vrijdag 7 maart 2014

De andere kant van de muur

Om 9.00 uur vertrokken we weer zuidwaarts, richting Hebron en Tent of Nations. Maar bij de Tent of Nations namen we dit keer de “brede weg” naar de nederzetting Neve Daniel om daar met één van de daar woonachtige kolonisten te spreken en zijn kant van het verhaal te horen.

Via een groot geel stalen hek reden we de nederzetting binnen. Een totaal andere wereld dan de Palestijnse dorpen die we tot dusver hadden bezocht. Het hield het midden tussen een VINEX-wijk en een omheinde villawijk die door een eigen buurtwacht of beveiligingsbedrijf wordt bewaakt tegen ongenode gasten.

In de wijk werden we welkom geheten door Jeremy Gimpel. Althans, zo heette hij volgens ons programmablaadje en zo was hij, naar schatting zo’n 40 jaar geleden, ook in de Verenigde Staten. In Israël gebruikte hij zijn joodse naam Jeremiyah waaronder hij zich in de VS niet had kunnen inschrijven. Het ook officieel kunnen gebruiken van zijn joodse naam en het automatisch vrij kunnen zijn op de Sabbath en andere joodse feestdagen waren voor hem belangrijke redenen om naar Israël te emigreren waar zijn grootvader overigens in 1916 al was aangekomen en waar zijn vader vóór 1948 was geboren. Die vader was vervolgens naar Amerika teruggekeerd om te kunnen studeren. In Israël kon je als jood jood zijn zonder dat keer op keer te moeten bevechten en compromissen te moeten sluiten, net zoals christenen in veel christelijke landen gewoon christen konden zijn en moslims in islamitische landen moslim konden zijn.


Onze tegenwerping dat verreweg de meeste “christelijke” landen niet in hun grondwet hadden vastgelegd dat ze christelijk waren of dit als criterium gebruikten om onderscheid te maken tussen verschillende bevolkingsgroepen bestreed hij. Wij konden onze kinderen toch gewoon christelijke namen geven? En waren zondagen en christelijke feestdagen geen vrije dagen bij ons? En de Arabische of Palestijnse bevolking in Israël had dezelfde burgerrechten als joodse bevolking. Dat ze het sociaal-economisch minder hadden was toch echt niet de schuld van het staatssysteem.

Hij noemde het ook een misvatting als zou de terugkeer van joden naar Israël veroorzaakt zijn door de Holocaust. Joden probeerden wereldwijd al veel langer om terug te keren naar het land waar ze zo’n 2000 jaar geleden door de Romeinen uit waren weggejaagd. Voor hun verdrijving was de joodse staat Judea de laatste (min of meer) onafhankelijke staat die op dit grondgebied was gevestigd. Sindsdien is het gebied altijd bestuurd als onderdeel van een ander rijk: het (Oost-)Romeinse Rijk, het Arabisch Kalifaat, de Kruisvaardersstaatjes, de Mamelukken, de Ottomanen en vervolgens de Britten. Het is sinds het koninkrijk Judea dus nooit een andere staat geweest. Israël was het huis van de Judeërs of joden waar deze uit zijn weggesleept en toen ze eindelijk weer terug konden keren bleken er andere mensen in hun huis te wonen.

Volgens Jeremiyah is wel geprobeerd om het huis met deze nieuwe bewoners te delen, maar joden zijn Westerlingen geworden en hebben een heel andere beschaving dan de moslims in Palestina. Hoe die moslims bijvoorbeeld met hun vrouwen omgaan … Tijdens de Koude Oorlog heeft het Westen klaar gestaan om tegen het Oosten te vechten, maar de joden moesten in Israël een cultureel gevecht aangaan met de Arabische moslims.

Het beeld als zouden joden de Palestijnen onderdrukken is niet juist. “Niet wij, maar zij zijn de aggressors. Kijk maar: wij moeten om deze nederzetting een veiligheidshek zetten tegen aanvallen van hun. Jullie hebben Palestijnse dorpen bezocht; hebben jullie daar veiligheidshekken tegen ons gezien?” We vertelden dat Palestijnen continu bedreigd worden en nauwelijks beschermd door het leger. Dat ze misschien wel een veiligheidshek zouden willen bouwen, maar dat dat binnen de kortste keren door het leger omver zou worden gehaald zoals het leger ook hun huizen neerhaalt. Jeremiyah vond dat allemaal verschrikkelijk, maar je moet toch ook weten wat ze ons allemaal aan doen.

We kwamen over de muur te spreken. Volgens Jeremiyah was de bouw ervan de schuld van het Westen. Voor de Oslo-akkoorden leefden joden en Palestijnen gewoon door elkaar, maar de Amerikanen en Europeanen hebben “ons” een Twee-Staten-oplossing opgelegd waarin ze onderscheid hebben gemaakt tussen joden en Palestijnen die beide in een afgebakend gebied moeten wonen. Na Oslo is met de bouw van de muur begonnen. Ook een Westers idee: kijk maar naar de muur die Amerika op de grens met Mexico bouwt om de Mexicanen te beletten de grens over te steken. Als je twee staten wil, heb je een grens en een grens moet je handhaven. Dat de Amerikanen die muur op hun eigen grondgebied bouwen en de Israëli’s (soms heel diep) op het grondgebied van de Palestijnen vond hij maar betrekkelijk. Over het exacte verloop van de grens zijn we het nog niet eens en de loop van de muur is bepaald op grond van de militaire verdedigbaarheid van de grens en niet op basis van wat diplomaten op de tekentafel hebben uitgestippeld.

De muur is heel nadelig voor de Palestijnen, erkent Jeremiyah, maar ook hij heeft er last van. Voor de muur kon ik gewoon in Bethlehem komen en daar over de markt struinen of boodschappen doen. Ook bij Palestijnen. Maar sinds de muur kan ik daar feitelijk niet meer komen. De muur is een heel slecht idee en zou meteen weer weg moeten. Desgevraagd zegt ook Jeremiyah voor een Eén-Staat-oplossing te zijn waar joden en Palestijnen samen kunnen wonen. Palestijnen hebben het goed in Israël, zo beweert hij en wijst ter onderbouwing van deze stelling dat toen in het voorjaar van 2011 overal in de Arabische wereld de Arabische bevolking in opstand kwam tegen de Arabische machthebbers, de Arabische bevolking binnen Israël gewoon thuis bleef. Kennelijk zag die geen aanleiding om in opstand te komen tegen de Israëlische regering, hetgeen maar bevestigd dat Arabieren in Israël beter af zijn dan Arabieren in de omringende Arabische landen.

We voerden aan dat binnen een Eén-Staat-oplossing de joodse bevolking de meerderheid zou kunnen verliezen (als je Israël en Palestina op dit moment zou samenvoegen en geen Palestijnse vluchtelingen zou laten terugkeren zouden de joden in die gecombineerde staat nog een nipte meerderheid hebben die ze echter vrij spoedig zouden kunnen verliezen omdat de bevolkingsgroei onder de Palestijnen groter is). Zo’n Ene Staat zou dus niet èn joods èn democratisch kunnen zijn. Dat risico erkende Jeremiyah, maar hij had er alle vertrouwen in dat joden in de meerderheid zouden blijven en dat de eenheidsstaat een democratie kon blijven. En mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan was dat de schuld van de vele miljoenen joden buiten Israël die weigerden om naar hun huis terug te keren. Jeremiyah bleek niet voor niets kandidaat te hebben gestaan voor de “Joodse Thuis partij”, hoewel onze begeleider Toine van Teeffelen betwijfelde of zijn opmerkingen over de Eén-Staat-oplossing en het prevaleren van het democratisch karakter boven het joodse karakter van deze staat ook het partijstandpunt was.
 

Over het democratisch karakter van Israël en van de door hem bepleite Ene Staat zei Jeremiyah nog dat het de bijbelse opdracht was om goed te zijn voor anderen in hun land, wat dan toch weer een opmerkelijke overeenkomst vormt met de positie van Arik Ascherman van Rabbis for Human Rights. Jeremiyah zei zelfs: “Ik zou liever dit land verliezen dan dat ik de joodse waarden zou verliezen.” Over de Twee-Staten-oplossing zei hij nog dat de Verenigde Staten hun eigen belang hebben die niet parallel loopt met het belang van de joden in Israël. Wat hij daar exact mee bedoelde hebben we hem helaas niet gevraagd. Wel confronteerden we hem met een tweetal uitspraken van Cedar Duaybis, namelijk dat 80% van de joden in Israël niet in God zouden geloven en dat Jezus Palestijn was. Beide uitspraken verwees hij naar het rijk der fabelen.

Inmiddels stond de bus weer klaar en moesten we afscheid nemen. Toen we allemaal in de bus zaten klom ook Jeremiyah nog even de bus in om ons te bedanken voor ons bezoek en de bereidheid om naar hem te luisteren. Hij benadrukte dat ook hij het liefste vrede en wilde en dat zijn kinderen het leger niet in zouden hoeven. We zouden de rest van de dag nog niet uitgesproken raken over dit opmerkelijke bezoek.

De rest van de dag kon als vrije dag in Jeruzalem worden doorgebracht. Het belangrijkste dat daar nog gedaan kon worden was het naar beneden wandelen van de Olijfberg naar de Oude Stad, omdat de meeste musea en andere bezienswaardigheden, zoals Yad Vashem, vanwege de Sabbath al voorin de middag hun deuren zouden sluiten.

Zelf bleef ik in Bethlehem achter om een bezoek te brengen aan Zoughbi Zoughbi met wie ik vier jaar lang in het internationaal bestuur van de International Fellowship of Reconciliation (IFOR) heb gezeten en die mij in die periode meermalen heeft uitgenodigd hem in Bethlehem op te komen zoeken. Zoughbi is oprichter en directeur van Wi’am: het Palestijns Centrum voor Conflictoplossing. Wi’am is het Arabische woord voor “hartelijke verbondenheid”.
 

Het centrum richt zich op het oplossen van conflicten op lokaal, nationaal en internationaal niveau en werkt onder andere ook samen met het Arab Educational Institute (AEI). Er werken zo’n 9 mensen, als trainers, bemiddelaars, publicisten en als “gewone” kantoorkrachten. Zoughbi zelf doceert ook nog aan de Universiteit van Bethlehem en schrijft regelmatig over de onderdrukking van Palestijnen en de westerse betrokkenheid hierbij, onder andere hoe zeer christelijke Palestijnen last hebben van christelijke zionisten in het Westen. Daar is ook de internationale poot van Wi’am op gericht.

In zijn kantoor tref ik dan ook een Amerikaanse die bezig is om in Seattle een Amerikaanse afdeling van Wi’am op te zetten en met Zoughbi en diens jongste zoon werkt aan een website (www.wiam-usa.org) om publicaties van Wi’am maar ook diverse mogelijkheden tot samenwerking en ondersteuning onder de aandacht van het Amerikaanse publiek te brengen.
 

Als ik Zoughbi vertel over ons bezoek aan de nederzetting Neve Daniel en ons gesprek met één van de daar woonachtige kolonisten is hij direct geïnteresseerd. Over het streven naar Eén Staat en het weghalen van de muur kunnen we het snel met elkaar eens worden, zo stelt Zoughbi, maar hij vreest dat de Palestijnen in die Ene Staat uiteindelijk toch tweederangsburgers zullen worden en slaven van de joodse Israëli’s.

Halverwege ons gesprek wordt hij plotseling weggehaald om te bemiddelen in een conflict tussen twee Palestijnse burgers van Bethlehem. “Het werk gaat door,” zo verzucht hij, terwijl hij één van zijn collega’s vraagt mij een rondleiding te geven door het pand van Wi’am. Ook alledaagse conflicten gaan natuurlijk door, zo werd me eerder deze week ook al duidelijk uit de verhalen van onze gastheer die vanuit de gemeenteraad van Beth Sahour, een andere voorstad van Bethlehem, is betrokken bij een huurconflict van zijn overbuurman en ons daar al het nodige over heeft verteld.


Zoals ik tijdens onze wandeling door Bethlehem van afgelopen dinsdag al had waargenomen ligt het Wi’am centrum pal tegen de muur aan en het bemiddelingswerk van Wi’am, dat zich vaak in de open lucht afspeelt, vindt dus altijd plaats in de schaduw van die muur. Volgens de medewerker die mij rondleidt ligt een stuk grondgebied van Wi’am ook achter de muur. Ze zijn dus nog een stuk grond kwijtgeraakt.
 

Later op de middag komt ook nog een Duitse vredesactivist binnenwandelen die deel uitmaakt van een rondreis van Pax Christi uit Hessen die deze zelfde week in Bethlehem doorbrengt maar niet bij gastgezinnen maar in een hotel is ondergebracht. Ook zij hadden vanmiddag een vrije middag waarop hij besloot om Zoughbi en Wi’am te bezoeken.
Het inmiddels tamelijk internationale gezelschap (een Amerikaanse, een Duitser en een Nederlander) dat nu op de burelen van Wi’am verblijft wordt door Zoughbi uitgenodigd om mee te gaan naar een protestviering die elke vrijdagmiddag net buiten Bethlehem, eigenlijk Beth Jala, wordt gehouden. Het gaat om een klooster annex wijnboerderij van de paters Salesianen dat tevens een belangrijk jongeren- en onderwijscentrum vormt voor de jeugd van Beth Jala.
 


Dit voor de christelijk Palestijnse bevolking van Beth Jala zeer belangrijke centrum, Cremisan geheten, dreigt binnenkort achter de Israëlische afscheidingsmuur te verwijnen en daarmee volstrekt ontoegankelijk te zijn voor de jongeren van Beth Jala. Of het klooster en de wijnboerderij vervolgens nog door de Salesianen voortgezet kunnen worden is ook maar zeer de vraag. Volgens Zoughbi zou de agglomeratie Bethlehem met Cremisan sowieso één van de weinig overgebleven groene gebieden verliezen en blijft enkel een stad zonder groen buitengebied over, omringt door een muur.
 


In de groende velden rond Bethlehem zijn we getuige van een soort openluchtmis waar vooral jongeren van Beth Jala op af zijn geworden. Aan het eind van de viering rijden talloze schoolbusjes voor die deze jongeren weer naar huis brengen. Van de preek van één de priesters heb ik helaas weinig meegekregen omdat deze (natuurlijk) in het Arabisch werd gehouden.
 

Op de terugweg naar Bethlehem wordt ons nog gewezen op de voor Palestijnen ontoegankelijke snelweg die vanuit Hebron langs, onder en boven Bethlehem naar Jeruzalem voert.
 

Vrijwel gelijktijdig met de groep die haar vrije middag in Jeruzalem heeft doorgebracht kom ik om half zeven bij het Huis van Verhalen van het Arab Educational Institute aan waar we hebben afgesproken om het Palestijnse deel van onze studiereis met Toine van Teeffelen af te sluiten. Gevraagd naar onze indrukken worden deze “indrukwekkend” en “inspirerend” genoemd. Het laatste slaat met name ook op de verrassend open houding die we bij de meeste gesprekspartners hebben aangetroffen. Tegen de verwachtingen in worden geen loopgraven betrokken maar proberen velen juist vooruit te kijken naar hoe het nu verder moet.
 

Als inspirerend figuur wordt vooral de rabijn van Rabbis for Human Rights genoemd en zijn constatering dat er nu eenmaal grenzen zijn van wat je nog kunt dulden. De website van de Oecumenische Vrouwengroep Twente-Bethlehem luidt www.kleinkanveel.nl en dat laat precies zijn wat deze organisatie doet. Ook trof ons de “kalme strijdvaardigheid” en de kracht vanuit het geloof terwijl datzelfde geloof ook zoveel verdeeldheid heeft gezaaid in dit land en voor belangrijk deel debet is aan de ellende in dit land.
De ontmoeting met de kolonist vanochtend riep grotere verdeeldheid op, maar het confronteerde ons ook met onszelf en de muren die we moeten slechten in onze eigen leefomgeving. Hebben wij, in overdrachtelijke zin, ook geen hekken en muren opgetrokken om ons af te schermen van anderen? Een ander opmerkelijk feit is dat zowel aan Palestijnse als Israëlische kant heel negatief wordt gesproken over de Oslo-akkoorden van 1993 en dat deze zelfs als “contraproductief” werden bestempeld, terwijl we daar in het Westen toch een belangrijke basis voor een uiteindelijke oplossing in zagen. Confronterend is ook de uitspraak van de kolonist dat het juist door Europa mis gaat.
 

Vervolgens wordt afscheid genomen van Toine die het stokje overdraagt aan Maaike Hoffer van Nes Ammim die onze begeleider zal zijn tijdens het tweede, Israëlische deel van onze studiereis. Hij wordt bedankt voor de evenwichtige benadering waarin hij ons kennis heeft laten maken met het bestaan van mensen achter de muur. Velen konden daardoor ook de indringende verhalen plaatsen van hun gastgezinnen. Dat indringende verhaal kregen wij pas die laatste avond van ons gastgezin te horen. Hoe ze 40 dagen achtereen in hun eigen huis opgesloten hadden gezeten en kinderen uit de buurt die het waagden om even naar een winkel heen en weer te rennen door Israëlisch militairen werden doodgeschoten. Soms ging het daarbij om de enige zoon in een gezin, in het Midden-Oosten een grote slag.
Ook kwam op deze avond in ons gastgezin het foto-album ter tafel waaruit duidelijk bleek dat de vrouw des huizes en haar dochters niet altijd al een hoofddoek hebben gedragen. Ook het fotoboekje over het verblijf in Enschede kwam op tafel. Grappig om in Bethlehem foto’s te zien van zo vertrouwde plekken thuis. In het gastenboek dat ze bijhielden en dat wij ook moesten tekenen zag ik twee namen staan van mensen die ik uit de landelijke vredesbeweging ken en die de afgelopen jaren kennelijk in hetzelfde huis hebben overnacht. Het schept een gevoel van verbondenheid die ons gastgezin tot uitdrukking bracht door ons enkele attributen van een Mekka-ganger cadeau te doen en waardoor Sebastiaan qua uiterlijk daadwerkelijk transformeerde in een gelovig moslim:
 




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen