woensdag 16 september 2015

Een verzwegen geschiedenis wordt uitgeschreeuwd

Vanochtend ging het Enschedese Vredesweekprogramma feitelijk al in Hengelo van start met de vertoning van de film "The Stones Cry Out". Een film over de verzwegen geschiedenis van Palestijnse christenen. In haar introductie op de film herinnerde Els du Rieu aan het bezoek dat Elias Chacour, aartsbisschop van Galilea, een paar jaar geleden aan Hengelo heeft gebracht om over deze geschiedenis te vertellen. Hij figureerde ook in het eerste deel van de film, waartoe het initiatief is genomen toen de filmmaakster merkte dat het verhaal over de Palestijnse christenen zelfs niet bekend is bij de Syrisch-Orthodoxe christenen die thans een vergelijkbaar lot ondergaan.


De film begint met beelden van een kerkdienst op Goede Vrijdag in het dorpje Aboud op de Westelijke Jordaanoever en eindigt met beelden van de Paasviering in de Heilig Grafkerk (die eigenlijk, en beter, de Kerk van de Opstanding heet) en brengt zo het verhaal van het lijden van de Palestijnse christenen maar ook het perspectief op hun verrijzenis in beeld.

De christelijke aanwezigheid in Palestina begint niet op Goede Vrijdag en ook niet met Pasen maar met Pinksteren. Toen werd de kerk gesticht en deze bestaat nog steeds in haar brede verscheidenheid van diverse orthodoxe, katholieke en protestantse denominaties in het Heilig Land. Sinds die eerste Pinksterdag is er altijd een christelijke aanwezigheid in Palestina geweest en ook lijkt het huidige conflict er vooral één tussen joden en moslims te zijn. Volgens de Rooms-Katholieke patriarch van Jeruzalem, Michael Sabbah, wordt dit beeld ook bewust door Israël uitgedragen om de wereld te doen geloven dat er sprake zou zijn van een religieus conflict tussen joden en moslims. De Palestijnse christenen zijn een storend element in dat beeld en daarom lijkt er volgens hem op alsof Israël er helemaal niet rouwig om zou zijn als deze van het toneel zouden verdwijnen. De Palestijnse christenen zijn echter, net als andere christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten, vastbesloten om in hun land te blijven en daar met joden en moslims samen te leven.

Het verhaal van Elias Chacour begint met zijn ervaringen als kind in het Palestijns-christelijke dorp Kafr Bir'im in het noorden van Galilea, tegen de Libanese grens aan. Toen in 1948 de verdrijving van Palestijnen van het grondgebied van de toen gesichte joodse staat begon, hielpen de dorpsbewoners van Kafr Bir'im hen om naar Libanon te ontkomen terwijl ze ook overlegden of ze zelf ook zouden vluchten of verzet zouden plegen tegen hun verdrijving. Ze besloten tot dat laatste toen het Israëlisch leger op een kwade dag voor Kafr Bir' im stond. De bevolking trok naar de heuvels rond het dorp, maar werd door de Israëlische militaire overmacht op enig moment vandaar naar het nabijgelegen Jish overgebracht. Daar bivakkeerden ze in de huizen die door andere, gevluchte Palestijnen waren achtergelaten. Van Jish werden ze naar Nabloes afgevoerd waarna ze via Amman naar Libanon verder reisden in afwachting op hun terugkeer naar Kafr Bir'im.

In 1953 was het zover. Na jaren procederen sprak het Israëlisch Hooggerechtshof uit dat zij naar Kafr Bir'im terug konden kerk onder de voorwaarde dat het Israëlisch leger dat ook goed zou vinden. Het leger vond dat kennelijk niet, want terwijl de vluchtelingen uit Kafr Bir'im zich opmaakten om naar hun woningen terug te keren, voerde de Israëlische luchtmacht bombardementsvluchten uit boven Kafr Bir'im en maakt het dorp met de grond gelijk. Het is nu een natuurreservaat behorend tot de kibboet Baram.

Wat de bevolking van Kafr Bir'im in die jaren overkwam, overkwam een groot deel van de Palestijnse bevolking in die jaren. Moslims en christenen, daartussen werd geen verschil gemaakt. Het wordt de "nakba" genoemd, het Arabische woord voor "catastrofe".

De Zesdaagse Oorlog van 1967 waarbij Israël Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever op Jordanië veroverde veroorzaakte een nieuwe vluchtelingengolf, maar ook een nieuwe golf van Palestijns zelfbewustzijn. Juist in het toen nog overwegend christelijke Bethlehem, werd onder de term Soemoed ("wij waren hier, wij zijn hier, wij blijven hier") begonnen met geweldloos verzet tegen de bezetting. In navolging van de acties van burgerlijke ongehoorzaamheid van Mahatma Gandhi leverde de Palestijnse bevolking haar Israëlische ID-kaarten in en weigerde nog lange belasting te betalen aan een bezettingsmacht. Onder militair bevelhebber (en latere 'vredesapostel') Rabin begon het Israëlisch leger echter de Palestijnen zonder ID-kaart als "illegalen" het land uit te zetten en haalden de huizen leeg van Palestijnen die weigerden belasting te betalen.

Ook tijdens de Tweede Intifadah was Bethlehem het toneel van repressieve Israëlische acties, zoals de 40-dagen lange belegering van de Geboortekerk. De Palestijnse christenen waren verbijsterd dat waar de hele wereld over "the little town of Bethlehem" zingt, kerken en christelijke landen wereldwijd geen enkel protest lieten horen tegen deze belegering van de locatie van Jezus' geboorte. "Als we er met Kerst maar weer terecht kunnen," lijken de christenen wereldwijd te denken, "dan kan het ons niet schelen wat er de rest van het jaar gebeurt." 

Ondertussen wordt "the little town of Bethlehem" steeds kleiner. De Afscheidingsmuur isoleert de stad van het omringende platteland waar de in Bethlehem woonachtige christelijke boeren hun landerijen hebben waar ze al doende van worden afgesneden. De helft van alle Palestijnse christenen in Palestina woont in en rond Bethlehem, maar dreigt nu te verdwijnen.

Als dit zo door gaat, zo stelt Michael Sabbah die we reeds eerder aanhaalden en die vooral in het tweede deel van de film figureert, blijven alleen de gebouwen over waar Jezus is geboren, heeft geleefd, is gestorven en is opgestaan. Veel christelijke pelgrims uit de rest van de wereld nemen daar kennelijk genoegen mee en bezoeken al deze gebouwen zonder met de daar levende christenen te spreken. Het gaat hen om de stenen, niet om de mensen.

Hij verwijst daarbij naar Lukas 19:40 (waaraan ook de titel van de film is ontleend). Bij de intocht in Jeruzalem eisen de priesters en schriftgeleerden dat Jezus zijn volgelingen tot stilte maant, waarop deze zegt: "Als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen."
  









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen