woensdag 5 maart 2014

Pesterijen, openlijk geweld en meten met twee maten

Vandaag vertrokken we om 8.00 uur vanuit Bethlehem naar het iets zuidelijker gelegen Hebron. De plaats waar Abraham zijn tenten opsloeg en waar hij, zijn zoon Izaäk, zijn kleinzoon Jacob en hun vrouwen Sara, Rebecca en Lea begraven liggen. Waar in Bethlehem het graf van Jacobs tweede vrouw Rachel al het nodige te doen geeft, zijn de graven van deze aartsvaders en hun vrouwen en nog veel omvangrijker religieus twistpunt. Ons bezoek aan Hebron begon dan ook met het bezoek aan deze graven. Of liever: aan de constructie die er boven is gebouwd (de graven zelf bevinden zich onder de grond in de grotten van Machpela die Abraham kocht om Sara te kunnen begraven, zo gaat het verhaal.
 
 
De oudste delen van het huidige heiligdom dat op de graven staat is gebouwd door koning Herodes die, volgens Lucas, een massamoord onder de pasgeboren kinderen van Bethlehem zou hebben begaan. Het was een Hellenistische tempel die ruimte gaf aan de verschillende religies die iets met Abraham en de andere aartsvaders en hun vrouwen hadden. Later kwam hier een christelijke basiliek te staan. Onder de christelijke keizers van het Romeinse Rijk en ook onder de latere islamitische dynastieën, die er een moskee van maakten, konden ook de joden de graven van hun aartsvaders bezoeken en er erediensten houden. Pas door de kruisvaarders werd de synagoge gesloten en vernield en werd het complex tot (Gotische) kerk omgevormd.
 




Toen Saladin de kruisvaarders verslagen had vormde hij de kruisvaarderskerk om in een moskee. Latere islamitische heersers over Hebron bouwden er nog het een en ander bij en lieten de joden er ook weer erediensten houden, hoewel hierin niet altijd een constante lijn werd gevormd. Al vóór de door de zionistische beweging gepropageerde joodse migratie naar de Palestina woonde in Hebron een omvangrijke joodse gemeenschap. Bij de Palestijnse opstand van 1929 vonden veel joodse inwoners van Hebron de dood en de overige joodse bewoners trokken er weg. Bij de uitroeping van de staat Jsraël in 1948 woonden er geen joden in Hebron. Na de zesdaagse oorlog van 1967 kwam Hebron met de rest van de Westelijke Jordaanoever onder Israëlisch bestuur en rabbi Levinger riep joden op om Hebron terug te veroveren. De moskee boven de graven van de aartsvaders en hun vrouwen werd een gedeelde ruimte voor de joodse en de islamitische eredienst tot op 25 februari 1994, nu 20 jaar geleden, de kolonist Baruch Goldstein zijn geweer leegschoot op biddende moslims in de moskee. Vanaf dat moment zijn het moskee- en het synagogegedeelte strikt van elkaar gescheiden. Wij bezochten het moskeegedeelte waar de mausolea voor Abraham, Sara, Izaäk en Rebecca zijn. De twee laatstgenoemden midden in de moskee; de twee eerst genoemden op de scheiding met de synagoge. Sinds 1994 zijn de zes mausolea dus niet meer in één ruimte toegankelijk.



De oproep van rabbi Levinger heeft niet alleen gevolgen voor de moskee en synagoge. Zo’n 500 joodse kolonisten hebben zich verschanst in een beperkt aantal gebouwen in de oude binnenstad van Hebron, met ruim 100.000 inwoners de grootste stad van het zuidelijk deel van de Westelijke Jordaanoever en met de omliggende dorpen erbij een agglomeratie van zo’n 300.000 inwoners. Op zich zouden 500 joodse kolonisten daar geen verschil kunnen uitmaken, maar hun aanwezigheid heeft een veel grotere impact op de stad door de gigantische veiligheidsmaatregelen die de Israëlische regering voor hen meent te moeten treffen. Zo zijn er 2.200 Israëlische militairen in de stad om deze 500 joodse kolonisten te beschermen en zijn hele stukken van de oude, ooit bruisende binnenstad volledig afgesloten zodra deze, in de ogen van de Israëlische overheid, een bedreiging zouden kunnen vormen voor de kolonisten. Veel Palestijnse kooplieden hebben inmiddels besloten om hun winkeltje in de binnenstad te sluiten omdat deze nauwelijks meer rendeert; andere zijn door het Israëlisch leger gedwongen om dit te doen. 
een straat waar veel winkeliers hun winkel zelf hebben gesloten
 
een hele winkelstraat gesloten op last van het Israëlisch militair gezag
 

Op nog weer andere plekken moeten de smalle winkelstraatjes afgeschermd worden met netten omdat de erboven wonende kolonisten moedwillig allerlei troep naar beneden gooien om het de daar hun nering doende winkeliers het leven zuur te maken. In plaats van de Palestijnen die aan de grond zitten te beschermen tegen deze pesterijen van de bovenliggende kolonisten beschermt het Israëlisch leger juist de kolonisten en dat kan absurde vormen aannemen. Zo laat onderstaande foto zien dat niet de kolonisten maar de mensen in de onder “vuur” liggende winkelstraat door het leger in de gaten worden gehouden.

 
Ook staan sommige legerposten gewoon naast een “nederzetting” op het dak van Palestijnse gebouwen, zoals onderstaande foto laat zien.

 

bovenstaande post staat pal naast de post op de vorig foto /
het witte tentzeil op beide foto’s is van dezelfde tent


De twee legerposten op de bovenstaande foto’s staan pal tegenover het hotelgebouw op de onderstaande foto. Het gebouw dateert uit 1480 en zou vijf jaar geleden gerenoveerd worden met gelden van het Zweedse ministerie voor ontwikkelingssamenwerking (SIDA), maar daar stak het Israëlisch militair bestuur op het laatste moment een stokje voor zodat het monumentale gebouw volledig staat te verkrotten.
 

de plaquette dat SIDA de renovatie heeft bekostigd was al op de gevel van het gebouw aangebracht
 

Dit soort “nederzettingen” zijn enorme gebouwenkolossen met daarbinnen alle voorzieningen die de daar woonachtige kolonisten nodig hebben.

De bescherming die Palestijnse burgers kunnen krijgen in de door Israël bestuurde gebieden zoals de binnenstad van Hebron, komt van internationale NGO’s zoals Christian Peacemaker Teams en internationale statelijke oraganisaties zoals het, vooral Noorse, Temporary International Presence in Hebron (TIPH). Van de laatste groep is onderstaande foto:


Het enige dat zij echter kunnen doen is misstanden rapporteren bij de Israëlisch autoriteiten en hopen dat hun aanwezigheid nog ernstiger uitwassen kan voorkomen.

 een afgesloten winkelstraat

Iets verder konden we, via een checkpoint, een dergelijke volstrekt afgesloten winkelstraat inlopen. Onderstaande foto is daar genomen. De winkelpanden zijn dichtgelast en de mooie, nog uit de Ottomaanse tijd daterende gebouwen staan te verkrotten.
 

Israëlische burgers krijgen het onderstaande bord te zien als ze een gebied naderen dat onder Palestijns bestuur staat. Er is een Israëlische wet die hen verbiedt om deze gebieden te betreden omdat Israël hen daar niet kan beschermen. Waar de Israëlische staat de Palestijnse burgers dus zoveel mogelijk uit Israël weert, verbiedt het haar eigen Israëlische burgers de Palestijnse gebieden te betreden waardoor de twee bevolkingsgroepen slecht met veel moeite en met het risico van een geldboete de ander op kunnen zoeken. Op het kleine oppervlak dat Israël en Palestina samen vormen wordt een steeds grotere segregatie doorgevoerd.


 En mocht je deze borden negeren, dan is er altijd nog een checkpoint met Israëlische militairen in de buurt...
 

… om je te beletten Palestijns gebied te betreden.


Vanuit Hebron reisden we vervolgens verder naar het zuiden. Officieel Palestijns gebied, maar bezaaid met Israëlische nederzettingen en controleposten. Een lappendeken van A-, B- en C-gebieden, waarbij A onder “volledig” Palestijns bestuur staat, B onder Palestijns civiel bestuur en onder Israëlisch militair bestuur en C onder volledig Israëlisch bestuur.
 

Het doel van onze reis is het Palestijnse dorp Twani dat ernstig in haar voortbestaan wordt bedreigd en dat door de aanwezige van internationale burgerwaarnemers wordt beschermd. Op dit moment door vrijwilligers van de Italiaanse organisatie “Operatie Duif”. In Twani krijgen we een lunch aangeboden en worden we bijgepraat door Sara, één van 6 leden van Operatie Duif die in Twani en een paar andere Palestijnse dorpen hun werk doen.


Zij vertelt dat in 1999 alle Palestijnse dorpen ten zuiden van Twani door het Israëlisch leger werden ontruimd en enkele honderden dorpsbewonders werden verjaagd. Met hulp van Israëlische activisten werd deze zaak aan het Israëlisch Hooggerechtshof voorgelegd. De Palestijnse dorpsbewoners werden in het gelijk gesteld en konden terugkeren naar hun grotendeels verwoeste dorp dat ze vervolgens weer opbouwden. Dat gold niet voor alle dorpen. Sommigen waren inmiddels in Israëlische militaire oefengebieden komen te liggen. Hun rechtszaak loopt nog steeds. Bovendien waren vanuit de Israëlische nederzettingen zgn. “outposts” ontstaan: een soort buitenposten met het expliciete doel het door Israëli’s bewoonde gebied nog verder te vergroten. Deze outposts zijn zelfs volgens Israël illegaal, maar hen wordt feitelijk niets in de weg gelegd, terwijl Palestijnen die hun huis wilden herbouwen het risico lopen dat deze worden “gebulldozerd” omdat de vereiste vergunningen niet zijn afgegeven. Vergunningen die overigens nooit zullen worden afgegeven, zodat Palestijnen niets anders te doen staat dan zonder vergunning te bouwen. Ook de moskee in het dorp is al twee keer door het Israëlisch leger omver gehaald.

Het gebied waar Operatie Duif zich over heeft ontfermd omvat 15 Palestijnse dorpen te midden van 6 nederzettingen en evenzoveel outposts. De bewoners van deze outposts zijn erg fanatiek in het opeisen van het land en het verjagen van de Palestijnen en zijn vaak erg gewelddadig. Naast de bescherming van het Israëlisch leger hebben zij ook hun eigen veiligheidsdiensten. Sara geeft aan dat de bezettingspolitiek drie aspecten kent. Ten eerste de checkpoints en de officiële en feitelijke ontoegankelijkheid van de eigen gebieden van de Palestijnen. Sommige landbouw en weidegronden zijn de Palestijnen echt afgenomen; andere zijn formeel nog wel hun bezit maar zijn feitelijk ontoegankelijk omdat ze achter een omheining of te dicht in de buurt van een nederzetting of outpost liggen. Op de tweede plaats de regelmatige house demolitions waardoor je één dag kwijt kan zijn waar je maanden aan hebt gewerkt. En in de derde plaats veelvuldige arrestaties om veelal onduidelijke en zeer omstreden redenen.

Sara vindt het opmerkelijk dat het verzet van de Palestijnse bevolking tegen deze drie aspecten van de bezetting geweldloos blijft. De Palestijnse bevolking beseft heel goed dat gewelddadig verzet volstrekt contraproductief werkt. Er zijn verschillende strategieën voor geweldloos verzet ontwikkeld. De belangrijkste is die van de verschillende volkscomité’s die zijn opgericht in het gebied ten zuiden van Hebron en waar de verschillende acties worden gecoördineerd: onderling èn in samenwerking met Israëlische groepen en Israëlische advocaten. Een tweede strategie is het samen planten van olijfbomen met Israëlische en internationale activisten die iets minder snel bedreigd worden door het leger en de bevolking van de nederzettingen. Ook wordt samengewerkt aan de herbouw van huizen en andere gebouwen en er is een alarmsysteem om enkele honderden mensen op te roepen bij dreigende house demolitions.


Vervolgens is het de beurt van Sami, een 17-jarige Palestijn die in Twani is geboren en getogen. Hij vertelt dat het Israëlische masterplan blijkt te zijn dat de hoofdweg die het gebied ten zuiden van Hebron ontsluit tevens als grens tussen Israëlisch en Palestijns gebied zal moeten dienen en dat alle Palestijnse dorpen aan de “verkeerde” kant van de weg moeten verdwijnen. Nu dat juridisch wordt tegengehouden door het Israëlisch Hooggerechtshof wordt het geprobeerd door pesterijen. Het militair oefenterrein dat is aangelegd dient volgens hem vooral als intimidatie van de Palestijnse bevolking, maar het alledaagse pesten gebeurt door de bewoners van de outposts die het vooral op Palestijnse schoolkinderen hebben voorzien (de helden!). Twani heeft zelf geen school en de kinderen uit Twanig moeten naar een school in het dorp dat 20 minuten lopen verderop ligt. Deze weg voert echter precies tussen de nabijgelegen nederzetting en outpost door en kinderen die deze weg gaan worden door de kolonisten opgewacht en geslagen. Soms met stokken.

links de nederzetting en rechts langs de kassen en de bomen het pad van de schoolkinderen

Enige tijd geleden is Christian Peacemaker Team in Twani neergestreken om de schoolkinderen naar school te begeleiden tot in 2004 een Amerikaanse lid van dat CPT-team ook een paar flinke klappen kreeg. Dat was aanleiding tot een rel waarna de Israëlische regering heeft toegezegd het leger opdracht te geven om de schoolkinderen te begeleiden. Dat gebeurt sindsdien ook wel, maar vaak komt het leger veel te laat om de kinderen van huis of van school op te pikken en het is ook al gebeurt dat ze halverwege de tocht vertrokken en de kinderen onderweg achterlieten waarna die alsnog doelwit van gewelddadige kolonisten waren. Daarna kwam Operatie Duif om het Israëlisch leger te monitoren bij de wijze waarop zij de schoolkinderen tegen de kolonisten beschermde en om deze bescherming over te nemen wanneer het leger het weer liet afweten.
Het slaan van schoolkinderen is overigens niet de enige pesterij vanuit de kolonisten. Nog verdergaande acties zijn de vergiftiging van Palestijnse waterbronnen en de vernieling van Palestijnse olijfbomen. Het weidegebied van Sami’s familie ligt vrij dicht de nederzetting en toen hij vorig jaar de schapen van zijn familie wilden gaan weiden werd hij gearresteerd. Hij gaf aan dat hij op eigen grond was, maar dat deed er allemaal niets toe. Met een voorgestelde deal om tegen betaling van een bedrag ter waarde van paar honderd euro weer vrij gelaten te worden ging hij en ook zijn familie niet akkoord. Hij stond in zijn recht. Dat recht wist een Israëlische advocaat uiteindelijk ook wel voor hem te materialiseren, maar het heeft hem wel een flinke periode in een Israëlische gevangenis gehouden. Als toen nog 16-jarige schapenhoeder.


 Als we vervolgens weer richting Bethlehem gaan nemen we Sara en een andere lid van Operatie Duif een stukje mee. In de bus vertellen zij nog dat Operatie Duif inderdaad vooral waarneemt en aanwezig is bij schendingen van de rechten van Palestijnen, dat ze herders en landbouwers naar hun weide- en landbouwgebieden begeleiden en dat ze samen met Israëlische mensenrechtenorganisaties en advocaten lobbyen in Israël en op internationaal niveau. Behalve in Palestina is deze Italiaanse organisatie ook werkzaam in Colombia, in Albanië en sinds kort onder Syrische vluchtelingen in Libanon.
Ons volgende reisdoel was de Tent of Nations nabij Bethlehem: een Palestijnse boerderij die aan alle kanten wordt omgeven door Israëlische nederzettingen. Op onderstaande foto is een werkelijke versie van de zondagschoolplaat met de brede en de smalle weg te zien. De brede weg voert naar de nederzetting Neve Daniel en de smalle weg (waar onze bus op dit punt net op draait) naar de Tent of Nations.
 

Geheel in lijn met de zondagschoolplaat lag ook onze smalle weg bezaaid met hindernissen. Tot twee keer toe een flinke hoop stenen die de weg versperde en bovendien een groot metalen hek waar we langs moesten zien te komen.
 

Voor een auto of desnoods paard en wagen was de Tent of Nations van de buitenwereld afgesloten, zodat we een flink eind de heuvel op moesten lopen waar de Tent of Nations stond.


Eenmaal aangekomen werden welkom geheten door Daoud Nassar. Hij memoreerde heel toepasselijk het feit dat veel christelijke toeristen naar Israël en Palestina kwamen onder het motto “lopen waar Jezus ooit gelopen heeft” maar dat het voor de meeste religieuze pelgrims eerder een “rijden of gereden worden waar Jezus ooit gelopen heeft”. Met grote vaart reist men van de ene bezienswaardigheid naar de andere zonder verder iets van het land en de huidige bewoners te zien. Maar behalve al die dode stenen in Bethlehem, Jeruzalem en Nazareth zijn er ook levende stenen (“living stones”) die het ontdekken meer dan waard zijn.

De Westelijke Jordaanoever is officieel Palestijns gebied, maar 60% van dit gebied is tot C-gebied verklaard en staat dus onder Israëlisch civiel en militair bestuur. Daar komt bij dat de Palestijnse Autoriteit niet echt over het land gaat, niet over het water en andere middelen van bestaan en ook niet over de grenzen van het gebied. Daarnaast blijven Israëli’s nieuwe feiten op de grond creëren zoals de bouw van nieuwe nederzettingen en outposts, nieuwe wegen en natuurlijk de muur. Palestina is te vergelijken met een gatenkaas waarbij de kaas Israëlisch is en de gaten Palestijns.

Het vredesproces kent een soortgelijke onevenwichtigheid. Het is alsof twee mensen over de verdeling van een pizza onderhandelen, waarbij de een (Israël) alvast het ene stuk pizza na het andere verorbert en de andere (Palestina) zit te wachten tot ze ook nog iets toegeschoven kan krijgen.

De heuveltop waarop de Tent of Nations ligt wordt omgeven door vijf Israëlische nederzettingen. De kolonisten zijn naar doelbewust naartoe getrokken, maar er worden in die nederzettingen kinderen geboren voor wie dit hun geboortegrond is en die deze nederzettingen die zo snel meer zullen willen opgeven.

De grootvader van Daoud Nassar heeft in 1916 de heuveltop van 42 hectaren gekocht en dit destijds bij de toenmalige Ottomaanse autoriteiten laten registreren. Veel Palestijnen deden dit destijds niet omdat ze dan ook belasting zouden hebben moeten betalen over hun eigendommen. Het probleem is dat zij nu ook geen bewijs meer is dat hun land en hun gebouwen op dat land daadwerkelijk hun eigendom zijn. Dat bewijs heeft de familie Nassar wel. Overigens niet alleen van de Ottomanen, maar ook van de Britten, de Jordaniërs en de Israëli’s die hier achtereenvolgens het gezag uitoefenden. De familie had een huis in Bethlehem en woonde tijdens het planten en oogsten in grotten op het land. In één van die grotten waren wij deze middag verzameld.
 

In 1991 confisqueerde Israël het land van Daoud Nassar. Daarop ging de familie procederen. Eerst bij het militair gerechtshof, daarna bij het civiel hof en inmiddels bij het hooggerechtshof. Al die rechtszaken hebben de familie inmiddels een bedrag ter waarde van 150.000 dollar gekost en het is allemaal nog steeds niet opgehelderd maar zo lang de rechtszaken blijven lopen kan de familie niet van het grondgebied verwijderd worden.

Omdat ze juridisch niet weg te krijgen zijn, is, met name vanaf 2002, door de lokale autoriteiten en de bewoners van de omliggende nederzettingen de fysieke druk uitgeoefend. Er zijn op het grondgebied van de familie Nassar 250 olijfbomen omgehakt en er zijn waterbronnen vergiftigd. Familieleden en gasten zijn zelfs bedreigd met geweren. Toen het nieuws over de 250 omgehakte olijfbomen naar buiten werd gebracht heeft een Joodse organisatie uit Groot-BrittannIë 250 nieuwe olijfbomen gepland op het grondgebied van de familie Nassar. Een zeer gewaardeerd teken van solidariteit. Gesteund door dit soort initiatieven heeft de familie deze pesterijen en de fysieke druk altijd weten weerstaan.

De derde strategie die vervolgens werd beproefd was die van de verleiding. De familie Nassar heeft enorme bedragen aangeboden gekregen voor het door hen bewoonde land. Op het laatst zelfs een blanco cheque. Maar ook dit heeft men geweigerd.

En nu is de vierde strategie gaande, die van de isolatie. Er is geen waterleiding, gasleiding of elekriciteit. Sinds 2001 is de toegangsweg tot de Tent of Nations geblokkeerd. Het hek dat we hebben gezien staat er sinds drie weken. Via een flinke omweg is de Tent of Nations nog wel met een auto bereikbaar en zo transporteert Daoud dan ook zijn landbouwproducten en benodigdheden naar en van de bewoonde wereld. Die weg dreigt echter ook afgesneden te worden zodra het laatste stuk muur bij Bethlehem gebouwd zal worden. De Tent of Nations en een iets verderop gelegen Palestijns dorp zullen dan aan de Israëlische kant van de muur terecht komen. Als Palestijnen mogen ze de Groene Lijn (de officiële grens tussen Israël en Palestina) niet over en de rest van Palestina kunnen ze niet bereiken. Veel Palestijnen uit het betreffende dorp hebben met het oog daarop inmiddels al besloten om hun biezen te pakken en ook Daoud realiseert zich dat het nu echt moeilijk gaat worden.

Je kunt op drie manieren op deze verdrijvingsstrategieën regeren. De eerste is met geweld, maar dat levert alleen maar meer geweld op. Je kunt het ook opgeven; je erbij neerleggen. Velen hebben dat gedaan. Maar als je dat doet dan ben je alleen nog maar slachtoffer van de situatie en word je gevangene van je eigen frustraties. Een derde reactie is wegtrekken. De best opgeleide Palestijnen, waaronder juist veel christenen (omdat die aan allerlei missiescholen het beste onderwijs genieten), hebben hiervoor gekozen en leven thans in Europa en de Verenigde Staten. Maar door die keuze worden de heilige plaatsen van het christendom in het Midden-Oosten musea. Dode stenen in plaats van levende.

Daoud en zijn familie willen geen slachtoffer zijn en ook niet haten. Ze willen daarentegen trouw blijven aan hun geloof en ze willen dat het recht zijn loop zal hebben. Dat leidt tot de weg van de geweldloosheid. Tot het weigeren om vijanden te worden. En op dat uitgangspunt is de Tent of Nations gebaseerd.

op de linker steen staat “We refuse to be enemies – wir verweigern Feinde zu sein”

De geweldloosheid die Daoud heeft gekozen leidt tot een drietal uitwerkingen. De eerste is het omgaan met de alledaagse frustraties. Omdat je machteloos bent tegen de kolonisten uit de omliggende nederzettingen en de militairen bij de checkpoints ben je snel geneigd om de woede daarover af te reageren op vrouw en kinderen of op de vrijwilligers die bij de Tent of Nations rondlopen. Het om leren gaan met die frustraties is dus van levensbelang er zelf niet aan ten onder te gaan. De tweede uitwerking is het voeren van de diverse juridische procedures en de derde uitwerking is de openstelling van de boerderij voor anderen: “kom en zie het met eigen ogen; ga en vertel het anderen”. Er komen in dit kader vooral veel buitenlandse groepen maar ook Israëli’s en zelfs mensen uit de omliggende nederzettingen.

Een vierde, recentere uitwerking van de geweldloosheid is die van de zelfvoorzienendheid. Zeker ook met het oog op de toenemende isolatie van de Tent of Nations zou deze van levensbelang kunnen zijn. De Tent of Nations kan niet alleen van giften leven, want daarmee maak je jezelf te afhankelijk. Je zult in staat moeten zijn om je eigen broek op te houden. Zo wekt de Tent of Nations z’n eigen elektriciteit op met behulp van zonnecollectoren en probeert ze ook op andere manieren zelfvoorzienend te worden en daardoor onafhankelijk van anderen. Dat laatste heeft ook andere Palestijnse boeren in de buurt geïnspireerd waarvan enkelen weer zijn teruggekeerd naar de landerijen die ze eerder al verlaten hadden. Het idee is “sta op, verhef je stem en doe het anders”.

Er komen jaarlijks vele tientallen vrijwilligers voor kortere of langere tijd bij de Tent of Nations werken. Bomen planten en helpen bij de oogst, er worden zomerkampen voor schoolkinderen georganiseerd en er is een vrouwenproject in het Palestijnse dorp onderaan de heuvel. Daarmee los je de grote problemen niet op, maar je activeert mensen. Je leert ze dat ze niet in het lot hoeven te berusten. Volgens Daoud is het van belang om niet alleen over de problemen te spreken waarmee Palestijnen te kampen hebben, maar vooral ook over de oplossingen die ze ontwikkelen om deze problemen het hoofd te bieden. Daarmee verspreid je ook de boodschap van hoop.


Met deze boodschap keerden wij terug over de smalle weg naar onze bus die ons weer naar Bethlehem bracht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen