensen die over de autosnelweg van Boedapest naar Wenen loopt, bracht de Suryoye Aramese Federatie Nederland (SAFN) vanavond in het gebouw van Platform Aram de aanwezigen weer terug naar de beelden van de verschrikkingen in Syrië zelf die deze mensen trachten te ontvluchten.


Dat gebeurde tijdens de “Dag van Solidariteit met de vervolgde Aramese christenen in Syrië en Irak”. Natuurlijk, zo stelde de in Damascus geboren organisator en vice-voorzitter van de SAFN, Johnny Shabo, lijden alle etnische en religieuze gemeenschappen in Syrië en Irak onder ISIS: jezidi’s, alawieten, sji’ieten, soennieten, Koerden, Turkmenen, Arameeërs en Arabieren. Maar binnen deze enormiteit aan geweld is sprake van een doelgerichte campagne tegen de Aramese christenen voor wie het zuidoosten van Turkije, Irak, Syrië en Libanon al 2000 jaar hun woongebied was.

Een doelgerichte campagne die vandaag precies twee jaar geleden begon met de aanval op Maaloula, een stadje in de directe omgeving van Damascus. UNESCO werelderfgoed vanwege de eeuwenoude kerken en kloosters waarvan de oudste uit de derde eeuw van de christelijke jaartelling stammen. Tot het begin van de oorlog in 2011 kwamen jaarlijks 2 miljoen pelgrims naar Maaloula. Een Aramese christelijke enclave waar het West-Aramees werd gesproken; de taal die Jezus 2000 jaar geleden sprak. Maaloula werd op 5 september 2013 ingenomen door Al Nusra, de Al Qaïda-tak in Syrië waarvan een deel later is opgegaan in ISIS. De christelijke bevolking werd gedood, moest zich tot de islam bekeren of vluchtte weg. Het Syrische regeringsleger wist het stadje later weer te heroveren, maar de terugkerende bewoners troffen vooral de ruïnes aan van hun eeuwenoude kerken.


De verovering en vernietiging van Maaloula is geen losstaand incident. Ze gold twee jaar geleden als het startsein van een verdrijvingscampagne, gericht op het christelijke, Aramese erfgoed uit het Midden-Oosten. Kort na Maaloula was het nabijgelegen stadje Sadad aan de beurt, later gevolgd door Raqqa dat thans de ISIS-hoofdstad in Syrië vormt. Precies een jaar na Maaloula volgde de verdrijving van jezidi’s en Aramese christenen uit de omgeving van het Sinjar-gebergte en de Nineve-vlakte aan weerszijden van de Noord-Iraakse miljoenenstad Mosul waar tijdens de Iraakse burgeroorlog die op de Irak-oorlog van 2003 volgde vele tienduizenden christenen uit Irak een veilig heenkomen hadden gezocht. Inmiddels is, vooral door de acties van ISIS, een groot deel van het Syrië en Irak, de bakermat van het Aramese christendom, gezuiverd van christenen. Op onderstaande kaart is dat het donkergekleurde gebied.


Het woord was vervolgens aan Johny Messo, de in Hengelo opgegroeide president van de World Council of Arameans (WCA). Hij stelde de wereldgemeenschap verantwoordelijk voor wat thans in Syrië en Irak gebeurd. De (permanente) leden van de VN-veiligheidsraad zorgen niet veiligheid maar zijn feitelijk de brandstichters in Irak en Syrië. In plaats van water gooien ze doorlopend olie op het vuur. Ze stellen hun eigenbelang voorop in plaats van het belang van de bevolking in de regio en kunnen dat kennelijk ongestraft doen.


De Aramese christenen in het Midden-Oosten zijn roependen in de woestijn. Ze worden niet gehoord of in ieder geval niet serieus genomen als ze stellen dat hun verdrijving en de vernietiging van hun kerken, kloosters en cultuurgoed gaan “bijkomstige schade” (collateral damage) is, maar dat ze specifiek doelwit van tegen hen gerichte campagnes vormen. De internationale gemeenschap kwam vorig jaar pas in actie toen ISIS de hoofdstad Erbil van de Koerdische Autonome Regio in het noorden van Irak bedreigden dat met Westerse hulp was uitgegroeid tot een economisch zakencentrum in deze regio. De inname van de miljoenenstad Mosul, twee maanden eerder, met haar talrijke eeuwenoude kloosters, kerken, bibliotheken en andere christelijke cultuurschatten en haar omvangrijke christelijke gemeenschap die massaal de stad moest ontvluchten, liet de internationale gemeenschap kennelijk koud. De situatie van de Aramese christenen in het Midden-Oosten prikkelt niet tot actie. Steeds weer is het argument dat ook andere bevolkingsgroepen lijden onder het geweld.

Dat is op zich waar, maar, zo stelt Messo, de Aramese christenen vormen een kwetsbare minderheid in het Midden-Oosten. Ze waren tot een paar jaar geleden nog met enkele miljoenen, thans vooral in de honderdduizenden en worden in het Midden-Oosten met uitsterven bedreigd. In Zuidoost Turkije is dat bijna al gebeurd; het eerder getoonde kaartje laat zien dat deze ontwikkeling zich in Syrië en Irak voortzet. Koerden, soennieten en sji’ieten zijn nog met vele miljoenen in het Midden-Oosten en hebben hun eigen staten en/of milities in de regio. Hun bevolkingsgroep heeft wel te lijden onder het geweld, maar zal het wel overleven. Dat geldt zelfs voor de kleine Turkmeense minderheid in Irak en Syrië die vanuit Turkije een helpende hand krijgt. Bij de Aramese christenen is dat overleven in de regio een grote vraag. Dat geldt niet alleen de mensen die deze bevolkingsgroep vormen, maar ook hun cultureel erfgoed. Twee jaar na Maaloula in het zuidwesten van Syrië en één jaar na de vlakte van Nineve in het noorden van Irak is ISIS nu bezig om het Aramese, voor-christelijke cultuurgoed in Palmyra te vernietigen. Kerken in grote delen van Syrië en Irak zijn inmiddels omgebouwd tot moskee of tot wapendepot voor de ISIS-milities.

Wat kan de internationale gemeenschap doen? Wat kan Nederland doen? Messo maakt duidelijk dat de WCA Nederland niet vraagt om haar militairen te sturen. De Arameeërs in het Midden-Oosten hebben vooral behoefte aan humanitaire hulp om zich in deze regio staande te kunnen houden. Help de Arameeërs om zichzelf te helpen, is de oproep van Messo, en voorkom al doende dat Irak en Syrië louter islamitische staten worden en hun pluriformiteit verliezen. Het is wrang dat de humanitaire crisis in de regio pas met de verschrikkelijke beelden van vluchtelingen die Europa proberen te bereiken echt onder de aandacht van de Europese en ook Nederlandse politici is gekomen. Er is geen behoefte aan Westerse militairen die een veilig gebied komen inrichten, maar aan hulpgoederen en hulpprogramma’s zodanig dat niet alleen individuele mensen maar ook bevolkingsgroepen, religieuze gemeenschappen kunnen overleven.

De Duitse overheid heeft dat vorig jaar reeds ingezien en heeft de WCA gesteund met een humanitair hulpprogramma in Syrië. Ondanks alle geweld loopt dat nog steeds en het programma wordt thans ook verder uitgerold naar Irak. Specifieke hulp voor bepaalde gemeenschappen is van belang om die gemeenschappen te laten overleven. Algemene hulp bereikt de christelijke bevolking vaak niet. Messo erkent dat hij met deze oproep ingaat tegen bepaalde principes in de noodhulpverlening, maar hoopt dat de Nederlandse politiek, het ministerie en ook de hulporganisaties dit punt willen onderkennen en bereid zijn om dit principe los te laten.

Dat geldt ook voor het principe dat noodhulp en structurele hulp gescheiden zijn. Noodhulpprogramma’s zullen een structureel karater moeten krijgen. Naast het uitdelen van eerste levensbehoeften en medische voorzieningen, zal ook geïnvesteerd moeten worden in traumacentra en onderwijsprogramma’s. Er zullen voorzieningen moeten komen om de bevolking te laten inzien dat blijven ook perspectief biedt. Op dit moment is men dat perspectief kwijt. Als je de vluchtelingenstroom van daar naar hier wil indammen, moet je de mensen daat niet alleen opvangen maar ook perspectief geven.

Dat neemt niet weg dat velen toch een poging zullen blijven doen om naar Europa en naar Nederland te komen. Messo wijst erop dat het grootste deel van de circa 100 aanwezigen bij deze bijeenkomst (ik heb slechts een vijftal autochtone Nederlanders geteld!) zelf vanuit deze regio, met name Zuidoost-Turkije, naar Nederland is gevlucht en zich thans Nederlander tussen de Nederlanders voelt, Twentenaar tussen de Twentenaren. Dat is goed. Goed voor deze mensen. Maar door deze geslaagde integratie dreigt ook hier het Aramese erfgoed te verdwijnen. Bij jongere generaties wordt thuis steeds minder Aramees gesproken. Begrijpelijk. Maar zo leidt ook een ruimhartige opvang en geslaagde integratie tot het verdwijnen van Aramees erfgoed. De Nederlandse overheid zou dit kunnen tegengaan door bijvoorbeeld hier in Twente een eigen Aramese onderwijsinstelling te creëren die het Aramese erfgoed, de Aramese taal en cultuur, zou kunnen helpen behouden.

Iets anders wat de Nederlandse overheid zou kunnen doen is het bieden van ondersteuning aan Aramese NGO’s zoals de WCA, de SAFN en ook de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM). Nederland heeft € 300.000 uitgetrokken voor een Syrische NGO die op een website de gewelddaden en mensenrechtenschendingen in Syrië bijhoudt. Heel goed. Maar de WCA heeft moeten vaststellen dat deze NGO geen woord heeft gerept over de jihadistische aanvallen op Maaloula, Sadad en Raqqa. Men richt zich vrijwel uitsluitend op gewelddaden van het Syrische regeringsleger en prijst het Vrije Syrische Leger en ook Al-Nusra. Zet die steun stop of ondersteun ook NGO’s, zoals de Aramese, die ook rapporteren over gewelddaden en mensenrechtenschendingen van de gewapende Syrische oppositie.

Een andere vorm van hulp aan Aramese NGO’s zou kunnen bestaan uit het lobbyen voor of namens hen. Aanstaande dinsdag vindt in Parijs een conferentie plaats over geweld tegen religieuze minderheden. Minister Koenders zal deze bijeenkomst bezoeken, maar NGO’s als de WCA die juist de slachtoffers van geweld tegen religieuze minderheden vertegenwoordigen, vinden een gesloten deur. Die deur zou de Nederlandse overheid moeten openen. Eind september doet zich iets dergelijks voor bij een VN-bijeenkomst.

En tot slot roept Messo de Nederlandse regering op om vooral christelijke families uit Syrië en Irak uit te nodigen omdat deze in de overwegend islamitische buurlanden minder gemakkelijk worden opgevangen.

Na een indringend filmpje over Maaloula, is CDA-Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt de eerste van de drie aanwezige politici die het woord mag voeren. Hoewel hij als inwoner van Enschede en regelmatig bezoeker van de Syrisch-Orthodoxe kerk de verhalen kent, maakte het filmpje toch weer diepe indruk op hem, zo blijkt.


Hij bekent dat hij gehoopt had dat na Maaloula in 2013 en Nineve in 2014, 2015 vooral een honderdste herdenkingsjaar van de Armeense Genodice en Aramese Sayfo zou zijn. Een genocide die de Nederlandse regering overigens tot zijn leedwezen nog steeds niet als zodanig wil erkennen. Maar helaas. 2015 zal de boeken ingaan als de verwoesting van Palmyra en we moeten nu maar hopen dat 2016 iets dergelijks bespaard zal blijven.

Omtzigt is het eens met de analyse van Messo dat de oorlog in Syrië een proxy-oorlog is die niet zozeer door de Syrische burgers (eigenlijk alleen maar tegen de Syrische burgers) wordt gevoerd, maar door of namens de VS, Iran, de Golfstaten, maar ook Rusland die daar alle louter hun eigenbelang najagen. Twee jaar geleden heeft het Westen de vredesbesprekingen stopgezet omdat we niet met Iran aan één tafel wilden zitten en als resultaat daarvan moeten we nu misschien wel met ISIS om één tafel.

Ook Omtzigt noemt het wrang dat Syrië pas voluit op onze agenda komt nu de vluchtelingen uit Syrië letterlijk bij ons op de stoep staan. Aan de andere kant laat dit zien dat de eigen belangen die we de afgelopen jaren voorop stelden, kennelijk toch niet in ons eigen belang waren en dat een vrede in Syrië juist nu ons grootste eigen belang is.

Over de aanbevelingen van Messo wil Omtzigt graag nog eens doorpraten. Het lijken hem goede suggesties die het verdienen om verder uitgewerkt en geïmplementeerd te worden.

Tweede Kamerlid Roelof Bisschop verontschuldigde zich voor het feit dat hij niet de buitenland- of defensiewoordvoerder van de SGP-fractie is en dat hij eigenlijk bij toeval zijn sporen op dit dossier heeft verdiend. Toen ISIS een jaar geleden de Nineve-vlakte innam waren zijn twee collega-fractieleden op vakantie en had hij piket-dienst, zoals dat heet. Toen hem door de media werd gevraagd om namens de SGP te reageren op de gebeurtenissen in Irak, meldde hij spontaan en zonder de voorzichtigheid die buitenland- of defensiewoordvoerders eigen is, dat Nederland er maar zijn F-16’s op af moest sturen. Zo’n boude uitspraak had tot dat moment nog geen van zijn collega-Kamerleden, bijna allemaal buitenlandwoordvoerders, durven doen en ook zijn beide fractiegenoten schrokken er aanvankelijk van. Maar al snel volgden anderen zijn voorbeeld en korte tijd later voerden de eerste Nederlandse F-16’s hun eerste bombardementsvluchten boven Syrië uit.


Bisschop erkent dat militaire actie alleen niet genoeg is en voelt ook wel voor de aanbevelingen van Messo om structurele hulpprogramma’s op ze zetten voor Aramese christenen in het Midden-Oosten. Hij wijst op een motie van zijn collage Van der Staaij die vlak vóór de zomer door de Kamer is aangenomen en waarin de regering wordt gevraagd om zich in te zetten voor terugkeer van religieuze minderheden naar hun oorspronkelijke op ISIS heroverde gebieden en deze terugkerenden op alle mogelijke manieren te ondersteunen. Volgens hem ligt het in de rede om de verdrevenen ook te ondersteunen voordat ze kunnen terugkeren en zou het mogelijk moeten zijn om ook een meerderheid voor een dergelijke motie te kunnen vinden.

In ieder geval, zo stelde hij, mag het kruis niet uit het Midden-Oosten verdwijnen.

Net als zijn collega Omtzigt is VVD-buitenlandwoordvoerder Han ten Broeke woonachtig in de regio Twente en heeft hij veelvuldig contact met de hier woonachtige Arameeërs. We delen dezelfde streek, maar helaas ook dezelfde moedeloosheid als het om het Midden-Oosten gaat, zo begint Ten Broeke zijn bijdrage. De oorlog in Syrië en sinds vorig jaar ook in Irak geldt al al grootste humanitaire crisis sinds de Tweede Wereldoorlog.


Waar Messo en Omtzigt benadrukten dat de oorlog vooral een belangenconflict is tussen een aantal regionale en mondiale partijen, spreekt Ten Broeke van een “geloofsoorlog”. Volgens hem is het probleem dat de wereld geen politie-agent meer heeft; de VS die deze rol vervulde is met pensioen gestuurd en er wordt nu tevergeefs in die richting gekeken als het om ingrijpen gaat. In Libië heeft het ingrijpen gefaald en in Syrië durfden we het vervolgens niet meer aan. Daarom ettert het nu voort.

Nederland doet veel om deze crisis te bezweren, benadrukt Ten Broeke. We waren het vierde land dat met zijn luchtmacht ingreep en zijn een grote donateur als het om humanitaire hulp gaat. Nederland loopt altijd voorop als het om militaire of humanitaire hulp gaat.

De afgelopen week was Ten Broeke in Libanon en Jordanië waar hij de vluchtelingenopvang bezocht. Dat gaat goed. Beide landen worden zwaar belast, maar kunnen het aan. Het enige probleem is dat de financiële bijdragen uit de rest van de wereld ontoereikend zijn. De UNHCR hanteert een bedrag van $ 40 voor een gezin van vijf leden voor een maand, maar heeft dat bedrag inmiddels naar $ 13 terug moeten schroeven. Op 1 december a.s. is het geld op. En de winter komt er dan aan. De toestand die dan dreigt moeten we voorkomen. De VVD is voorstander van opvang in de regio, maar erkent dat we dat dan wel moeten faciliteren. De afgelopen tijd hebben we de hand op de knip gehouden omdat we vonden dat anderen, met name de Golfstaten, ook wel wat zouden moeten kunnen bijdragen, maar als ze dat niet doen kun je de vluchtelingen daar niet het slachtoffer van laten worden. Als de UNHCR dus weer een beroep op Nederland doet om de circa tien miljard dollar die men tekort komt te helpen financieren, dan moeten we dat maar doen, aldus Ten Broeke. De oplossing voor de slachtoffers van de oorlog ligt namelijk niet in Europa, maar in het Midden-Oosten zelf.

Vervolgens spreekt Ten Broeke toch over een proxy-oorlog en noemt het problematische hiervan dat zolang één van de partijen op de achtergrond (Iran, de Golfstaten, de VS of Rusland) denken dat ze nog een militaire overwinning kunnen boeken, er geen politieke oplossing in zicht is. Ook erkent Ten Broeke dat een gemeenschappelijke strategie bij de bestrijding van ISIS ontbreekt en dat alle deelnemende landen een eigen agenda najagen. Het duidelijkst is dat bij Turkije dat zich recent bij de coalitie heeft aangesloten en vooral de Koerden bevecht.

Volgens hem moeten we desondanks ook in Syrië ingrijpen. Hij heeft er alle begrip voor dat de meeste Kamerfracties, behalve de VVD en de SGP, naar aanleiding van het onderzoek van de commissie Davidse over de Irak-oorlog hebben besloten dat Nederland niet meer mag deelnemen aan een militaire operatie als er geen volkenrechtelijk mandaat (lees: VN-veiligheidsraadsresolutie) is, maar roept met name via Omtzigt de CDA-fractie op om dit recent omhelsde principe weer los te laten en zich niet langer te laten gijzelen door het Russische veto.


Na een optreden van een Armeense dudok-speler, is Aziz Beth Aho, voorzitter van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM), aan de beurt. Hij herinnert de aanwezigen aan de Bijbelse woorden van aartsvader Abraham die zijn vader “een zwervende Arameeër” noemde en hij vraagt zich af of de zwerven het lot is van de Arameeërs in onze tijd. Verdreven uit hun oorspronkelijke woongebied, het land van herkomst van aartsvader Abraham, en inmiddels uitgezworven over de hele wereld.


Hij herinnert de aanwezigen aan de genodice van 100 jaar geleden. Onvoorstelbare gruwelijkheden op ongelofelijk grote schaal waarover hij en zijn generatiegenoten de verhalen hoorden van hun ouders en grootouders die het hadden overleefd. Het was zo onvoorstelbaar dat ze het niet konden bevatten. Totdat diezelfde gruwelijkheden nu in detail te zien zijn op de beelden van wat ISIS aanricht in Irak en Syrië. Ze maken het karwei af dat het Ottomaanse rijk 100 jaar geleden is en laten de geschiedenis zich herhalen.

En die geschiedenis herhaalt zich helaas niet alleen in de gruwelijkheden zelf, maar ook in het uitblijven van een reactie van de internationale gemeenschap. Net als 100 jaar geleden zijn ook nu Westerse troepen, diplomaten en journalisten volop aanwezig in het gebied. Ze rapporteren te gruwelijkheden maar steken geen hand uit deze te stoppen, aldus Beth Aho. Net als 100 jaar geleden zijn de Westerse troepen vooral in deze regio om hun eigen, economische en geopolitieke belangen te verdedigen. Niet om de burgerbevolking te beschermen. ISIS wordt bestreden vanuit de lucht en door de training en bewapening van diverse, onderling rivaliserende milities op de grond. Deze aanpak beschermt geen burgers, maar zorgt zelfs voor meer slachtoffers.

Als het om de burgerbevolking gaat, dan lijkt de Westerse politiek vooral begaan te zijn met de stroom vluchtelingen. Vooral als deze bijna letterlijk aan de Europese kusten aanspoelen. Die moeten natuurlijk wel in het Midden-Oosten blijven. Misschien toch niet zo’n gek idee om die dictators te laten zitten, zegt Halbe Zijlstra dan. Misschien moeten we safe havens creëren, zegt Sybrand Buma.

Maar hebben hebben burgers, Aramese christenen in het Midden-Oosten dan geen rechten? Moeten zij dan toch maar huis en haard verlaten om ergens langs de grens met Turkije of met Jordanië te worden opgevangen in een zogenaamd ‘veilig gebied’? En wie garandeert die veiligheid dan? En hoe lang? En wie zorgt dat ervoor dat de bewoners daar een bestaan kunnen opbouwen? Zo vraagt Beth Aho zich af.

Ko Colijn bestreed eerder deze week de stelling dat ‘veilige gebieden’ tot dusverre niet echt gewerkt hebben en noemde noord-Irak als tegenvoorbeeld. Beth Aho erkent dat zich daar inderdaad de Koerdische Autonome Regio heeft kunnen vormen, zwaar gesteund door Westerse hulp en door de olievoorraden onder haar grondgebied. Maar het westen van diezelfde ‘veilige zone’ is inmiddels in handen van ISIS.

Er zijn christelijke migranten uit Irak, gesteund onder andere door Kees van der Staaij, die zich sterk maken voor een soortgelijke ‘veilige zone’ die dan, net als de Koerdische Autonome Regio, tot een Christelijke Autonome Regio zou moeten uitgroeien. Een eigen christelijk staatje in de vlakte van Nineve. De meeste Iraakse christenen, waaronder de leiding van de grootste kerk in Irak, de Chaldeeuws Katholieke Kerk, verzet zich hiertegen. Zij stelt dat niet alleen de vlakte van Nineve maar heel Irak de woonplaats van de Aramese christenen is en dat zij de afgelopen eeuwen hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van Irak en dat moeten blijven doen. Als het christendom in het Midden-Oosten wil overleven, dan moet ze ook in het Midden-Oosten geworteld blijven en onderdeel zijn van de daargevormde staten en niet wordt afgezonderd in een eigen reservaatje, een soort openluchtmuseum met figuranten.

We moeten opkomen voor de humaniteit, niet voor een beperkt eigenbelang dat uiteindelijk niet eens ons eigenlijke belang blijkt te zijn. Dat betekent dat de Westerse regeringen hun eigenbelang in de regio opzij moeten zetten en moeten aansturen op een vredesregeling in het Midden-Oosten die voor een volledige en langdurige veiligheid kan zorgen. Niet voor een schijnveiligheid achter hoge muren en tot de tanden bewapende verdedigingstroepen, aldus Beth Aho.

Jammer genoeg komt het naar aanleiding van deze provocerende opmerkingen aan het adres van de aanwezige politici niet tot een discussie, maar krijgt SAFN-voorzitter Erwin Ilgun de microfoon om een slotwoord uit te spreken.


Hij verklaart dat in de voorbereidingsgroep nog wel is gesproken over het houden van een minuut stilte voor de slachtoffers van de oorlog in het Midden-Oosten, zoals de afgelopen jaren gebruikelijk was bij eerdere bijeenkomsten over deze oorlog en ook bij de dit jaar gehouden herdenkingsbijeenkomsten van de genocide. De organisatie heeft er bewust van afgezien. Er heerst al teveel stilte rond deze slachtoffers. Het is tijd om erover te spreken en henzelf aan het woord te laten. Dat was ook wat hij hoorde toen hij begin dit jaar in Tur Abdin, het Aramese woongebied in Zuidoost-Turkije, was. Hij zat aan de grens met Syrië. Overdag waren daar zwarte rookpluimen te zien en ’s nachts was het er pikkedonker. Het licht was uitgegaan in Syrië. Hij sprak Aramese vluchtelingen uit Syrië die in kloosters en kerken in Tur Abdin waren opgevangen. Vroeg zich af of bij hen ook het licht was uitgegaan. Of dat ze nog een restje hoop hadden. Ze antwoorden, dat het enige wat ze als vluchtelingen konden doen was het laten horen van hun stem en ze drongen er bij Ilgun en de filmploeg van “De Vergeten Genocide” waarmee hij onderweg was, om hun stem voor het voetlicht te brengen.

Dat heeft de SAFN gedaan. Eerder dit jaar met de door de EO uitgezonden “Vergeten Genocide”, vanavond met het vertonen van de compilatie over Maaloula. En, zo nam Ilgun waar, tijdens de vertonen van die film, toen de Aramese inwoners van Maaloula hun verhaal vertelden en hun stem verhieven, was het muisstil in de zaal. Niet één, maar wel tien minuten.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen