dinsdag 13 december 2016

Betrokkenheid vergroten met een gefilmd reisverslag

Een maand na de Europese première in het Zweedse parlement begonnen filmmaker Jordan Allot en de Zweeds-Aramese activist Nuri Seyhan Kino vanavond in het Enschedese Concordia-theater hun tournee met de film “Our Last Stand” door Nederland waarbij ze de film morgen in de Balie in Amsterdam en overmorgen in de Tweede Kamer en bij het Internationaal Strafhof in Den Haag zullen vertonen. Dit op initiatief van het echtpaar Paul en Cecilia van Blijswijk en met medewerking van CDA-Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt.


In de film “Our Last Stand” reist de Amerikaanse filmmaker Jordan Allot met de in Chicago geboren en als lerares op een school in New York werkende Syrisch-Orthodoxe vrouw Helma Adde door Noord-Irak en Noordoost-Syrië om getuigenissen te horen van de zich achtereenvolgens Chaldeeuws, Assyrisch en Aramees noemende, door ISIS bedreigde en van huis en haard verdreven christenen in deze regio. Onder hen vluchtelingen, maar ook hulpverleners en militieleden in zowel Irak als Syrië.

Het verhaal is op zich wel bekend. Althans, we denken het te kennen. In 2014 veroverde ISIS de Noord-Iraakse stad Mosul en verdreef daarna onder ander juist ook de grote christelijke bevolkingsgroep die zich traditioneel al in en rond deze stad bevond maar ook veel christenen uit de rest van Irak had opgevangen omdat het voor hen relatief veilig toevluchtsoord was. Maar wat we niet echt weten is waar deze vluchtelingen zich thans bevinden en hoe het hen vergaat.

In de film maakten de geïnterviewden al snel duidelijk dat 2014 helemaal niet het begin was. De ellende begon in 2006, zo vertelt een Iraaks kerkelijk hulpverlener in Erbil, toen de Irakezen massaal hun Iraakse identiteit inwisselden voor religieuze identiteit en elkaar niet meer zagen als mede-Irakezen maar als sji’ieten, soennieten, christenen, jezidi’s, mandeeërs, shabakken, etc.

Hoewel in de film vooral met en over christelijke vluchtelingen, hulpverleners en militieleden werd gesproken, bevatte het ook een uitgebreid interview met een jonge jezidi-vrouw die zichzelf had weten te bevrijden van de ISIS-strijder die haar gegijzeld had. Helma Adde, die het commentaar in de film zelf insprak, stelde onomwonden dat de christenen als één van de volkeren van het boek door ISIS in ieder geval nog (pro forma) voor de keuze gesteld werden tussen bekering, belasting of de dood, maar dat jezidi’s als vermeende heidenen meteen gedood werden. Althans, de mannen en oudere vrouwen; jonge vrouwen werden verkocht als seksslavin aan ISIS-strijders.

In Erbil (de hoofdstad van de Koerdische Autonome Regio in Irak) werd vooral gefilmd in de vluchtelingenopvang van de Chaldeeuws-Katholieke pater Douglas Bazi. Hij vertelde dat toen hij jaren geleden in zijn parochie in Erbil arriveerde hij verbaasd was over de hele kleine parochiekerk op een enorm groot terrein en dat hij in één van zijn eerste preken had gesteld liever een grote parochiekerk op een kleiner terrein zou hebben gehad. Maar nu hij met zijn parochie vele honderden vluchtelingen moest opvangen was hij wel blij met het grote terrein waar inmiddels en heel vluchtelingenkamp was verrezen.

Vanaf het allereerste begin, toen de eerste vluchtelingen nog in tentjes bivakkeerden, had hij zich ingezet voor een schoolgebouw en voor activiteiten voor kinderen. Dat had toen heel veel wenkbrauwen laten fronsen: we moeten onderdak regelen en eten voor al deze mensen; onderwijs en speelfaciliteiten kunnen later wel. Maar Douglas Bazi hield vol. Kinderen moeten de hele dag beziggehouden kunnen worden en voorbereid worden op de toekomst. Anders gebeuren er grote ongelukken met hen zelf maar ook met een toekomstige samenleving die dan met een overwegend getraumatiseerde en ongeschoolde generatie geconfronteerd zou worden.

In de documentaire werd dit kort in beeld gebracht door middel van een interview met een jonge jongen die in tranen vertelde hoe zijn moeder zodanig getraumatiseerd was door het gebeuren dat ze kanker had gekregen.

Van Erbil ging het naar Alqosh, een overwegend christelijke stad nabij het voormalige centrum van de Oude (Assyrische) Kerk van het Oosten, dat door een christelijke militie was en nog steeds werd verdedigd tegen ISIS-strijders. Ze vertelden dat ze zich wel moesten verdedigen omdat het Iraakse leger en de Koerdische Peshmerga’s, die hen in de jaren vóór 2014 hadden ontwapend, Mosul en omgeving waren ontvlucht zonder een schot te lossen.

Via Dohuk in het noordwesten van het land, waar de jezidi-vrouw werd geïnterviewd, ging het de Tigris over van het door de Koerden gecontroleerde noorden van Irak naar het door de Koerden gecontroleerde noordoosten van Syrië. Daar ging het naar de frontlijn met ISIS-gebied in Hassaka waar eveneens een christelijke militie vocht, maar in dit geval in een coalitie met Arabische en Koerdische strijdgroepen in Hassaka tegen ISIS. We moeten het samen doen, zo stelde de woordvoerder van deze strijdgroep.

In 2015 waren christelijke dorpen in de buurt van Hassake langs de Khabour-rivier door ISIS onder de voet gelopen. Inmiddels waren de dorpen weer terugveroverd, maar de bevolking was nog niet teruggekeerd. Dat doen ze pas als ze er vrij zeker van kunnen zijn dat ISIS niet zal teruggekeerde en de door hen weer herstelde dorpen en kerken weer opnieuw zullen innemen en verwoesten, aldus Helma Adde.
De reis eindigde in Qamishli, een stad op de grens van Syrië met Turkije, ongeveer 100 jaar geleden gesticht door overlevenden van de genocide van 1915. Helma Adde’s beide ouders waren hier geboren en ze had hier nog familie wonen waarmee het een hartelijk weerzien was. De stad leek een oase van rust na alle gevolgen van oorlogsgeweld die we in het voorgaande uur hadden gezien. Maar aan het eind van de film werd duidelijk gemaakt dat tijdens de eindmontage eind 2015 het bericht uit Qamishli was gekomen dat er een aanslag was gepleegd op een kerk waarbij enkele tientallen mensen waren omgekomen waaronder een neef van Helma Adde.


In het nagesprek op het podium van Concordia waar, naast de organisatoren Paul en Cecilia van Blijswijk, ook de vlakbij Enschede residerende Syrisch-Orthodoxe bisschop Polycarpus, filmmaker Jordan Allot en de voor de vertoningen in Europa verantwoordelijke Nuri Seyhan Kino van “A Demand for Action” aan deelnamen kwamen eerste de verschillende motivaties voor deze filmvertoning aan de orde. Voor bisschop Polycarpus ging het om gerechtigheid: laat de internationale gemeenschap weten wat er gaande is en de daders van deze misdaden berechten. Jordan Allot had een religieuzer motief: als Amerikaans christen was hij tot voor kort in het geheel niet bekend met het al veel oudere christendom in het Midden-Oosten en hij vond het zijn plicht om het lot van deze geloofsgenoten in beeld te brengen en aan zijn “fellow-Americans” voor te leggen.

Zelf van oorsprong afkomstig uit het Midden-Oosten wist Nuri Kino natuurlijk van het bestaan van de christenen in het Midden-Oosten maar wil hij de alarmbel luiden over het razendsnel verdwijnen van dit christendom. Waar een eeuw geleden nog enkele miljoenen christenen in het huidige Turkije woonden zijn er nu nog maar zo’n 70.000 over; waar Irak vóór 2003 nog 2 miljoen christenen herbergde zijn dat er nu nog maar 200.000 en in Syrië is het aantal sinds 2011 ook al gehalveerd. Er is volgens hem sprake van een postkoloniaal denken dat christenen geen slachtoffer kunnen zijn.

Paul en Cynthia van Bleiswijk lobbyen, nu ook weer met deze film, al jaren bij de Nederlandse politiek voor het toelaten van juist Syrische en Iraakse christenen als vluchteling in Nederland. Van de 45.000 Syrische vluchtelingen die de afgelopen jaren in Nederland zijn toegelaten zijn er slechts 1.000 christen; dat is nog minder dan hun percentage binnen de Syrische bevolking.

Nuri Kino benadrukt dat het hem niet om een aparte status voor christenen gaat. De internationale gemeenschap moet zich hun lot niet aantrekken omdat ze christen zijn, maar omdat ze slachtoffer zijn van een genocide die ISIS op verschillende bevolkingsgroepen in Irak en Syrië pleegt. En dan stoort het hem dat men in het westen wel begaan is met de jezidi’s maar bij de christenen de schouders op lijkt te halen. Ook de christenen in het Midden-Oosten hebben een eigen, eeuwenoude cultuur die tot de voor-christelijke tijd teruggaat, een eigen taal en een eigen etniciteit die bedreigd wordt. Veel christenen willen ook helemaal niet weg, maar willen juist blijven in het land van hun voorouders.

Gevraagd naar zijn oordeel over pleidooien voor een autonome, christelijke regio op de vlakte van Nineve, herinnert hij eraan dat het Europees Parlement eerder dit jaar een resolutie heeft aangenomen waarin niet alleen een christelijk autonoom gebied in het noorden van Irak wordt bepleit, maar ook één voor de jezidi’s en door de Turkmenen. Punt is dat het Europees Parlement daar niet over gaat, maar het Iraakse Parlement. En daar verwacht Nuri Kino niet veel van op dit punt. En lijkt hem verstandiger om ons vooral te richten tegen de verdere islamisering van de Iraakse staat. Het was niet voor niets dat juist christelijke intellectuelen de oorspronkelijke Baath-ideologie van een seculiere staat met ruimte voor verschillende religies hebben geïntroduceerd.

Als vanuit de uitverkochte zaal wordt gesteld dat het niet ISIS is maar de islam die aan het geweld ten grondslag ligt, spreekt Nuri Kino dat krachtig tegen. De strijd die ISIS voert is in de eerste plaats een sectarische strijd binnen de islam. Salafisten tegen andere soennieten, maar vooral ook tegen sji’ieten en in dat streven naar een staat die gezuiverd is van andersdenkenden is dan uiteindelijk ook geen plek voor mensen die een ander geloof aanhangen.


Een laatste vragensteller zegt op zich veel waardering voor de film te hebben, maar vindt deze toch te voorzichtig. Waarom brengt men de enorme gruwelijkheden van ISIS niet in beeld? Dan ziet de wereld pas echt wat er aan de hand is. Volgen John Abbot hebben Helma Adde en hij gekozen voor de getuigenissen van de daar levende christenen en enkele jezidi die zij daar gesproken hebben en hùn verhaal te vertellen dat in Amerika en Europa nauwelijks wordt gehoord. Alle filmbeelden met gruwelen zijn al door ISIS over de wereld verspreid en dienen vooral hun propaganda-doeleinden. Met de film “Our Last Stand” wilden de filmmakers juist niet nog meer ISIS-propaganda bedrijven. Met de mensen die in “Our Last Stand” aan het woord komen, slachtoffers, hulpverleners en militieleden, kun je jezelf als (Westerse) kijker identificeren. Met de personen in de ISIS-filmpjes lukt dat niet: die scheppen vooral afstand en weerzin en dat staat haaks op het vergroten van de betrokkenheid die de filmmakers juist voorstonden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen