zondag 24 januari 2016

Werken aan sociale cohesie en saamhorigheid voor het te laat is

Vanmiddag hield stichting Ebru in Hengelo een "brunch voor een betere samenleving". Stichting Ebru is een Overijsselse stichting met in ieder geval afdelingen in Hengelo en Deventer en een afdeling in oprichting in Enschede. Van oudsher is het volgens coördinator Salih Baran in diens openingswoordje, een stichting die zich inzette voor hulp aan de alleramsten in ontwikkelingslanden, maar recent is de doelstelling verbreed naar het bestrijden van het naast elkaar bestaan van parallelle samenlevingen in Nederland. In dat verband wil men de activiteiten die tot dusverre vooral voor de eigen vrijwilligers en (islamitische) achterban werden georganiseerd nadrukkelijk openen voor 'autochtone' Nederlanders en landgenoten met nog weer andere culturele achtergronden.



De circa 150 aanwezigen - hele gezinnen uit de achterban van stichting Ebru, vertegenwoordigers van maatschappelijke groeperingen en mensen uit de buurt - namen vervolgens plaats aan tafeltjes en genoten daar van een uitgebreide brunch en van de ontmoeting met elkaar. Tijdens het eten werden twee liederen ten gehore gebracht: één over vriendschap en één over wereldvrede.




Nadat de meeste mensen al voor de tweede keer hadden opgeschept en zelfs dat al weer grotendeels achter de kiezen had werd de eerste helft van de documentaire-film "The Imam and the Pastor" vertoond. Het ging over imam Muhammed Askafa en pastor James Wuya uit het Nigeriaanse dorp Yelva Shendam waar al langere tijd een heftige strijd tussen moslims en christenen woedt.

In indringende portretten van de imam en de dominee werd duidelijk hoe deze aanvankelijk vol overtuiging aan de strijd deelnamen en zowel vrienden en familieleden als eigen lichaamsdelen in de strijd verloren hebben.

De imam vertelde dat hij uit een familie voortkwam die zichzelf beschouwde als hoeder van het islamitisch erfgoed in Nigeria en vele imams leverde. De familie behoorde tot de Arabisch sprekende Hausa die zichzelf als heersers in het betreffende deel van Nigeria beschouwden en in ieder geval de economische bovenklasse vormden. Tot de Britse koloniale macht zijn intrede deed en het Engels de bestuurstaal werd in plaats van het Arabisch. De familie van Askafa verzette zich daar heftig tegen en hield vast aan de islam en de Arabische taal.

De dominee had het over zijn eigen roeping als gewone jongeman die aanvankelijk alleen maar naar de kerk ging om met vrouwelijke kerkgangers te flirten maar plotseling geraakt werd door een preek van de predikant en zelf uiteindelijk evangelist werd in een pinkstergemeente. Zijn religieus fanatisme vertaalde zich aanvankelijk politiek en hij werd leider van een christelijke militie die tegen de moslims vocht. "Mijn haat tegen de moslims kende geen grenzen," zei hij in de film. Met name nadat hij in de gevechten zijn rechterhand was kwijtgeraakt.

De strijdgroep waartegen hij vocht werd geleid door Askafa, die zich op enig moment onder het gehoor van een andere imam bevond die over verzoening preekte. Hij zei: "de wet is gebaseerd op het vergelden van kwaad door kwaad, maar de koran leert ons het kwaad te vergelden door het goede." Van de profeet Mohammed werd verteld dat hij ooit tijdens een preek werd uitgejouwd en met stenen werd bekogeld. Een engel daalde naast hem neer en vroeg hem of hij de daders met de dood zou straffen, maar Mohammed gebood hem dat na te laten en de daders te vergeven. Deze preek stemde Askafa tot nadenken.

Het was echter de gouverneur van Kaduna die beide leiders bij elkaar bracht en hen opriep met elkaar in gesprek te gaan. James Wuya was daar helemaal nog niet aan toe, maar toen Askafa een bezoek had gebracht aan James' op sterven liggende moeder, ging bij hem ook een kniop om. Een predikant in de Nigeriaans hoofdstad Abuja zei hem "Je kunt Gods woord niet verkondigen als je zelf vol haat zit." Dat leidde er bij hem toe om de uitgestoken hand van Askafa toch aan te nemen en aan een verzoeningsproces te beginnen. Verzoening, zou was hij tot het inzicht gekomen, is de enige mogelijkheid, want het voortzetten van de strijd leidt geheid tot genocide.

Op dit punt werd de film stopgezet. Het restant is te zien op youtube: 



Na deze film, die beslist de moeite waard is om eens in zijn geheel bekeken te worden, sprak Alper Alasag, secretaris van Platform INS. Alper is geboren in Oldenzaal en dus een geboren Twentenaar, maar werkt al een flink aantal jaren in Rotterdam. Aanvankelijk bij de stichting Islam en Dialoog maar na een fusie van deze stichting met een andere stichting bij Platform INS. Voor Alper en mij was het overigens een hartelijk weerzien. In het verleden hebben we insensief samengewerkt en we hebben samen een week door Istanbul getrokken.



In zijn toespraak verwees Alper naar een onderzoek waaruit bleek dat 80% van de autochtone bevolking geen contact met allochtonen heeft en, hoewel dat niet was onderzocht, vreest hij dat het omgekeerde eveneens geldt. We leven in dit kleine land met twee (en mogelijk meer) bevolkingsgroepen grotendeels langs elkaar heen.

"Nigeria" komt dan wel heel dichtbij. En de vluchtelingen die we nu in grote aantallen opvangen zullen ook zeker tot meer spanningen leiden. Dat doen ze nu al. De les die we van Nigeria kunnen leren is dat we op tijd moeten beginnen, voordat het tot die gewelddadige botsingen komt waarbij tienduizenden het leven laten. We moeten de problemen niet laten escaleren. Dan is bemiddeling of mediation nodig; nu kunnen we het misschien nog met een intensieve dialoog af. Dat betekent dat bruggen geslagen moeten worden en dat we elkaar moeten opzoeken. 

De situatie op Ambon is daarom ook een andere dan die in Nigeria. Op Ambon bestond al een traditie van dialoog en daardoor zijn botsingen tussen moslims en christenen naar, ondanks een aantal incidenten, altijd beperkt gebleven. In Nederland hebben we een polder-traditie en wat dat aan gaat dus eigenlijk ook wel goede papieren dat het ook hier goed kan gaan, maar dat gaat niet vanzelf.

Op landelijk niveau bestaan al heel veel dialoog-initiatieven. Met de Raad van Kerken, maar ook via seculiere groeperingen als landelijke koepels van Turken, Marokkanen en andere bevolkingsgroepen. Voor een echte dialoog is het gesprek tussen landelijke bestuurders echter niet voldoende. Deze zal aan de basis moeten plaatsvinden. En wat dat betreft is Alper heel blij met het initiatief van stichting Ebru om op diverse plekken  in Overijssel vier keer per jaar dit soort ontmoetingen rond een maaltijd te organiseren en hoopt hij dat dit initiatief zich nog verder mag uitbreiden.



Als Enschede voor Vrede, Raad voor Levensbeschouwingen en Religies Enschede en de Wereldvredesvlam Twente kregen we gelegenheid onszelf en onze ontmoetingsactiviteiten kort voor te stellen en de Vredesmuur in de zaal op te stellen waar door verschillende aanwezigen ook vredeswensen op werden geschreven. We vonden het een heel inspirerende bijeenkomst en hebben hier ook een aantal ideeén opgedaan voor de activiteiten die we zelf de komende tijd nog willen organiseren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen