vrijdag 11 november 2016

Door het raken van de snaar komt het verhaal los

De vierde en laatste reeks miniconcertjes in het kader van de Week van Respect werd gespeeld door Göksel Yilmaz. Een geboren Enschedeër, met een Twents accent (zo werd geconstateerd), een Turkse naam, maar van Arabische afkomst. Een gemengde identiteit die ook tot uitdrukking komt zijn professionele bespeling van de gitaar, de sas en de ud.


Anders dan zijn twee voorgangers in het miniconcerten-Festival De Oriënt, die beiden oriëntaalse blaasinstrumenten bespeelden, kan een snaarinstrumentbespeler er ook bij zingen. Het verhaal over de muziek vertellen, maar ook in de muziek een verhaal vertellen. Göksel deed vandaag allebei.



Op deze vrijdag begonnen we al in de ochtend op het Gereformeerd Kindcentrum De Fontein in Enschede. In toerbeurt kwamen in totaal de ruim 100 leerlingen van de zes hoogste groepen langs in de aula om naar Göksels muziek en uitleg te luisteren. Voor een aantal groepen was dit in combinatie met de muziekles die ze vandaag kregen.


Göksel beschreef de ontwikkeling van de ud. Oorspronkelijk uit Iran kreeg het zijn naam in het Arabisch (waar “ud” iets als “stuk hout” of “stok” betekent) en vestigde zich als dominant snaarinstrument in de Arabische wereld. Ook het Middeleeuwse Europa kreeg ermee te maken en via het Franse l’oud (“de ud”) kwam het in de Nederlandse taal als “luit” terecht. Zo wordt het instrument nog steeds genoemd. In het door de Arabieren veroverde Spanje ontstond een variant van de ud die in de moderne tijd de luit als dominant snaarinstrument in Europa zou verdringen: de gitaar. De leerlingen kregen te zien waarin de ud en de gitaar overeenstemmen en verschillen.

Ook werden een paar Arabische liedjes op de ud gespeeld hetgeen door een leerling van Aramese afkomst uit groep 4 of 5 aan haar klasgenoten, voor wie dit vreemd was, werd toegelicht met de woorden: “elk land heeft z’n eigen deuntjes”.


Na de school in Enschede Oost ging deze tocht via de Openbare Bibliotheek in Enschede Centrum naar het Geert de Leeuwhuis in Enschede West. Een tehuis en dagbesteding voor mensen met een ernstig hersenletsel waardoor de meeste bewoners ook een fysieke handicap hebben.


De herkenning van de muziek en de liederen vond in het Geert de Leeuwhuis vooral plaats bij een aantal personeelsleden die hier werkten en die niet alleen genoten van “hun” muziek maar ook van de kennismaking die de bewoners en cliënten van het Geert de Leeuwhuis er nu (veelal voor het eerst) mee maakten. Zij vonden het mooi, maar wilden bij de liederen ook graag weten waar het over ging. Dat werd dus niet alleen muzikaal, maar ook verbaal verhalen vertellen voor Göksel. Maar de waardering werd hierdoor alleen maar groter.


Het slotakkoord van het miniconcertjes-Festival De Oriënt werd vanavond gezet met twee gelijktijdig plaatsvindende concertjes: één in Enschede Zuid en één in Enschede Noord, zodat op deze slotdag ook alle Stadsdelen zijn aangedaan.


Voor Enschede Zuid kwam Emrah Oguztürk nog een keer terug om voor bewoners van het verpleeg- en verzorgingshuis De Posten te spelen. De verhalen kwamen los van een bewoonster wier dochter muziekdocent was en een bewoner die 16 jaar in Turkije had gewerkt. Beiden waren op de een of andere manier bekend met muziek uit de Oriënt. Andere bewoners een stuk minder, maar uit de mond van twee dames viel in onvervalst Twents het volgende op te tekenen: “mooie klank’n hoor, wa eem wenn’n”.


In Enschede Noord speelde Göksel Yilmaz in een huiskamer-setting in BEIEN: het Bewoners Initiatief Enschede Noord voor een sociale, duurzame en hechte wijk. De muziek werd hier ingebed in een reeks bredere verhalen. Het verhaal van de ontmoetingsplaats voor wijkbewoners met verschillende culturele achtergronden dat BEIEN wil zijn en van de noodzaak om het onderlinge begrip te bevorderen. Maar ook de politiek-maatschappelijke verhalen die in de liederen worden vertolkt. Liederen die op het eerste gehoor over de liefde gaan, maar waarin ook kritiek wordt geuit op de Ottomaanse overheersing van bijvoorbeeld het huidige Syrië, over de repressie in het Turkije van de jaren ’50 en ’60 en over de Israëlische bezetting van Palestijnse gebieden. Dat laatste onder andere in een muzikale vertolking van een gedicht van de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen