maandag 26 oktober 2015

Een grensoverschrijdend politiek debat

Misschien is het beter om politieke debatten over grensoverschrijdende kwesties niet in Brussel of Straatsburg te voeren, maar gewoon aan de grens waar ze spelen. Zo gebeurde in ieder geval vanavond in Almelo waar een lid van Nederlandse Tweede Kamer en een lid van de Bonsdag de degens kruisten over de vraag of het Duits-Nederlands-Britse uraniumverrijkingsconcern Urenco nu beter verkocht of gesloten zou kunnen worden. Alleen de Britse politiek ontbrak nog, maar de politieke contexten aan weerszijden van de grens waren al onderscheidend genoeg om er een interessante avond van te maken, ondanks het feit dat de twee politici op Europees niveau eigenlijk partijgenoten van elkaar waren.

de avond valt over Urenco Almelo

Op de vraag van avondvoorzitter Henk Nijhof wie van de bijna 40 aanwezigen 37 jaar geleden in de grote demonstratie in Almelo tegen de komst van de Urenco-fabriek had meegelopen stak bijna een derde zijn of haar hand op. Van de anderen was een groot deel nog te jong om 37 jaar geleden meegelopen te hebben.



Vervolgens werd Dirk Bannink van Laka gevraagd om de ontwikkeling van Urenco nog even kort te schetsen tot aan de verkoopplannen die nu kennelijk voorliggen. Hij meldde dat het aanvankelijk helemaal niet de bedoeling was dat Urenco in Almelo gevestigd zou worden: Maastricht was kandidaat. Maar tijdens de onderhandelingen tussen de Britse, Duitse en Nederlandse regeringen over de oprichting van Urenco ontplofte in december 1968 de Nederlandse proeffabriek in Duivendrecht waarna werd geconstateerd dat de uiteindelijke fabriek veel beter op een trillingsvrije ondergrond gebouwd kon worden en die werd gevonden in Almelo waar Philips, één van de private partners van Urenco, nog een lap grond had liggen. De ontploffing werd door de Nederlandse delegatie overigens angstvallig geheim gehouden voor de Britse en Duitse onderhandelingspartners en zonder kennis over de ontploffing tekenden deze op 4 maart 1970 het Verdrag van Almelo dat nog steeds als basis en raamwerk van het Urenco-concern dient. Met de bouw van de Urenco-fabriek in Almelo was toen een half jaar eerder al begonnen en overigens werd ook de Duitse Urenco-fabriek in Almelo gebouwd omdat Duitsland krachtens het Verdrag van Parijs geen uranium op eigen grondgebied mocht verrijken. Pas midden jaren ’80 werd deze Duitse Urenco-fabriek van Almelo naar Gronau verhuisd.


Het eigendom van Urenco was voor telkens 1/3 in handen van een Duitse, Nederlandse en Britse partner. In Duitsland is dat Uranit dat in handen is van de energiemaatschappijen RWE en E.ON; in Groot-Brittannië de Britse overheid. In Nederland is UCN (Ultra Centrifuge Nederland) de eigenaar waarin aanvankelijk de Nederlandse staat 55% van de aandelen had, DSM, Shell en Philips elk 10% en VMF en Rijn Schelde ieder 7,5%. Het concern is echter slecht winstgevend te maken en vergt alleen maar meer investeringen. Vijf jaar na de oprichting van Urenco weigeren de Nederlandse private partners al om er extra geld in te steken en draait de Nederlandse overheid in haar eentje op voor (het Nederlandse aandeel in) de extra investeringen. Daardoor neemt het aandelenbezit van de Nederlandse staat in UCN geleidelijk toe tot 98,5%. Dat is de situatie van 1980 tot 2009. In het laatstgenoemde jaar koopt de Nederlands overheid voor 17 miljoen euro de resterende 1,5% van de private partners en is vanaf dat moment, net als de Britse overheid, feitelijk eigenaar van 1/3 van het totale bedrijf.

Een aantal jaren heeft Urenco uitstekend gerendeerd. Het totale concern beheerst inmiddels bijna 1/3 van de wereldmarkt voor verarmd uranium en je zou kunnen zeggen dat Urenco Almelo zo’n 40 kerncentrales van de noodzakelijke brandstof voorziet. Aanmerkelijk meer dus dan die ene kerncentrale die we nog in Nederland (Borssele) hebben. Een paar jaar geleden is door Urenco Almelo nog een vergunning aangevraagd voor een forse uitbreiding en werd een nieuwe productiehal, SP5, in gebruik genomen. Juist in die nieuwe productiehal deed zich op 27 augustus jl. een incident voor waardoor de productie bijna twee maanden stilgelegd moest worden. Pas afgelopen vrijdag is een deel van deze productiehal weer in bedrijf genomen.

Sinds de kernramp bij Fukushima op 11 maart 2011 gaat het minder goed met Urenco. Juist in Oost-Azië werd een groeimarkt verwacht, maar daar is men ten gevolge van de ramp een stuk voorzichtiger geworden en in Duitsland en België is besloten om de kernenergiesector af te bouwen. De verrijkingsfabriek van Urenco heeft nog voldoende (veelal voor langere termijnen afgesloten) opdrachten, maar dat de verwachte groei er echt uit is blijkt uit de massa-ontslagen bij Urenco-dochter Enrichment Technology Corportation (ETC) waar de ultracentrifuges gebouwd worden.

Een paar jaar geleden verzette toenmalig minister Bos zich nog tegen verkoop van Urenco en ook zijn partijgenoot Dijsselbloem lijkt er niet echt veel zin in te hebben, maar stuurde in mei 2013 toch een brief naar de Tweede Kamer waarin hij stelde zich door de verkoopplannen door de Britse en Duitse partners gedwongen voelde toch over verkoop na te moeten denken. Hij gaf daarbij wel aan dat het publieke belang (leveringszekerheid, veiligheid en non-proliferatie) geborgd moesten worden. In december 2013 organiseerde de Tweede Kamer hierover een hoorzitting (voorafgegaan door een eveneens door stichting VEDAN georganiseerde aanvullende hoorzitting in Almelo) waaruit duidelijk bleek dat de Kamer zo mogelijk nog grotere reserves had dan Dijsselbloem. Sindsdien is het stil, op een enkele, steevast met “wacht mijn Kamerbrief maar af” beantwoorde, Kamerbrief na, totdat enkele weken geleden duidelijk werd dat het de Britse en Duitse partners allemaal te lang begon te duren en zij bij elkaar kwamen om te kijken hoe ze Nederland in beweging zouden kunnen krijgen.

Vraag is wie de mogelijke kopers zouden zijn. Het Franse kernenergieconcern Areva, dat samen met Urenco al eigenaar van het eerdergenoemde ETC is, is een voor de hand liggende kandidaat, maar verkeert op dit moment in financieel zwaar weer en moet al door de Franse overheid overeind gehouden worden. Het is maar zeer de vraag of de Franse regering ook nog eens 14 miljard aan Areva wil lenen om Urenco te kunnen kopen. Een andere, niet-onwaarschijnlijke kandidaat is het Canadese CAMECO dat vooral in de uraniummijnbouw actief is. Aan niet-Westerse partners verkopen, ligt volgens Dirk Bannink niet voor de hand en dus is het enige alternatief voor deze twee concerns in zijn ogen een hedgefonds of een beursgang.

Gevraagd naar de reden van de Brits-Nederlands-Duitse samenwerking eind jaren ’60 meldt Dirk Bannink dat je dit vooral in het kader van de toen binnen Europa woedende strijd met Frankrijk moest zien. Frankrijk wilde de leiding nemen in een zelfstandige Europese nucleaire sector en de drie genoemde landen vormden met Urenco daar als het ware een machtsblok tegenover.

Een laatste vraag betreft de medische isotopen die bij Urenco worden vrijgemaakt. Zou dat ook niet als publiek belang geborgd moeten worden? Dirk Bannink erkent dat deze ontbreken in het lijstje van Dijsselbloem, maar dat het ook een in het grotere geheel uiterst minieme bedrijfsactiviteit van Urenco vormt waarvoor bovendien heel andere, goedkopere technieken bestaan. Dat laatste heeft er zelfs toe geleid dat Gedeputeerde Staten van Noord-Holland eerder deze maand hebben besloten om hun lening voor de bouw van een nieuwe reactor voor medische isotopen stop te zetten.


Vervolgens is het woord aan Hubertus Zdebel, lid van de Duitse Bondsdag voor Die Linke. Hij is, net als Dirk Bannink, opgegroeid in de Achterhoek en spreekt dus Nederlands. Dat komt goed uit, want Dirk Bannink mag wel klagen over het stilzwijgen van de Nederlandse overheid, in Duitsland laat de regering helemaal niets los en zijn informatie over het verkoopproces krijgt Hubertus Zdebel dus toch van de Nederlandse regering in de vaak ontwijkende beantwoording van diverse Kamervragen. Daarnaast roert de Britse pers zich. Die meldde eerder deze maand het overleg tussen de Britse en Duitse overheden om de Nederlandse regering in beweging te brengen.

Waar de reden voor verkoop bij de Britse regering ligt in het verlangen het begrotingstekort te kunnen verkleinen, heeft die voor de Duitse energiebedrijven RWE en E.ON met hun voortbestaan als bedrijf te maken. De twee energiegiganten zijn te lang blijven wedden om de paarden van de bruinkool- en kernenergieproductie. De Duitse Energiewende heeft het speelveld een paar jaar geleden radicaal veranderd en daar waren deze bedrijven niet op voorbereid. Ze moeten nu als een gek investering in duurzame energie maar daarbij hangen de bruinkool- en kernenergieinvesteringen uit het verleden als een loden last om hun nek. Hubertus Zdebel houdt er rekening mee dat beide bedrijven hun verouderde activiteiten via een soort “bad bank”-constructie in een aparte rechtsvorm willen onderbrengen en min of meer failliet te laten gaan. Daar zou dan ook hun eigenaarschap van Urenco in terecht kunnen komen. Omdat je in beide gevallen met een enorme erfenis zit van zowel de bruinkoolwinning als de nucleaire installaties zou een dergelijke constructie erop neerkomen dat de Duitse overheid en dus eigenlijk de Duitse belastingbetaler de rekening gepresenteerd krijgt voor de falende bedrijfsstrategieën van beide concerns.

Hubertus Zdebel en Die Linke zijn overigens niet voor verkoop van Urenco maar voor sluiting van het concern. Dat is de meest logische stap in het kader van de Atomausstieg: als je als land besluit om je eigen kernenergiesektor af te bouwen, is het niet logisch om de nucleaire brandstof voor andere landen te blijven produceren. Anders dan Dirk Bannink is de dip die de ramp bij Fukushima teweeg bracht een tijdelijke geweest. In Duitsland en België was het de genadeklap voor de kernenergiesector, maar in Groot-Brittannië zie je dat er weer kerncentrales bijgebouwd worden en ook in de VS en Oost-Europa gebeurt dat. Als het doel van je eigen Atomausstieg het verkleinen van het gevaar op een kernramp is, dan moet je ook je buurlanden niet van de brandstof voorzien. Een ander argument voor sluiting is dat het militair gevaarlijke technologie is. Juist via bedrijfsspionage in Almelo door Abdul Qadir Khan kwam Pakistan aan zijn atoombom en zijn ook Noord-Korea, Iran en Libië aan de betreffende technologie gekomen. Een derde argument is dat veel naar Europa geïmporteerde uranium via Frankrijk uit de voormalige Franse koloniën in Afrika afkomstig is en dat de hele nucleaire sector dus een vorm van kolonialisme in stand houdt en een vierde argument zijn de enorme hoeveelheden verarmd uranium die op het terrein in Gronau opgeslagen moeten worden die vrijkomen bij de verrijking van het uranium voor derden. Waarom zouden wij voor vele duizenden jaren voor hun afval blijven opdraaien?





Eric Smaling zit namens de SP in de Tweede Kamer en heeft nu nog net geen twee jaar de energie-portefeuille in handen. Anders dan in Duitsland wordt de energiediscussie in Nederland vooral door de gaswinning in Groningen beheerst, met de omstreden bouw van kolencentrales als tweede onderwerp, de splitsing van het netbeheer en de stroomvoorziening als derde en windenergie als vierde onderwerp. Kernenergie komt hooguit op de vijfde plaats en speelt in Nederland dan nog maar op drie plaatsen: hier in Almelo, bij ECN in Petten en rond de kerncentrale en centrale opslag in Borssele.

Als het over de verkoop (of sluiting) van Urenco gaat, staat voor de SP boven tafel dat de gezamenlijke overheden geen minderheidsaandeel in het bedrijf moeten krijgen. De schets die zijn Duitse collega over de situatie van RWE en E.ON geeft maakt duidelijk dat private bedrijven in zwaar weer kunnen komen en dan soms rare dingen kunnen doen die rationeel zijn vanuit het bedrijfsbelang, maar haaks staan op het publieke belang. Dan is nodig dat er een meerderheidsaandeel bij de overheden ligt en Eric Smaling vraagt zich af of de deelstaatregering van Nordrhein-Westfalen de aandelen van de in deze deelstaat gevestigde RWE (Essen) en E.ON (Düsseldorf) niet zou over kunnen nemen.

Gevraagd naar de optie van sluiting, meldt Eric Smaling dat hij het daar nog met de Overijsselse Statenleden over wil hebben. Er is natuurlijk ook een werkgelegenheidsbelang gediend met het open houden van Urenco en de regio Twente heeft alle banen hard nodig. Bovendien schat hij in dat er in Nederland niet snel een politieke meerderheid zal ontstaan voor sluiting van Urenco. Hubertus Zdebel haast zich te melden dat dat voor Duitsland ook geldt, maar dat je als partij wel duidelijk kunt maken waar jij voor staat.



De organisatie had ook de diverse Overijsselse Statenfracties uitgenodigd hun visie in te brengen. Alleen de Statenfractie van 50PLUs maakte hier gebruik van. Leendert Lodders meldde dat hij hier vanavond vooral was gekomen om te luisteren en dat het standpunt van 50PLUS was dat er geïnvesteerd moest worden in duurzame energie. Aan de andere kant moest je dan geen sector afbouwen die in de toekomst toch nog potentie zou kunnen hebben en dus zou hij Urenco eigenlijk wel open willen houden. Navraag bij zijn Tweede Kamerfractie had hem echter geleerd dat verkoop van Urenco aan particulieren onbespreekbaar was. Er moest controle zijn over de bedrijfsactiviteiten.

Er volgen in de discussie proefballonnetjes over het bijkopen van aandelen door de Nederlandse overheid en misschien zelfs wel samen met de Duitse overheid die hetzij alleen de aandelen van RWE en E.ON zou kunnen opkomen, dan wel samen met Nederland ook de Britse aandelen. Dan zou zou je het iedereen naar het zin maken: de Britse overheid, RWE en E.ON zijn van hun aandelen af en de Urenco is volledig in handen van de (Nederlandse en Duitse) overheid.

In de zaal is in ieder geval niemand voor verkoop van (het Nederlandse aandeel in) Urenco. Gevraagd door Eric Smaling naar de betekenis van Urenco voor Almelo, meldt een aanwezig raadslid van de PvdA dat de werkgelegenheid die Urenco aan Almelo biedt minder groot is dan menigeen denkt. Van alle mensen die op het Urenco-terrein werken is volgens hem slechts 25% echt in de uraniumverrijking werkzaam; de rest werkt bij ETC of bij het spin-off bedrijf Aeronamic. Wel heeft het verdwijnen van Urenco een grote impact op het Almelose verenigingsleven die uitgebreid door Urenco worden gesponsord.


De avondvoorzitter sluit de bijeenkomst af met de suggestie om het debat voort te zetten zodra de brief van Dijsselbloem er is. Dat wordt door de organisatoren van harte toegezegd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen