donderdag 30 april 2015

Chinese één-kindpolitiek heeft oorsprong in Twente

In juli en augustus dit jaar organiseert Arago, de studievereniging van UT-studenten Technische Natuurkunde, een studiereis naar China. In het kader van de voorbereidingen hierop vond op donderdagavond 30 april organiseerden zij samen met Studium Generale een bijeenkomst over China met een inleiding door oud-tafeltennister èn NRC-correspondent Bettine Vriesekoop. Het was een volle bak met tenminste 150 mensen.


Vriesekoop maakte meteen al duidelijk dat zij het vanavond niet ging hebben over de Chinese economie of over de rol van China op het wereldtoneel, maar over verhoudingen tussen mannen en vrouwen in China, zowel op maatschappelijk als relationeel niveau. Dit mede op basis van haar onlangs verschenen boek “Dochters van Mulan – hoe vrouwen China veranderen”.


Hua Mulan is een Chinese heldin uit de vierde eeuw na Christus. Als een soort Jeanne d’Arc hulde zij zich in mannenkleren en vocht 14 jaar lang in het Chinese leger om China te beschermen tegen de Xiong nu die het land in haar voortbestaan bedreigden. Toen na 14 jaar de strijd gewonnen was, keerde ze naar haar dorp terug. In het leger was die 14 jaar niet ontdekt dat ze eigenlijk een vrouw was.

Mulan staat in China op een voetstuk en de ballade waarin haar leven en heldendaden worden bezongen staat als verplichte literatuur op het lesprogramma van alle Chinese scholen. Ergens is dat vreemd, omdat de keuze die Mulan maakt haaks staat op de Chinese normen en waarden als het om de plaats van de vrouw gaat. Het is volgens Vriesekoop één van de vele paradoxen die je in China tegenkomt. Niets in China lijkt wat het is.

China lijkt een land van gelijkberechtigde vrouwen en mannen, maar met name achter de voordeur heersen de traditionele rolpatronen nog. Veel vrouwen trachten zich daaraan te ontworstelen en doen daarbij zelf ook een beroep op de Chinese traditie waarbij ze dan afstand nemen van de dominante stroming van het Confucianisme en zich baseren op het Taoïsme van Lao Tse of Laozi, zoals de naam tegenwoordig wordt gespeld.

Confucius benadrukte het belang van een strakke maatschappelijke ordening voor een harmonieuze samenleving. Jong diende respect te hebben voor oud; de slaaf voor zijn meester. Alleen de relatie tussen vrienden was gelijkwaardig. Voor vrouwen gold een drievoudige gehoorzaamheid: eerst aan haar vader, daarna aan haar man en tenslotte aan haar zoon. Het baren van zonen was ook de belangrijkste taak voor een vrouw bij Confucius.

Bij Laozi is de verhouding tussen mannen en vrouwen iets gelijkwaardiger dan bij, volgens de gangbare opvatting, zijn tijdgenoot Confucius. Hij ging uit van een natuurlijke ordening, waarin niet ingegrepen mocht worden. Daarmee is Laozi ook een belangrijke inspiratiebron voor de Chinese milieubeweging. In de natuurlijke ordening zag Laozi een energetische wisselwerking tussen mannen en vrouwen.

Hoewel het boek Tao Te Ching (of Daodejing) dat aan Laozi wordt toegedicht volgens Vriesekoop in nog meer talen vertaald is dan de Bijbel, was en is het Confucianisme met grote afstand dominant binnen het Chinese denken, ondanks het feit dat het Taoïsme en Boeddhisme ook veel aanhangers in China hebben en deze drie stromingen door de meeste Chinezen als de drie grote Chinese filosofieën worden beschouwd.

Het Confucianisme wordt veelal geassocieerd met de “lotusvoetjes”: het afbinden van vrouwenvoeten zodat deze in het “ideale” geval kleiner dan een duim blijven. Deze traditie ontstond echter pas duizend jaar na de dood van Confucius en werd geïntroduceerd door een Chinese keizer in de zevende eeuw van onze jaartelling die zodanig onder de indruk was van de voetjes van een ballerina die voor hem danste, dat hij het verplicht stelde voor zijn concubines vanwaar het gebruik zich verspreidde via de adel, de hogere kringen en uiteindelijk ook naar de midden- en zelfs de onderklasse. Aan het eind van het Keizerrijk, iets meer dan 100 jaar geleden, had 70 tot 90 procent van de Chinese vrouwen in min of meerdere mate afgebonden voeten. Dat betekende dat ze nauwelijks konden lopen en niet alleen cultureel maar ook fysiek aan huis gebonden waren. Veel vrouwen, zo’n 10%, stierven ook ten gevolge van allerlei infecties die het gevolg waren van deze afgebonden voeten.

Hoewel het dus geen onderdeel is van het Confucianisme, wordt verschijnsel, maar ook de moord op pasgeboren dochters dat al van vóór de één-kind-politiek dateert, wel geassocieerd met het Confucianisme en kan er in ieder geval door gerechtvaardigd worden. Tegenover deze “lotusvoetjes” staan de zogenaamde “zwaardvrouwen”, waarvan Hua Mulan de archetype is, die geassocieerd worden met het Taoïsme en daarin ook hun rechtvaardiging vinden.

De positie van vrouwen is na de val van het Keizerrijk in 1911 natuurlijk wel veranderd. Na de val van het Keizerrijk na de nationalistische Kuomintang de regering over en voerde de zogenoemde “witte terreur”. In deze tijd, min of meer gelijk met de strijd om het Vrouwenkiesrecht in Europa en Aletta Jacobs in Nederland, waren ook in China feministen actief. In de jaren dertig brak de burgeroorlog tussen de Kuomintang en de communisten uit die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd opgeschort toen nationalisten en communisten zij-aan-zij vochten tegen de Japanners die vreselijk in het land hebben huisgehouden, waarna de burgeroorlog in 1945 weer werd hervat en een paar jaar later eindigde met de overwinning door de communisten van Mao. In 1949 werd de Volksrepubliek China uitgeroepen.

Mao realiseerde zich dat hij de vrouwen nodig had bij zijn strijd om de macht over China. Hij ondersteunde dus de strijd om vrouwenrechten maar kapselde deze wel in in zijn klassenstrijd. Desalniettemin gaf hij na de machtsovername prioriteit aan huwelijks- en scheidingswetgeving en verbood polygamie, uithuwelijking en prostitutie.

Vrouwen hadden onder Mao meer rechten gekregen, maar tegelijkertijd werd er ook meer van hen verlangd en de onderliggende culturele waarden veranderen niet door wetgeving. In het door Confucianisme gedomineerde land bleef de belangrijkste taak dus nog steeds het baren van zonen en was ook het huishouden het domein van de vrouw. Daar had Mao in feite alleen maar het land bewerken en het voorop lopen in de revolutie aan toegevoegd. De culturele ongelijkheid die bleef bestaan ondanks de formele gelijkheid van mannen en vrouwen, kwam onder andere aan het licht bij de grote hongersnood van 1958 waarbij vrouwen zichzelf het schaarse brood ontzegden en dit aan de mannen gaven. Er zijn daardoor 50 miljoen meer vrouwen dan mannen ten gevolge van de hongersnood gestorven.

Ook het één-kindbeleid pakte negatief uit voor de vrouwen. Dat Chinese één-kindbeleid heeft overigens zijn wortels aan de Universiteit Twente, zo verhaalt Vriesekoop. Tijdens een conferentie op de campus van de toen nog Technische Hogeschool in 1975 drinkt de Chinese wiskundige Song-Jian, eigenlijk een raketdeskundige, een biertje met de emeritus-hoogleraar wiskundige systeemtheorie Geert Jan Olsder die zich, geïnspireerd door het in 1972 Rapport “Grenzen aan de Groei” van de Club van Rome bezig hield met wiskundige modellen voor demografische ontwikkelingen. Olsder legde Song op de achterkant van een bierviltje de theoretische mogelijkheden uit om wiskunde te gebruiken om de omvang van de bevolking te plannen. Bij zijn terugkeer naar China nam Song meteen contact op met de Chinese autoriteiten en werd vervolgens een invloedrijke regeringsfunctionaris die de basis legde voor de één-kindpolitiek die in 1979 werd ingevoerd.

In de wiskundige modellen die aan deze één-kindpolitiek ten grondslag lagen, werd echter (wederom) geen rekening gehouden met de nog immer dominante, Confucianistische culturele basis van Chinese samenleving die met name het privédomein bepaalt. Vrouwen moeten zonen baren en het doden van dochters vlak na de geboorte was al langer praktijk. De één-kindpolitiek leidde dus tot een massale ‘gendercide’.

Volgens hedendaagse wiskundige modellen kun je uitrekenen dat er in 2020 24 tot 30 miljoen meer mannen dan vrouwen zullen zijn in China. Dat zal leidt tot mentale problemen en sociale onrust, precies wat Confucius nu juist wilde voorkomen. Nu al zie je een toename van kidnapping en prostitutie. Dat veel mannen ongehuwd “overblijven” ligt voor de hand, maar Vriesekoop benadrukt dat daarnaast ook sprake is van een grote groep vrouwen die veroordeeld zijn tot een leven als single: 21% van alle vrouwen tussen de 25 en 40 is single. Ook dat heeft met de cultuur te maken. Vrouwen doen het goed op universiteiten en in het bedrijfsleven. Ze maken carrière. Maar het is not done dat ze een huwelijk zouden kunnen aangaan met een man die minder opgeleid of succesvol is. Hoogopgeleide en carrière-vrouwen zijn dus heel vaak single, terwijl de helft van alle laagopgeleide mannen nog ongetrouwd is. Dit is een maatschappelijk probleem dat veroorzaakt wordt door het feit dat de culturele patronen niet of nauwelijks meeveranderd zijn met de maatschappelijke patronen.


Het dooretteren van “oude vormen en gedachten” geldt ook de verhouding tussen mannen en vrouwen binnen een relatie waar de man altijd nog de baas is. 40% van de vrouwen in China zijn slachtoffer van huiselijk geweld. En tot 2001 werd dit door de wetgever niet erkend als grond waarop ze konden scheiden. Er vinden in de Chinese samenleving talrijke protesten tegen seksediscriminatie en huiselijk geweld plaats, zoals die van de actiegroep Young Women Rights Act die op de bovenstaande foto in met bloed besmeurde bruidsjurken door Bejing lopen om aandacht te vragen voor huiselijk geweld. Ze zijn opgepakt en tot een voorwaardelijke straf van 20 jaar veroordeeld voor het geval ze deze of een soortgelijke actie zouden herhalen. De vergelijking met Pussy Riot dring zich op, maar Vriesekoop benadrukt dat ze het in China wel uit hun hoofd laten om tegen de president of tegen de regering te protesteren, zoals Pussy Riot dat wel doet tegen Poetin.

Deze drie activisten behoren tot de categorie “zwaardvrouwen” waarvan Vriesekoop een aantal in haar boek en ook in haar presentatie voor het voetlicht wil brengen. In de presentatie passeren vier vrouwen de revue. Lan Lan, een ex-prostituee die zich thans inzet voor aids-preventie onder haar oud-collega’s. Li Yinhe, een groot sociologe in China die vergeleken wordt met Simone de Beauvoir en die niet alleen strijd tegen gevestigde seksuele rolpatronen maar ook voor de legalisering van alternatieve vormen van relaties en seksualiteit. De aanstaande behandeling van een wet tegen huiselijk geweld wordt aan haar doorzettingsvermogen toegeschreven. Ai Ke is een actrice en collega van de drie vrouwen op de foto. Zij brengt in China de vaginamonologen. Goa Yu tenslotte doet haar hele leven aan Tai Chi en was olympisch kampioen Wushu. Zij beschouwt zichzelf als een echte zwaardvrouw, een strijdster, en heeft geaccepteerd dat ze daarmee als schrikbeeld geldt voor de meeste Chinese mannen en dat een relatie er voor haar niet in zal zitten.

Maar, zo benadrukt Vriesekoop, het traditionele denken is niet alleen een probleem bij Chinese mannen. De vele eeuwen van lotusvoetjes en dochtermoord is als het ware in de genen van de Chinese vrouw gaan zitten.

Gevraagd naar de datum waarop je de eerste vrouwelijke presidente van China zou mogen verwachten, stelt Vriesekoop dat dat pas zal gebeuren nadat de Communistische Partij haar “keizerlijke almacht” heeft moeten afstaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen