vrijdag 4 april 2014

artikel Kerk & Stad: "Zelfreflectie binnen de Israëlische samenleving"

Vandaag verscheen het april-nummer van het maandblad Kerk & Stad van de Protestantse gemeenten Enschede en Usselo met daarin het onderstaande artikel met een "korte impressie" van de studiereis.



Hieronder de volledige tekst van het artikel:




Zelfreflectie binnen de Israëlische samenleving

Na eerdere reizen in 2006 en 2010 organiseerde de Oecumenische Vrouwengroep Twente-Bethlehem van 3 tot en met 12 maart 2014 een derde studiereis naar Palestina en Israël. Het was de bedoeling dat dit tevens een gemeentereis van de Protestantse gemeente Enschede zou worden, maar toen daar onvoldoende belangstelling voor bleek is deze reismogelijkheid onder de aandacht van anderen gebracht. Dat gebeurde via eigen kanalen en via de lokale organisaties in Palestina (het Arab Educational Institute) en Israël (het door Nederlandse en Duitse christenen gestichte dorp Nes Ammim). En zo ontstond een zeer divers reisgezelschap van 20 personen qua woonplaats variërend van Delft tot Enschede en van Leeuwarden tot Breda. Onder hen uiteindelijk drie Enschedeërs: Corrie Kuyvenhoven, Margreet Stroo en Jan Schaake. Laatstgenoemde hield een weblog van deze reis bij die nog steeds is na te lezen op http://hetnabijeoostennabijtwente.blogspot.nl/search/label/studiereis. Hieronder een heel korte impressie.

Focus op Israël
Bij eerdere reizen stond vooral de situatie van de Palestijnse bevolking centraal en hierover is in de verslagen van die reizen uitvoerig gesproken en geschreven. Over de Muur, Israëlische militairen die in grote delen van Palestina gewoon hun gang gaan en over de uitzichtloosheid van de situatie. In deze reis hebben we, na ons verblijf van de eerste vijf dagen in Palestina, ook kennis gemaakt met een groot aantal initiatieven aan Israëlische zijde die het vermelden waard zijn. Aan de ene kant viel ons op dat de Muur en het onrecht dat we in Palestina ervoeren aan de Israëlische kant nauwelijks zichtbaar zijn. Tegelijkertijd zagen we bij diverse Israëlische organisaties een worsteling met de vraag wat voor samenleving de Israëlische zou moeten zijn. In deze veel te korte samenvatting van onze ervaringen daarom even de focus op het Israëlische deel van onze studiereis.

Een focus overigens, waarin we ons gesterkt weten door een uitspraak van de allerlaatste van de 26 sprekers die onze tiendaagse reis tot een studiereis maakten: een Palestijn uit Haifa die zijn hoop uitsprak in een nieuwe joodse generatie in Israël die op dit moment nog niet aan de macht was, maar dat over een aantal jaren wèl zou zijn. Een generatie die de Tweede Wereldoorlog en het Europees antisemitisme enkel van horen zeggen en hun bezoeken aan de getto’s en vernietigingskampen in Polen kenden. Maar voor wie het samenleven met de Palestijnse bevolking in Israël alledaagse realiteit is. Ook de oorspronkelijk uit Enschede afkomstige Tanja die ons rondleidde in het door de overlevenden van de getto-opstand van Warschau gestichte allereerste holocaustmuseum in Israël verzette zich tegen de door de Likoed-regeringen gevormde Israëlische staatsideologie waarin het joodse slachtofferschap wordt benadrukt. Zij bepleitte het op de voorgrond plaatsen van een andere les die je uit de holocaust zou kunnen trekken: het samen leven met anderen. Het waren ook vooral joodse jongeren uit Israël die we tijdens het Israëlische deel van onze studiereis hadden ontmoet en die ons deelgenoot maakten van hun worsteling met de (joodse) identiteit van de Israëlische samenleving.

Een ideale samenleving
Terwijl we nog in Palestina waren bezochten we ook een kolonist in de nabij Bethlehem gelegen nederzetting Neve Daniel. Volgens hem hadden de Palestijnen in Israël het goed. Als bewijs voerde hij aan dat “de Arabieren” in 2011 in diverse landen tegen de eigen Arabische overheid in opstand zijn gekomen, maar niet in Israël. Dat kan waar zijn, maar in Israël hoorden we van zowel joodse als Palestijnse kant dat de Palestijnen in Israël tweederangsburger zijn van een staat met een hen vreemde identiteit in een land dat (ook) het hunne is.

De stelling dat er in 2011 niets aan de hand was in Israël werd gelogenstraft in ontmoeting die we hadden met één van de voorvrouwen van de sociale protestbeweging die in Israël in de zomer van 2011 uiteindelijk 1 miljoen mensen op de been kreeg. Zij vertelde dat de oorspronkelijke dromen van de pioniers die iets nieuws wilden beginnen in Israël is vervangen door de Amerikaanse Droom die voor de meeste mensen uiteindelijk toch vooral het najagen van een illusie inhoudt.

De twee dagen daarna spreken we in Nazareth Illit en Haifa met twee Israëlische jongeren die actief zijn binnen de Socialistisch-Zionistische Jeugdbeweging. Ook zij benadrukken dat veel oorspronkelijke joodse migranten naar Israël gevoed werden door idealen van nieuw vormen van samenleven die vorm gegeven werden in de door hen gestichte kibboetsen. Die kibboetsen hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het land en de staatsinstellingen, maar hebben die rol inmiddels verloren en daarmee is ook de invloed van deze idealen sterk teruggelopen. De genoemde jeugdbeweging heeft deze idealen weer nieuw leven ingeblazen door zich, nu het land tot ontwikkeling is gekomen, te richten op het tot ontwikkeling brengen van de Israëlische samenleving. In Nazereth Illith heeft men daartoe een stadskibboets ingericht die zich richt op onderwijs- en jongerenprojecten in sociaal zwakkere wijken van de stad; in Haifa is de jeugdbeweging actief in stadsvernieuwingsgebieden en het bij elkaar brengen van de volstrekt gescheiden levende Palestijnen, Russische, Ethiopische en Westerse joden in de stad. “Al doende maken wij de Israëlische samenleving gereed voor vrede met de Palestijnen,” aldus de jongerenwerker in Haifa.

Religieuze waarden
Ongeveer de helft van de joodse bevolking van Israël is religieus (orthodox tot extreem-orthodox) en de andere helft is seculier (enkel etnisch of cultureel joods of nog iets liberaler dan wat we in Nederland liberaal-joods noemen). Die twee groepen zijn sterk gescheiden omdat ze hun eigen, door de staat gefinancierde, scholen hebben, net als de 20% Palestijnen die in Israël wonen. Een en ander leidt tot vrijwel geheel van elkaar gescheiden groepen in de Israëlische samenleving, enigszins vergelijkbaar met de verzuiling in Nederland.

De moordaanslag op Rabin in 1995 door een orthodoxe jood leidde tot een grote schok bij de seculiere joden, die daarop met andere ogen naar de religieuze joden keken en deze als bedreiging voor de Israëlische samenleving begonnen te zien. Tegen deze achtergrond werd in 1996 de “seculiere yeshiva” (talmoedschool) opgericht om (volonderwijs te geven in de waarden van de joodse religie en met het oogmerk de kloof tussen beide groepen te overbruggen. Eén van de belangrijkste vragen daarbij is welke rol de joodse religie in het Israëlische staatsbestel speelt. Desgevraagd vond ook onze inleider van de seculiere yeshiva dat de eis van de Israëlische regering om in de huidige vredesbesprekingen de Palestijnen de joodse identiteit van de staat Israël te erkennen enigszins absurd. De Israëlische politiek heeft namelijk nooit vast kunnen leggen wat ze er zelf onder verstaat en mede om deze reden heeft Israël nog steeds geen grondwet. Hij neemt vervolgens de zogenoemde Status Quo doctrine van David Ben Goerion met ons door waarin deze uiteenzet dat de Israëlische staat de joodse religie nooit zou kunnen opleggen aan de Israëlische bevolking, maar dat diezelfde staat wel zoveel mogelijk de joodse gebruiken zal onderhouden zoals het eerbiedigen van de sabbat en het aanbieden van koosjere maaltijden in de staatskantines.

Volgens de liberale rabbijn Arik Ascherman gaat het echter niet alleen om de joodse gebruiken maar ook om joodse waarden waar de staat zich door zou moeten laten leiden. En daarin vindt hij de Israëlische staat in tal van opzichten falen. Reden voor de oprichting van de organisatie “Rabbis for Human Rights” waarvan hij de voorzitter is. De organisatie keert zich, net als de eerdergenoemde sociale bewegingen, tegen de toenemende dominantie van het neoliberalisme waardoor een belangrijk deel van de Israëlische bevolking onder het bestaansminimum is geraakt, maar daarnaast ook tegen het onrecht in de Palestijnse gebieden.

Daarbij kun je volgens een bevlogen Arik Ascherman niet passief blijven toekijken. De organisatie Rabbis for Human Rights heeft een aantal advocaten in dienst die namens de Palestijnen rechtszaken aanspannen, maar ook proberen ze veelvuldig een menselijke blokkade op te werpen als het Israëlisch leger tot de sloop van Palestijnse huizen en dorpen overgaat. Bij die gelegenheden is Ascherman regelmatig gearresteerd en eenmaal belandde hij met een Palestijnse jongen in een cel. Na hun vrijlating liet die Palestijnse jongen aan de verzamelde Arabische pers weten dat hij bang was geweest maar dat een lange man met een keppeltje hem in de cel had gezegd niet bang te hoeven zijn. Ascherman vraagt ons vervolgens wie zich nu daadwerkelijk voor een duurzame vrede tussen Israël en de Palestijnen inzet: het Israëlisch leger dat dag in dag uit haat zaait of hij die in eigen land als landverrader wordt gezien maar die in de herinnering van een jonge Palestijn is gegrift als een lange man met een keppeltje die hem zei niet bang te hoeven zijn.





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen