zaterdag 15 augustus 2015

Lokaal protest tegen wereldomvattende dreiging

Vandaag is het precies 30 jaar geleden dat in Gronau de derde productievestiging van de Brits-Duits-Nederlandse uraniumverrijker Urenco in bedrijf werd genomen. Er stonden toen al twee Urenco-fabrieken in het Britse Capenhurst en het Nederlandse Almelo. Waar vijf jaar geleden de 25ste verjaardag nog met een feestje en een "open deur" werd gevierd, besteedde de Urenco zelf dit jaar geen aandacht aan deze mijlpaal. De Gronause anti-kernbeweging des te meer.



In de Gronause binnenstad vond een publieksmanifestatie plaats met sprekeers, muziek, straattheater en spandoeken. Ook waren er affiches te zien die een tijdsbeeld gaven van het voortdurende verzet tegen de verrijkingsactiviteiten in Gronau (zoals onderstaand affiche van vlak vóór de in bedrijfsname) ....



... maar ook in Almelo.



Het accent bij deze manifestatie lag dit keer ook niet op de grote verhalen van de landelijke of federale Duitse vredes- en antikernenergiebeweging, maar op de geschiedenis, het heden en de toekomst van het verzet tegen de nucleaire installaties die in en rond Gronau zijn gevestigd.



De eerste van deze nucleaire installaties rond Gronau was de Urenco-fabriek in Almelo. Dirk Bannink van het Landelijk Anti-Kernenergie Archief (thans stichting LAKA zonder puntjes) vertelde hoe het verzet daartegen juist vanuit de vredesbeweging begon en eigenlijk zelfs als een protest tegen het Duitse revanchisme. De geavanceerde verrijkingstechnologie waar Urenco over beschikt is in zekere zin een erfenis van het kernwapenprogramma van Nazi-Duitsland dat door een Brits-Nederlands-maar-ook-Duits bedrijf ter hand zou worden genomen. Juist deze connectie bepaalde de eerste jaren van het Nederlandse en ook Almelose verzet tegen Urenco. Er werden Paasmarsen tegen Urenco georganiseerd en met name leveringen aan foute regiems zoals de Braziliaanse junta en het Zuidafrikaanse Apartheidsregime vormden belangrijke aanleidingen tot protest. De Braziliaanse werd vervolgens naar Capenhurst verplaatst; de atoomspionage van Adbulqadir Kahn, de 'vader' van de Pakistaande atoombom, bevestigde later de vrees van de eerste anti-Urenco-demonstranten.

Toen de Urenco-fabriek in Gronau werd geopen, zo stelt Dirk, was het verzet in Almelo al op z'n retour. Urenco heeft zich als sponsor van diverse maatschappelijke organisaties en activiteiten diep geworteld in de Almelose samenleving, waardoor er nog maar weinig mensen en verenigingen zijn die zich kritisch over Urenco willen uitlaten. Toen twee jaar geleden afspraken gemaakt waren met de Openbare Bibliotheek in Almelo om, net als vandaag, terug te kijken op - in dit geval - 40 jaar verzet tegen Urenco Almelo, zegde de bibliotheek op het laatste moment de samenwerking op uit vrees voor de continuïteit van het sponsorcontract dat de bibliotheek met Urenco had en nog steeds heeft.

Er vindt bij Urenco Almelo nog wel elk jaar op 26 april een Tsjernobylherdenking plaats en er wordt ook nog wel wat politiek en juridisch aan de weg getimmerd als het om vergunningen of de verkoop van Urenco gaat,  Maar daar houdt het dan ook wel mee op.


In aansluiting op het verhaal over Urenco Almelo las Jan Schaake van de Twentse stichting VEDAN die deze Tsjernobylherdenkingen organiseert, een "groet" voor van de lokale groep uit het Britse Capenhurst waar de derde of eigenlijk eerste verrijkingsfabriek van het concern staat.



Theo Hendricks blikte vervolgens terug op de geschiedenis van het verzet in Gronau. De stad Gronau bestaat nog maar 110 jaar en kwam tot ontwikkeling door Nederlandse ondernemers die in Twente al een textiel-imperium hadden opgebouwd en hun vleugels nu wilden uitslaan naar het aanpalende Duitse gebied. In Gronau, maar ook in andere steden als Ahaus, Nordhorn en Lingen werden grote fabrieken gesticht waar uit de wijde omgeving arbeiders op af kwamen. Ze dachten hun er hun financiële positie te kunnen verbeteren, maar de enigen die er echt beter van werden waren de Nederlandse ondernemers die zich gigantisch verrijkten.

Net als in Twente stortte in de jaren '70 ook in het aanpalende Duitsland de textielindustrie in. De rijk geworden textielbaronnen brachten hun vermogen in veiligheid en de steden bleven zitten met een grote, inmiddels werkloos geworden, beroepsbevolking. Toen de Duitse overheid de plannen lanceerde om ergens in deze regio een uraniumverrijkingsfabriek te bouwen, vlogen de verschillende gemeentebesturen als vliegen op de hoop stront af en probeerden elkaar af te troeven met het meest gunstige aanbod. "Niemand wist wat uraniumverrijking eigenlijk was, maar 'verrijking'  klonk goed en ze dachten er vooral beter van te worden." Alles ter wille van de arbeidsplaatsen. Als Enschedeërs herkennen we het van de discussie over de luchthaven. Gronau kreeg de uraniumverrijking, Ahaus de zgn. "tussenopslag" van Duits kernafval en Lingen een splijtstofstavenfabriek en twee kerncentrales.



Stefan Kubel zet vervolgens uiteen hoe de stad nu precies "verrijkt" is. Het bedrijf is, overigens niet alleen in Gronau maar ook in Almelo en Capenhurst, gigantisch gegroeid en voorziet inmiddels in 30% van de totale wereldbehoefte aan verrijkt uranium voor kerncentrales. Omdat de drie vestigingen vrijwel even groot zijn en ook moeten blijven, betekent dat dat in Gronau 10% van de totale wereldbehoefte aan verrijkt uranium wordt geproduceert. Bij dat verrijkingsproces blijft echter een gigantische hoeveelheid verarmd uranium als radioactief afval over. Dat is een veelvoud van het verrijkte uranium dat daadwerkelijk gebruikt wordt. Dat afval moet opgeslagen worden en dat gebeurt op het terrein van Urenco Gronau zelf waar de ene opslaghal na de andere wordt gebouwd. Dat verarmd uranium moet voor lengte van jaren opgeslagen blijven en dagelijks wordt nieuw afval geproduceerd. Onderzoek heeft uitgewezen dat het aantal leukemie gevallen door deze groeiende opslag significant stijgt. Urenco draait winst en verrijkt haar aandeelhouders, maar de bevolking van Gronau wordt opgezadeld met een reëel gezondheidsprobleem om nog maar te zwijgen over de andere risico's die een nucleaire installatie met zich meebrengt.

En hoewel de Duitse regering inmiddels heeft besloten om haar eigen kernenergieproductie uit te faseren en de verschillende kerncentrales te sluiten, zal Urenco in Gronau, maar ook in Almelo en Capenhurst, gewoon doorgaan met het produceren van verrijkt en verarmd uranium waarbij, zoals het verleden aantoont, niet al te nauw wordt gekeken naar de betrouwbaarheid van de afnemers. Alles voor het grote geld. In een wereld waarin de Europese landen inmiddels, net als Duitsland, geleidelijk gaan stoppen met kernenergie, openen zich nieuwe markten in Oost-Europa en Azië met veelal niet al te stabiele regeringen en een zwaar tekortschietend toezicht op wat er met het geleverde uranium en het afval van de kerncentrales gebeurt. Het maakt Urenco niet uit. Spreker maakt duidelijk dat we hier vandaag als antikernenergiebeweging niet alleen voor ons eigen hachje staan, maar dat het protest tegen Urenco feitelijk om een wereldomvattende, nucleaire dreiging gaaat.

Na deze schetsen van de situatie rond Urenco, die afgewisseld werden door muziek, was het de beurt van een straattheater door de "Atomianer".



De Atomianer lijken in hun uiterlijk op een religieuze orde en daardoor hebben ze zich ook laten inspireren. De serieuze kant van het verhaal is dat de door onze generatie geproduceerde hoeveelheden radioactief afval nog vele honderden, zo gaan duizenden jaren veilig opgeslagen moeten worden. Maar wie blijft zich al die eeuwen en millennia om dat afval bekommeren?



Voor zoiets, met zo'n lange tijdspanne, moet eigenlijk een nieuwe religie worden ontwikkeld, die het belang van een veilig omgaan met het nucleaire afval steeds weer onder de aandacht moet brengen en zich daar ook in woord en daad aan wijdt.



Tijdens de ceremonie, die in opperste plechtstatigheid werd uitgevoerd, werd deze onderlinge zeer serieuze boodschap ook actief onder de aandacht van het toekijkende publiek verspreid.

Na dit bloedserieuze straattheater was het tijd voor de presentaties van de groepen uit Ahaus en Lingen. Vanuit Ahaus, waar één van de grote "tijdelijke opslaghallen" voor radioactief afval staat (tijdelijk, omdat er nog steeds geen definitieve eindopslag is gevonden), werd benadrukt dat het in Gronau geproduceerde afval "gewoon" door Urenco zelf op haar eigen terrein opgeslagen moet worden, maar dat kennelijk niet geldt voor de kerncentrales en onderzoekreactoren in Beieren. Het argument is dat het daar een touristische regio is en dat het kernafval daar dus niet kan blijven. Het moet dus elders worden opslagen en wel in Ahaus. Daarmee wordt deze grensregio een nucleair afvalputje. Dat hebben we eerder gehoord.



Vanuit de lokale groep in Lingen kon helaas niemand aanwezig zijn en dus sprak Udo Buchholz uit Gronau over dit nucleaire centrum waar de enige Duitse splijtstofstavenfabriek staat en twee kerncentrales. De oudste van de twee moest al na een paar jaar worden stilgelegd. De tweede, die pas na de ramp bij Tsjernobyl in bedrijf werd genomen en waartegen vanuit de Nederlandse grensstreek nog heftig was geprotesteerd, heeft ook de ene hapering na de ander maar zal pas over een jaar of tien als een van de laatste Duitse kerncentrales worden gesloten. Ook in Lingen moet het afval op het terrein opgeslagen blijven hetgeen betekent dat ook deze stad nog tot in lengte van jaren een grote heeveelheid nucleair materiaal zal herbergen met alle risico's van dien. Risico's die helemaal zo klein zijn, met het NAVO-bomafwerpgebied Nordhorn Range vlak naast de deur.



Feitelijk is dit dan weer een lokaal veiligheidsprobleem, maar wel één die door de afnemers en de herkomst van het door Urenco verrijkte uranium verbonden is met tal van andere wereldproblemen, waaronder kernwapens. Daaraan moest ik denken toen ik vanochtend op weg naar Gronau eerst langs een pasgeplaatste bouwschutting fietste waar aandacht werd gevraagd voor de deze maand 70 jaar geleden op Hiroshima en Nagasaki afgeworpen atoombommen ...



... en vervolgens langs het Indië-monument langs de Gronausestraat in Enschede waar vandaag het eind van de Tweede Wereldoorlog werd herdacht. Zo werd het nabij oosten vandaag ook nog verbonden met het verre oosten.




















Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen