donderdag 28 mei 2015

Alevitisme van binnenuit

Elf maanden na de (soennitische) islam en twee maanden na de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap, stond vanavond een derde belangrijke religieuze stroming onder de uit Turkije afkomstige migranten “In het Licht van Vrede”: het alevitisme. De inleider, Ali Bingöl, maakte duidelijk dat hij het alevitisme wilde presenteren zoals dat door alevieten zelf werd gezien en niet zoals anderen het alevitisme (willen) zien. Daarbij moest hij aangeven dat er onder alevieten zeer uiteenlopende opvattingen zijn op wat het alevitisme is en dat als hier een andere inleider had gestaan, de toehoorders mogelijk een heel ander verhaal zouden horen. 


Het alevitisme is een oude godsdienst, mogelijk teruggaand op het zoroastrisme, dat elementen in zich op heeft genomen van het later op het toneel verschenen jodendom, christendom en islam. In Turkije heeft het alevitisme zo’n 18 miljoen aanhangers (ongeveer een kwart van de bevolking), in de rest van het Midden-Oosten nog eens 6 miljoen, in Europa 1 miljoen en in Nederland zo’n 100.000. Dat laatste is dus ook ongeveer een kwart van de in totaal in Nederland levende 400.000 mensen van Turkse afkomst.
Het alevitisme laat zich volgens Bingöl het beste omschrijven als een streven om “insami kamil”, volmaakt mens, te worden. Daartoe is het alevitisme een weg: Yol. Deze weg bestaat uit 4 poorten, in totaal bestaande uit 40 treden en 12 diensten. Ook de “musahiplik”, het verblijf van jonge alevieten bij een peetfamilie, maakt onderdeel uit van de geestelijke ontwikkeling.

Als “volmaakt mens” is de aleviet “één met God” (Enel Hak). De kern van die volmaaktheid en de eenheid met God draagt de mens in wezen echter al in zich, ook al heeft hij de hele weg nog niet afgelegd. De meeste alevieten leggen volgens Bingöl ook niet de volledige weg af, doen daar ook geen poging toe, maar volstaan bijvoorbeeld met de eerste poort.

Het in principe één met God zijn betekent echter dat je ook de goddelijk essentie in de mens zelf moet onderkennen en dat deze naar boven gebracht en in de dagelijks praktijk vorm gegeven kan en moet worden. Dat leidt ertoe dat in het alevitisme de mens centraal staat en dat het alevitisme als een humanistisch geloof te kwalificeren is en volgens velen zelfs als een vorm van humanisme.

Binnen het alevitisme wordt wel gezegd dat het grootste, belangrijkste boek dat gelezen moet worden de mens zelf is en niet de Tenach, het Nieuwe Testament of de Koran. En wat je zoekt is niet in Mekka, Jeruzalem of Rome te vinden maar in jezelf. Een en ander wordt heel mooi verwoord in het gedicht van één van de zeven alevitische “heilige troubadours”, Pir Sultan Ali, dat onze inleider Ali Bingöl als volgt heeft vertaald:

Ik ben de spiegel van het universum 
Ik kan de tora schrijven 
Het nieuwe testament opzetten 
De koran kan ik aanvoelen 
Aangezien ik een mens ben. 

In Turkije wordt het alevitisme echter vooral als een deel van de islam gezien, ook door (een deel van de) alevieten zelf. Volgens Bingöl is dat vooral een gevolg van de door alevieten gevolgde strategie om onder de islam te kunnen overleven. Anders dan jodendom en christendom werd het alevitisme door de opkomende islam niet als godsdienst erkend. Door bepaalde elementen van de islam over te nemen en zichzelf te presenteren als onderdeel van de islam, kon het alevitisme toch overleven.

Als voorbeeld van een hierbij gebruikt camouflage-tactiek noemt Bingöl de alevitische drie-eenheid die aanvankelijk bestond uit universum-mens-natuur maar om door de islam geaccepteerd te worden is omgezet naar Hak (God)-Mohammed-Ali. De hier genoemde Ali is de schoonzoon van Mohammed die een belangrijke rol speelt binnen het alevitisme, maar volgens andere alevieten is de Ali die steeds weer opnieuw opduikt in de alevitische traditie eigenlijk een heel andere Ali en is de gelijkstelling met de schoonzoon van Mohammed ook een voorbeeld van een dergelijke camouflage-tactiek.

Probleem van bijna anderhalf millennium camouflage is dat er grote onduidelijkheid, onenigheid en onzekerheid bestaat over wat het alevitisme nu precies is. Op dit moment uit zich dat in Turkije zelfs als een generatieconflict. Volgens de oudere generatie zijn alevieten gewoon moslims, volgens jongeren kan dat niet het geval zijn, omdat alevieten vanouds alles doen wat God volgens de islam verboden heeft (zoals alcohol drinken, varkensvlees eten) en niet doen wat God volgens de islam geboden heeft (naar de moskee gaan, vasten tijdens de ramadan, om maar een paar uiterlijkheden te noemen).

De afgelopen 30 jaar was het alevitisme in staat om in Turkije uit haar eeuwenlange schulp te kruipen en is een ware emancipatie op gang gekomen. Hierin spelen de alevitische gemeenschappen in het buitenland, met name die in Duitsland, een belangrijke rol, waar wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar de oorsprong en het wezen van het alevitisme en ook een opleiding voor de geestelijke leidsmannen, de “dede”, is opgezet. De reconstructie van het alevitisme is nog volop in ontwikkeling en in Turkije zijn alevieten ook veel vrijer geworden om voor de eigenheid van hun geloof uit te komen, zij het dat ze nog steeds worden achtergesteld omdat ze bijvoorbeeld geen (erkende) gebedshuizen mogen hebben.

Vanuit het publiek komt op dit punt de vraag of de alevieten 100 jaar geleden ook vervolgd werden tijdens de genocide op de Armeense en Aramese bevolkingsgroepen in het Ottomaanse Rijk. Bingöl vertelt dat dit niet zo was, omdat de Armeniërs en Arameeërs zich als christenen onderscheidden van de islamitische Turken terwijl de alevieten, dankzij hun camouflage-tactieken, door de Turken als moslims werden gezien.

In Nederland gingen de alevieten tot voor kort gewoon op in de grote groep Turkse Nederlanders en waren als aparte geloofsgemeenschap niet als zodanig bekend. Daarin zitten nog sporen van de eeuwenlange overlevingsstrategie in het Midden-Oosten. Als gevolg van de toenemende negatieve berichtgeving over de islam echter, krijgen alevieten steeds meer behoefte om als aparte gemeenschap naar buiten te treden en om te vertellen wie zij zijn en welke waarde zij hechten aan hun geloof. Door hun Turkse of Mediterrane uiterlijk worden ze desondanks vaak als moslim gezien en net als veel Aramese jongeren zich ter onderscheiding van Turkse moslims met kruizen tooien, dragen alevitische jongeren het zwaard van Ali of symbool van Pir Sultan Ali (die een de veel door alevieten bespeelde sas of baglama boven zijn hoofd heeft als zijn “wapen”). 


In Nederland zijn de meeste alevieten verenigd onder de koepelorganisatie HAKDER waar 17 van de 23 lokale alevitische verenigingen bij aan zijn gesloten. Zes verenigingen zijn dat dus niet en dat komt door verschillende opvattingen over het wezen van het alevitisme. Naar die opvattingen is een paar jaar geleden onderzoek gedaan en daar kwamen 6 profielen uit naar voren: 
  1. alevieten die hun alevitische identiteit vooral baseren op de islam 
  2. alevieten die hun alevitische identiteit ontlenen aan de islam en het humanisme 
  3. alevieten die hun alevitische identiteit vooral baseren op het humanisme 
  4. alevieten die hun alevitische identiteit vooral baseren op verzet tegen onderdrukking 
  5. alevieten die hun alevitische identiteit koppelen aan secularisme 
  6. alevieten die hun alevitische identiteit koppelen aan atheïsme 
Dit overzicht illustreert dus de eerdergenoemde onduidelijkheid, onenigheid en onzekerheid over wat het alevitisme nu precies is en ook dat een andere inleider vanavond mogelijk een andere verhaal had gehouden. De diversiteit binnen de alevitische gemeenschap op het gebied van herkomst, levensbeschouwelijke achtergrond en politieke opvattingen vormt volgens Bingöl een uitdaging voor de alevitische organisaties en kan enerzijds tot spanningen leiden. Anderzijds kan deze pluriformiteit juist ook bijdragen tot verdieping en verrijking van de alevitische identiteit. 


Daar komt volgens Bingöl nog bij dat tegen de achtergrond van het actuele islamdebat, dat door fundamentalistische opvattingen wordt beheerst, het alevitisme kan bijdragen aan een meer evenwichtig beeld van de religieuze achtergrond van verschillende minderheden. De Nederlandse samenleving is gebaat bij de inzet en participatie van alle bevolkingsgroepen, ook van minderheidsgroepen zoals de alevieten, met hun eigen leefstijl en cultuur en de humanistische waarden van het alevitisme kunnen juist in deze tijd een belangrijke brugfunctie vervullen tussen de islam en het christendom of onze geseculariseerde samenleving.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen