maandag 21 november 2016

Verduisterende Wereld

Vanavond werd in de theaterzaal van Concordia de documentairefilm “Shadow World” vertoond van Johan Grimonprez op basis van het gelijknamig boek van Andrew Feinstein. Een ontluisterende film die je zwartste vermoedens, die je eigenlijk niet waar wil hebben, veelvuldig bevestigt en laat dat het allemaal nog veel erger is dan je vreesde. Vooral het onderscheid dat gemaakt wordt tussen een wereldbevolking die overal op aarde smacht naar vrede en die continu wordt bedreigd en bedrogen door een elite bestaande uit wapenhandelaars en politici die enkel op haar eigen gewin uit is, is huiveringwekkend.


Aan het begin van de film horen we getuigenissen en zien we beelden van soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven zaten en er op Kerstavond uitkropen toen ze aan de andere kant van de frontlinie het “vrede op aarde” hoorden zingen. Op de filmbeelden waren echter vooral sneeuwvlakten te zien en op enig moment werd duidelijk dat de verbroederingstaferelen die daar vertoond werden niet aan het loopgravenfront in het Westen, maar aan het Duits-Russische front in het Oosten waren geschoten. In 1917, dus vermoedelijk niet op Kerstavond maar mogelijk na de Russische revolutie en de daaropvolgende wapenstilstand.

Het commentaar in de film gaat daar echter niet verder op in, maar laat in de getuigenissen van de Kerstavond aan het Westelijk front doorklinken dat deze verbroederingstaferelen de militaire leiding natuurlijk helemaal niet zinde en dat de generaals hun officieren opdracht gaven de soldaten weer in de loopgraven te commanderen en desnoods op onwilligen te schieten.

De (Eerste Wereld)oorlog die alle oorlogen zou beëindigen en alle landen in de wereld rijp zou maken voor democratie heeft volgens het daaropvolgende commentaar de oorlogen geenszins beëindigd en uiteindelijk vooral de wapenindustrie aan de macht geholpen. De rest van de film laat vervolgens aan de hand van diverse interviewfragmenten met onderzoeksjournalisten, leden van parlementaire onderzoekscommissies en klokkenluiders zien hoe met name sinds de jaren ’70 grote wapenbedrijven (met name BAE, Lockheed Martin en Halliburton worden genoemd), via omkoping maar ook via de uitverkoop die verschillende overheden hebben gehouden van elementaire onderdelen van de ministeries van defensie of buitenlandse zaken de politiek feitelijk in hun zak hebben: Ronald Reagan, Margareth Thatcher, George W. Bush, Tony Blair, maar ook Barack Obama en Thabo Mbeki. In dit geheel blijkt Prins Bernhard slechts een kleine jongen te zijn geweest. De tweede helft van de Koude Oorlog was voor rest van de wereld helemaal geen “koude” oorlog, maar een hete, alles verzengende. Dat gold nog meer voor de jaren daarna.

Terwijl de hele wereld vooral vrede wil, worden we met ons allen in de tang gehouden door een kleine kliek die zichzelf verrijkt door ongegeneerd het ene na het andere land in het verderf van de oorlog te storten. Want wapens kun je alleen blijven verkopen als je ook zorgt dat ze gebruikt worden zodat er weer nieuwe aangeschaft moeten worden. “Niet het islamitisch terrorisme maar de westerse wapenlobby heeft het Midden-Oosten in de huidige situatie gebracht,” zo klinkt het in de film. En wat deze firma’s betreft, die met hun steekpenningen en lobbyïsten, de politici in hun zak hebben, blijft het Midden-Oosten en daarmee de hele wereld het toneel van een permanente oorlog.

Verontrustend is ook de analyse dat de Verenigde Staten ten tijde van de Eerste Wereldoorlog eigenlijk nog maar een klein land waren. Kleine landen in een grote wereld moeten goede diplomaten hebben, die goed kunnen onderhandelen, gevaren kunnen inschatten en compromissen kunnen sluiten. Zodra je groot en militair oppermachtig bent, hoef je dat allemaal niet meer. Je hoeft geen compromissen meer te sluiten, de grieven van de tegenstander te begrijpen of wat dan ook; je verplettert hem gewoon. De VS, zo stelde één van de geïnterviewden, hoeven niet alleen niet meer te onderhandelen: ze kùnnen het ook niet meer. Ze zijn hun diplomatieke vaardigheid kwijt en benaderen de rest van de wereld alleen nog maar vanuit hun militaire kracht.

Het is een film met indringende reportages uit Chili, Gaza, Syrië en Afghanistan, om er maar een paar te noemen. In de theaterzaal van Concordia was de woede zo af en toe te voelen en in ontsnappende sisgeluiden te horen. In de documentaire werd de uitspraak van Augustinus aangehaald dat hoop is gestoeld in woede en moed. De woede was in de zaal aanwezig. De moed van de onderzoeksjournalisten, parlementariërs en klokkenluiders, waarvan een aantal zijn of haar carrière inmiddels, onder druk van de wapenlobby, in rook heeft zien opgaan, werd in de documentaire geëtaleerd. Maar of deze twee ingrediënten ook tot hoop leiden? In de film zit een fragment van een Syrisch meisje dat voor de camera een liedje zingt over haar droom. En van het ene moment op het andere wordt ze weggeblazen door een bom…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen