vrijdag 18 april 2014

Demonstratief de grens over

Met een niet al te grote groep van slechts vier personen fietsten we vanochtend vanuit Enschede naar het aan de andere kant van de grens gelegen Gronau waar om 12.30 uur bij de hoofdingang van Urenco de reeks Paasmarsen van start ging die dit Paasweekend in Nordrhein-Westfalen gelopen zou worden. Voor het vierde achtereenvolgende jaar liepen de antikernenergie- en de vredesbeweging hier gezamenlijk te hoop tegen het proces van uraniumverrijking dat van essentieel belang is voor zowel kernenergie als kernwapens. Het motto van de Paasmars in Gronau was dan ook “Stoppt die Urananreicherung für Atomkraft und Atombomben”.



Bij Urenco Gronau aangekomen kwamen ons nog een aantal Nederlanders en ook de klanken van Martina uit Aken al tegemoet. Naar later bleek van een protestlied tegen dat zowel in het Duits, het Nederlands als het Engels was gezongen: de talen van de landen waarin Urenco vestigingen heeft.




Udo Buchholz las enkele belangrijke onderdelen van uit de politie-verordening rond deze protestactie voor, waaronder het verbod om vuurwapens bij ons te hebben of om de bedrijfsvoering van Urenco niet in gevaar te brengen. Het zou mooi zijn, aldus Udo, als in de vergunning van Urenco ook dergelijke bepalingen zouden staan met betrekking tot militair gebruik en het leven van de bevolking van Gronau.



De eerste spreekster was Hannelore Tölke, bestuurslid van de Duitse vredesbeweging DFG-VK (Deutsche FriedensGesellschaft – Vereinigte KriegsdienstgegnerInnnen) in Nordrhein Westfalen). Zij herinnerde de aanwezigen eraan dat de traditie van de Paasmarsen in 1958 in Engeland was begonnen met een vierdaagse protesttocht van Londen naar Aldermarston waar de Britse kernwapens werden ontwikkeld. In de tijd van de Koude Oorlog waren de Paasmarsen vooral gericht tegen de op diverse plaatsen in Europa gestationeerde kernwapens, maar volgens Tölke waren we vandaag bij Urenco Gronau weer terug bij het begin.



De bestaande faciliteiten van Urenco Gronau zijn in principe geschikt om ook brandstof voor kernwapens te produceren. Maar ook gaat het tegenwoordig niet alleen maar om de reeds gestationeerde (en bijna vergeten) kernwapens, maar zal de vredesbeweging zich ook weer moeten verzetten tegen de ontwikkeling van een hele nieuwe voorraad, modernere kernwapens die het huidige arsenaal zouden moeten vervangen.



De tweede inleider was Anthony Lyamunda van de organisatie CESOPE uit Tanzania. Met steun van het Russische uraniumbedrijf Rosatom en Urenco wil de regering van Tanzania uraniummijnbouw bevorderen en uitgroeien tot de zevende uraniumproducent te wereld. Het zou goed zijn voor de ontwikkeling van het land en van de bevolking, maar volgens Anthony en zijn organisatie laten de uraniummijnen elders in Afrika (met name Niger en Namibië) duidelijk zien dat de bevolking er niets mee op schiet, van haar middelen van bestaan wordt beroofd en ook nog eens wordt blootgesteld aan het giftige en radioactieve uraniumoxide dat boven de grond wordt gehaald en waar kwistig mee wordt gemorst.





De derde en laatste spreker bij de hoofdpoort van Urenco was Dirk Seifert van Robin Wood opriep tot een publieke discussie over de verkoop van Urenco en daarbij benadrukte dat dit bedrijf een groot veiligheidsrisico vormt als het om non-proliferatie van kernwapens gaat.



Daarna gingen we lopen, van de hoofdingang van Urenco naar de achterzijde van het bedrijf waar de ene opslaghal na de andere verrijst om het in grote hoeveelheden als afval geproduceerde verarmd uranium op te kunnen slaan. We waren uiteindelijk met iets van 400 mensen, pers en politie niet meegerekend.









Bij de Maria-kapel die achter Urenco in het bos staat legde Stefan Kubel van de Aktionsbündnis Münsterland gegen Atomanlagen uit dat dit verarmd uranium jarenlang naar Rusland werd geëxporteerd maar dat de Duitse, Nederlandse en Russische antikernenergiebeweging daar een paar jaar geleden een einde aan hebben kunnen maken. Het afval moet nu op het terrein blijven en dat maakt aanschouwelijk welke omvang het Urenco-concern qua wereldwijde uraniumverrijking heeft. Stefan benadrukt daarbij dat Urenco Gronau geheel buiten beschouwing is gelaten bij het besluit van de Duitse regering om per 2021 geen kerncentrales meer in bedrijf te hebben. Ook als de laatste Duitse kerncentrale over zeven jaar wordt gesloten blijft Urenco gewoon doorproduceren voor de rest van de wereld.



Ook hij ging nog in op de verkoop van Urenco en benadrukte dat die vooral de wens van de Duitse eigenaren RWE en Eon is die geld vrij willen maken om in andere vormen van energievoorziening te kunnen investeren en daarom van hun aandeel in Urenco af willen, ondanks het feit dat het bedrijf nu eindelijk winst maakt. Er zouden onlangs eindelijk vragen van Die Linke over de verkoop zijn beantwoord, waaruit zou blijken dat de Duitse regering zelfs een beursgang voor mogelijk houdt. Stefan roemt de open discussie die op dit moment in Nederland over de verkoop van Urenco wordt gevoerd (sic) en houdt dat de Duitse overheid als voorbeeld.



De laatste aangekondigde spreekster is Angelika Claussen van de IPPNW (International Physicians for the Prevention of Nuclear War). Natuurlijk is de grootste dreiging op dit moment de crisis rond Oekraïne waar de twee grootste kernwapenmachten ter wereld tegenover elkaar staan. Maar de nucleaire keten speelt ook een rol bij (ogenschijnlijk) veel kleinschaliger oorlogen. Zij vertelde dat het Franse leger in Mali verarmd-uranium-munitie inzette, ondanks het feit dat uit eerdere inzet van verarmd-uranium-munitie in de Golfoorlog en in de Kosovo-oorlog was gebleken dat dit grote en ook langdurige gevolgen had voor de gezondheid van de burgerbevolking. In Mali werden ook Duitse (en overigens ook Nederlandse) militairen ingezet en zij riep via de aanwezigen de regering op om stelling in te nemen tegen het gebruik van verarmde uranium munitie.




Hoewel zij eigenlijk de laatste spreekster was, kwam het slotwoord toe aan een vertegenwoordiger van de Osnabrücker FriedensInitiative (OFrI) die een verklaring voorlas over de huidige spanningen in en rond Oekraïne en het publiek voorhield dat een Koude Oorlog iets uit het verleden was en ook moest blijven. Samenwerken in plaats van confrontatie moest het devies zijn.



En richting aankomende Europese verkiezingen was de oproep ook duidelijk:



en:



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen