vrijdag 9 december 2016

Hoe om te gaan met de crisis in Turkije?

Vanmiddag hield de Stichting VredesWetenschappen (SVW) in het gebouw van de Hogeschool Den Haag haar jaarlijkse symposium onder de titel “Turkey and a Region in Crisis – how diplomacy can be made to work better”. De hoofdgast was Hugh Pope van de International Crisis Group. In zijn introducerend praatje verwees SVW-voorzitter Jaap de Wilde naar een ware woordenstrijd binnen de stichting of de Engelse vertaling van de naam Peace Sciences of Peace Research zou moeten zijn. De eerste is de beste vertaling, maar de tweede zou als vlag de lading beter dekken en waarschijnlijk ook beter aansluiten bij de spreker van vanmiddag.


De International Crisis Group werd namelijk in de jaren na de Koude Oorlog opgericht om door middel van onderzoek gewapende conflicten te voorkomen en te werken aan een vreedzame wereld. Was het met deze doelstelling tijdens de Koude Oorlog opgericht, dan had het volgens Jaap de Wilde, stellig “vredescentrum” geheten, maar na de Koude Oorlog heeft de terminologie “oorlog en vrede” plaatsgemaakt voor “conflict en crisis”. “Vredesstudies” noemen we nu ook “conflictstudies”. De International Crisis Group is dus een moderner verschijnsel dan het Polemologisch Instituut in Groningen waar Jaap de Wilde zijn carrière is begonnen.



Hugh Pope was, na zijn studie in Oxford, jarenlang correspondent in het Midden-Oosten, met name in Turkije, o.a. voor de Wall Street Journal. Hij heeft een aantal boeken op zijn naam staan: “Turkey Unveiled: A History of Modern Turkey” (1998), “Sons of the Conquerors: The Rise of the Turkic World” (2005) en “Dining with al-Qaeda: Three Decades Exploring the Many Worlds of the Middle East” (2010) en volgens Jaap de Wilde zou de frequentie waarin deze boeken verschenen erop moeten wijzen dat er dit of volgend jaar nog weer een nieuw boek op stapel staat. 


Pope liet deze suggestie liggen, maar reageerde wel op de aanduiding van de International Crisis Group (ICG) als “modern” instituut. Dat was in zekere zin inderdaad waar en daarom moest het instituut nu proberen om te schakelen naar de postmoderne wereld waarin we leven. De gezaghebbende rapporten die de International Crisis Group met grote regelmaat uitbrengt over allerhande conflicten en crises in de wereld zijn primair geschreven voor politici en diplomaten. Deze vormen ook de doelgroep van ICG-medewerkers om te lobbyen. Maar steeds vaker komt daarbij de situatie voor die Pope aan de hand van een ontmoeting met de voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer die hij onlangs had. Terwijl hij een gloedvol betoog hield over de aanbevelingen van de ICG over een bepaalde crisis onderbrak zij hem en zei: “U hoeft mij niet te overtuigen. Ik ben het helemaal met u eens. Maar politiek kan ik daar niets mee, want ik krijg het mijn kiezers niet uitgelegd.” De ICG realiseert zich dat ze naast het politieke handwerk ook zal moeten werken aan de beïnvloeding van de publieke opinie en dat is een stuk lastiger, want dat doe je niet met een aantal dikke en doorwrochte rapporten. Dat is een totaal nieuwe richting die men in zou moeten slaan.

Maar daarvoor was Pope niet naar Den Haag gekomen. Het ging om het delen van zijn ervaringen met Turkije. En om dat verhaal een beetje binnen de perken te houden richtte Pope zich op twee data in de recente Turkse geschiedenis die hij als de meest gelukkige en de meest droevige dag in zijn ervaring met Turkije beschouwde.

De meest gelukkige dag was 12 december 1999, toen de EU-regeringsleiders besloten om Turkije de status van kandidaat-lid te geven en daarmee de weg vrij maakten voor de toetredingsonderhandelingen die jarenlang door Griekenland waren tegengehouden. Als toenmalig correspondent in Turkije herinnerde Pope zich de grote vreugde en het ongekend optimisme waartoe die besluit in brede lagen van de Turkse samenleving leidde. Het markeerde het begin van een periode waarin alles beter leek te gaan. In Turkije werd dat jaar de doodstraf afgeschaft, PKK-leider Öcalan werd uitgeleverd waarna de gesprekken met de PKK begonnen. Maar ook in de omgeving van Turkije was het rustig. Er leek iets te kunnen groeien van de door Atatürk bepleite vrede in eigen huis en vrede met de buren.

De meest droevige dag is voor Pope onmiskenbaar 15 juli 2016, toen de mislukte staatsgreep plaatsvond. De Turkse samenleving wordt sindsdien op alle niveaus beheerst door angst en wantrouwen en groot pessimisme heeft zich over het land verspreid. Niemand weet welke kant het uit zal gaan, maar voorlopig in ieder geval alleen maar bergafwaarts. Het dieptepunt is volgens Pope nog niet bereikt en hij herinnert eraan dat de situatie in de jaren ’90 (dus vóór het vreugdejaar 1999) nog veel ernstiger was dan nu. Het kàn dus ook nog slechter. Een voorbeeld: stel dat de staatsgreep van 15 juli 2016 wèl was gelukt, dan zat het land volgens Pope nu vermoedelijk middenin een uitzichtloze en alomvattende burgeroorlog.

Maar hoe anders is de situatie nu dan in 1999. Veel intellectuelen ontvluchten het land (als ze al niet zijn gearresteerd) en de oorlog met de PKK is weer in volle omvang opgelaaid. De buurlanden Syrië en Irak staan in brand, de betrekkingen met Armenië en Rusland zijn ernstig verstoord en het Europees Parlement heeft afgelopen week een resolutie aangenomen waarin de regeringsleiders worden opgeroepen de toetredingsonderhandelingen stop te zetten. Pope verwacht niet dat de regeringsleiders dat zullen doen (daarvoor staan te grote andere belangen op het spel, neem alleen maar de vluchtelingendeal), maar het is natuurlijk een veeg teken dat deze resolutie überhaupt is aangenomen en de onderhandelingen zitten sowieso in het slop. Van Atatürks streven naar vrede in eigen huis en vrede met de buren is op dit moment absoluut niets meer te merken.

In het internationale verkeer is Turkije op dit moment eigenlijk van alle kanten geïsoleerd. De oorlog in het Midden-Oosten (Irak, Syrië) is naar Turkije overgeslagen en ISIS bevindt zich op Turks grondgebied. De relatie met Rusland lijkt weer een beetje te verbeteren, maar wordt volgens Pope vooral beheerst door groot wantrouwen over en weer. De relatie met de EU staat op een dieptepunt en de oude bondgenoot Amerika steunt gewapende groepen in Syrië en Irak die Turkije als grote dreiging voor de eigen veiligheid ziet. De VS hebben eigenlijk ook helemaal niets met Turkije; zolang ze er maar een paar militaire bases mogen gebruiken is het hen al lang best.

Van al deze verslechterde relaties is die met de EU volgens Pope de meest dramatische. In Europa zijn we het land als onderdeel van Azië gaan beschouwen, maar Turkije is in allerlei opzichten heel erg Europees. Als Brit stelt Pope dat Turkije net zo bij Europa hoort als Groot-Brittannië. Beide landen vormen eigenlijk een groot eiland (Turkije wordt aan drie kanten door de zee omgeven) waarvan de bewoners enerzijds denken dat ze hun eigen boontjes best zelf kunnen doppen maar die verder toch helemaal op het aan de andere kant van het water liggende Europese continent zijn gericht. En net als Groot-Brittannië willen de Turken best wel meedoen met de EU maar dan wel op hun eigen manier en in een soort status aparte. Van de verschillende Turkse regeringsleiders die Pope heeft meegemaakt kent hij er geen die met overtuiging een handtekening gezet zou hebben onder een daadwerkelijk toetredingsverdrag, zoals de Britse bevolking dit jaar heeft besloten er maar weer uit te stappen. Maar men blijft zich op Europa oriënteren, al was het alleen al vanwege de grote aantallen Turken die in Europa wonen.

Staat Turkije op een kruispunt? Volgens Pope is het land eerder terug bij af. Naar vóór 1999. En het tussenliggende anderhalf decennium is er één van de gemiste kansen. Turkije had tien jaar geleden de kans om een definitieve vrede te sluiten met de PKK, maar Erdogan durfde dat toen niet aan vanwege zijn electoraat. Ook had Erdogan in 2004 een gebaar kunnen maken naar de Grieks-Cyprioten om het conflict op Cyprus hanteerbaar te maken, maar heeft dat toen niet aangedurfd.

De tweede helft van de titel van deze bijeenkomst was “Hoe de diplomatie verbeterd kan worden?”. Voor de beantwoording van die vraag loopt Pope een vijftal vuistregels af die boven kwamen drijven toen de ICG haar eigen adviezen van de afgelopen 20 jaar analyseerde.

1. Weet wat zich op de grond afspeelt.
Dit klinkt zo logisch, maar wordt zo vaak totaal in de wind geslagen. Pope kan er nog steeds niet over uitgepraat worden hoe hij in 2003 als enige Amerikaanse correspondent in Bagdad zat en met zijn waarschuwende artikelen vanuit dat land die in een gerenommeerde krant als The Wallstreet Journal verschenen volstrekt werd genegeerd en de Amerikanen er niet van kon overtuigen dat de invasie het stomste was wat je daar kon doen. Juist gezien de houding van de verschillende relevante partijen in Irak zelf en in de buurlanden. De hulp- of “vredes”troepen die die buurlanden sturen ter ondersteuning van een internationale invasie of stabilisatiemacht zijn meestal gericht op het voeren van een proxy oorlog bij de buurman.

Als het om de Turkije en de beïnvloeding van de publieke opinie gaat, dan zou het volgens Pope heel belangrijk kunnen zijn om de Turkse bevolking te informeren over de vele honderden Turkse militairen die inmiddels zijn omgekomen in de oorlog met de PKK. Die informatie wordt hen nu onthouden, maar zodra ze over het aantal slachtoffers aan eigen kant horen zou het wel eens heel snel afgelopen kunnen zijn met de (stilzwijgende) oorlog die daar nu door hun regering wordt gevoerd. Openbaarmaking van die gegevens lijkt Pope in ieder geval een veel effectievere vorm van beïnvloeding dan Erdogan nog weer eens proberen te overtuigen dat hij verkeerd bezig is.

2. Onderhoud relaties met alle partijen.
Ook zoiets dat, zeker voor diplomaten, vanzelfsprekend zou moeten zijn, maar dat zo vaak als vuistregel overboord wordt gegooid. Pope wijst op het in zijn ogen absurde idee in het Westen dat je de oorlog in Syrië zou kunnen managen zonder Rusland, Iran en de groep rond Assad daarbij te betrekken. Ook Turkije maakte deze fout. In de roes van de Arabische Lente van 2011 beperkte AKP-regering de relaties van Turkije in het Midden-Oosten tot de Moslim Broederschap.

3. Bouw multilaterale instituties gebaseerd op fairness
De Europese Unie is een uniek samenwerkingsverband dat navolging verdient, maar in de toetredingsonderhandeling legt ze kandidaat-lidstaten dictaten op. In een trots land als Turkije leidt dat tot irritatie en verzet.

Anderzijds heeft Turkije ook steeds minder geïnvesteerd in goede verhoudingen in internationale organisaties. In 2008 Turkije kreeg nog 150 landen achter zich toen ze zich kandidaat stelde om in de VN-Veiligheidsraad zitting te nemen. In 2014 verloor ze, ondanks een intensieve campagne, van Nieuw-Zeeland dat niet eens campagne had gevoerd.

4. Maak geen loze gebaren maken (voor gebruik in eigen land).
Pope noemt de vele loze toezeggingen van Obama in de richting van de Syrische bevolking waardoor hij zichzelf en ook de VS volstrekt ongeloofwaardig heeft gemaakt. De Patriot-raketten die de Amerikanen, Duitsland en Nederland in 2013 in Zuidoost-Turkije opstelden was volgens Pope in principe wel een goede vertrouwenwekkend, symbolisch gebaar naar Turkije hoewel het uiteindelijk slecht uitpakte.

5. Ontwerp routekaarten naar vrede
Daar wordt vooral door onderzoeksinstellingen aan gewerkt. Tijdens de oorlog zijn de politici en generaals teveel bezig met het gevecht, ook al weten ze dat het daarmee niet te winnen is. Je moet alleen elke dag vanwege de ontwikkelingen weer aan de door hen veranderde situatie aanpassen.

In de vragenronde begint iemand over de vele academische zuiveringen in Turkije, maar eindigt zijn vraag hoe Pope het algemene optreden van Erdogan beoordeelt. Pope antwoordt dat Erdogan als resultaat van zijn streven naar een presidentieel systeem het centrale punt in de Turkse staatsstructuur is geworden waar alles omdraait. Als deze wegvalt is er geen instelling meer in Turkije die de boel bij elkaar kan houden.

Jaap de Wilde heeft bij de voorbeelden van Cyprus en de PKK het gevoel gekregen dat de huidige generatie de oorlogen van hun grootouders aan het uitvechten is. Zit daar dan helemaal geen ontwikkeling in? Jawel, antwoordt Pope, maar de verkeerde kant uit. De PKK-ers van het eerste uur beschouwden zichzelf nog als Turks staatsburger. Ze waren niet gericht op onafhankelijkheid maar op autonomie en volwaardig staatsburgerschap. De huidige generatie PKK-strijders voelt zich primair Koerd en eerder verbonden met Koerden in Syrië en Irak dan met haar Turkse landgenoten. Een bijdrage aan dat proces werd ook geleverd door de steun die Syrië aan de PKK gaf als reactie op de afdammingen door Turkije van de bovenloop van Eufraat waardoor Syrië de waterhuishouding in het oosten van het land bedreigd zag worden.

Op de laatste vraag, waarom de rapporten van de ICG het gewone volk niet bereiken, heeft Pope een heel eenvoudig antwoord: internationale politiek is een elite-bezigheid geworden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen