zaterdag 27 september 2014

De oorlog dichterbij

Deze laatste zaterdagmiddag van de Vredesweek begon met het verzamelen van handtekeningen voor het burgerinitiatief tegen kernwapens in de Enschedese binnenstad.


Daarna keren we 100 jaar terug in de tijd naar een verhandeling over de 100 jaar geleden uitgebroken Eerste Wereldoorlog in de Openbare Bibliotheek Enschede door Gerard Kocx.



Hij stelt dat omdat Duitsland duidelijk schuld was aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog we ook geneigd zijn te denken dat dat bij de Eerste Wereldoorlog ook het geval was. Maar dat is volgens hem niet waar. Duitsland had waarschijnlijk van de oorlogvoerende landen aanvankelijk het minste zin in de oorlog. De oorzaak en daarmee de schuldvraag van de Eerste Wereldoorlog is een stuk complexer dan die van de Tweede Wereldoorlog. Zo speelde Frans revanchisme een belangrijke rol. Frankrijk was in de Frans-Duitse Oorlog van 1870/1 zeer vernederd en zon op wraak. Het zou niet de eerste keer dat een oorlog de oorzaak vormt van een andere oorlog. Andere factoren waren de wedloop tussen Groot-Brittannië en Duitsland, Balkanoorlogen van 1912 en 1913 en het Russische streven naar een vrije toegang tot de Middellandse Zee.

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog werden enorm grote marineschepen gebouwd. Deze werden in de Eerste Wereldoorlog echter nauwelijks ingezet; er vonden in deze oorlog eigenlijk maar twee grote zeeslagen plaats. De enorm grote marineschepen waren namelijk veel te kostbaar om daadwerkelijk ingezet te worden. Dat is wel een groot contrast met de miljoenen soldaten die in deze oorlog de dood in werden gejaagd. Een mensenleven werd door de oorlogvoerende landen kennelijk minder kostbaar geacht. 

Wereldwijd waren er slechts 11 landen die gedurende de hele Eerste Wereldoorlog neutraal konden blijven. Daaronder dus Nederland. Overigens zou Nederland volgens het oorspronkelijke Von Schlieffenplan net als het eveneens neutrale België onder de voet zijn gelopen door het Duitse leger om via een omtrekkende beweging Frankrijk binnen te vallen, maar Von Schlieffens opvolger Von Moltke besloot dat Nederland van grotere waarde was voor Duitsland wanneer de Nederlandse havens vrij toegankelijk zouden blijven en Duitsland konden blijven bevoorraden. Dat legde de Nederlandse economie en zeker bepaalde handelsmaatschappijen geen windeieren.

Een andere Nederlandse ondernemer die flink aan de Eerste Wereldoorlog verdiende was Anthonie Fokker die tijdens deze oorlog een enorme hoeveelheid vliegtuigen bouwde voor het Duitse leger en daar in die tijd 80 miljoen gulden aan verdiende. Terwijl het vliegtuig nog geen decennium vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was uitgevonden werden door de oorlogvoerende landen gezamenlijk 150.000 vliegtuigen gebouwd en in de oorlog ingezet. Ook het vliegdekschip werd in de Eerste Wereldoorlog uitgevonden. De oorlogsvliegtuigen werden aanvankelijk enkel ingezet voor verkenningen, later ook om bommen af te werpen en aan het eind van de Eerste Wereldoorlog werden ze ook ingezet voor luchtgevechten. Het lijkt een beetje op het verhaal over militaire drones dat we eerder deze week hebben gehoord en de door Gerard Kocx getoonde foto van met fotocamera’s uitgeruste duiven maakt dit plaatje compleet.


Er zijn nog veel meer nieuwe wapensystemen geïntroduceerd tijdens de Eerste Wereldoorlog, zoals de mitrailleur die de oorlog tot een strijd tussen mens en machine maakte. Toen de Duitsers halverwege de Eerste Wereldoorlog voor het eerst gifgas inzetten, spraken de Engelsen daar schande van maar 14 dagen later deden ze het zelf ook hetgeen niet anders kan betekenen dan dat ze ook al bezig waren om dit wapen te ontwikkelen. Ophef over gruwelijkheden is soms ook platte propaganda. Opmerkelijk is overigens dat Adolf Hitler als frontsoldaat zo’n hekel aan gifgas had gekregen dat hij dit wapen niet in de Tweede Wereld in heeft willen zetten. Althans, niet aan het front. Een ander nieuw wapen was de tank die haar naam dankt aan het feit dat de Britten de vijand op het verkeerde been wilden zetten door te doen alsof ze grote watertanks naar het front brachten.

Net als Meltem Halaceli twee dagen geleden wijst ook Gerard Kocx dat de geallieerde nederlaag bij Gallipoli aan het begin staat van de Australische onafhankelijkheid. Overigens niet alleen omdat het Britse Rijk in Gallipoli het aureool van onoverwinnelijkheid kwijtraakte, maar juist ook vanwege de enorme verliezen die Australische troepen bij deze campagne leden, met name tijdens de landing van het Australian and New Zealand Army Corps (ANZAC) bij Gallipoli op 25 april 1915. Tot op de dag van vandaag is ANZAC-Day op 25 april in Australië en Nieuw Zeeland de nationale herdenkingsdag voor alle Australiërs en Nieuw-Zeelanders die in oorlogen en bij vredesoperaties zijn omgekomen. Een Australisch-Nieuw-Zeelandse 4 mei, dus.


De dag voorafgaand aan deze landing, 24 april 1915, is verbonden aan de Armeense Genocide, waar in de Twentse regio veel over te doen is. Gerard Kocx maakt duidelijk dat de Turkse claim dat deze genocide niet bewezen zou zijn volstrekt ten onterecht is, maar dat de Turken wel een punt hebben als ze zeggen dat Armeniërs ook meegevochten hebben met de Russen tegen het Ottomaanse leger en zich daarbij ook aan moordpartijen bezondigd hebben. Dat is echter geen verklaring of rechtvaardiging voor het feit dat bij de Armeense genocide ook veel ouden-van-dagen, vrouwen en kinderen zijn omgekomen.

Terug naar onze contreien. In 1916 kondigt Groot-Brittannië een zeeblokkade af en deze leidt al snel tot grote tekorten in Duitsland en zelfs in hongersnood. Ook in Nederland ontstaan vanaf dat jaar tekorten en worden de distributiebonnen geïntroduceerd die vooral door de Tweede Wereldoorlog bekend zouden worden. Ook vindt in dat jaar het Aardappeloproer plaats. De Twentse textielindustrie krijgt harde klappen te verduren omdat ze door de zeeblokkade van de grondstof- en afzetmarkten wordt afgesneden.

Als de Duitsers een jaar later een U-boot-oorlog afkondigen om de handhaving van de zeeblokkade te doorbreken, komen ook de Verenigde Staten in actie. Het duurt echter de nodige maanden voordat het Amerikaanse leger op sterkte is en naar Europa kan worden overgebracht. In deze Amerikaanse mobilisatieperiode doet Duitsland nog één poging een doorbraak te forceren en de Kaiserschlacht vindt plaats. Het heeft eigenlijk maar erg weinig gescheeld of Duitsland had deze slag gewonnen en zou dan ook in de Eerste Wereldoorlog in haar voordeel hebben beslecht.

Het liep anders en in het najaar van 1918 zag de Duitse legerleiding in dat de oorlog niet meer te winnen was. Terwijl de legerleiding gedurende de hele Eerste Wereldoorlog de dienst had uitgemaakt, schoven ze nu de burgerregering naar voren om vredesonderhandelingen te starten met de geallieerden. Op 11 november 1918 om 11.00 uur zwegen de wapens in West-Europa. Door de burgerregering de wapenstilstand te laten sluiten, kon de legerleiding in de jaren erna volhouden dat het Duitse leger de oorlog niet verloren had, maar dat de burgerregering de oorlogvoering had stopgezet en daarmee de volgens de propaganda in het verschiet liggende Duitse overwinning onmogelijk had gemaakt. Dit is de kern van de gisteravond ook aan de orde gekomen dolkstoottheorie.

De Eerste Wereldoorlog heeft geleid tot het uiteenvallen van diverse keizerrijken en het ontstaan van nieuwe (nationale) staten. Tot enorme aantallen doden en gewonden en mensen op drift. En uiteindelijk tot de Tweede Wereldoorlog. En nog steeds lijken we er maar weinig van geleerd te hebben.

De presentatie van Gerard Kocx wordt gevolgd door een fietstocht met deelnemers uit Nederland en Duitsland langs een drietal monumenten die in Enschede herinneren aan bepaalde aspecten van de Eerste Wereldoorlog en die op verzoek van Enschede voor Vrede speciaal voor deze fietstocht enigszins zijn opgeknapt.


Zo bezoeken we in het Van Lochemsbleekpark het monument dat herinnert aan het verblijf van 600 Belgische vluchtelingen in Enschede.


Iets verderop, in het Kozakkenpark, staat het zeer unieke monument dat herinnert aan de doortocht van zo’n 70.000 in november 1918 vrijgelaten krijgsgevangen buitenlandse militairen die op hun tocht van de Duitse gevangenkampen naar hun verschillende vaderlanden enige tijd in Enschede verbleven om ontluisd te worden en op krachten te komen.


Een aantal van hen overleed in Enschede aan uitputting of aan de toen heersende Spaanse Griep. De meeste stoffelijke overschotten zijn direct of enige tijd later naar het betreffende vaderland overgebracht, maar op de Oosterbegraafplaats liggen nog steeds 11 Britse soldaten begraven die in december 1918 en januari 1919 in Enschede zijn overleden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen