zondag 1 juni 2014

Wie zaait er nu haat?

Vandaag vond in op het Rembrandtveld in Almelo een demonstratie plaats van enkele Turkse koepelorganisaties tegen het ruim vijf weken geleden in Almelo onthulde monument ter herdenking van de Armeense genocide. Tot deze demonstratie, waaraan volgens de politie 3.000 en volgens de organisatoren 4.000 tot 5.000 mensen hebben deelgenomen, was opgeroepen door de Diyanet moskeeën, die onder toezicht staan van het Turkse ministerie voor godsdienstzaken, en de Nederlandse afdeling van de AK-partij van de Turkse premier Erdogan.


op de spandoeken rechts staat "Wij wensen in Almelo geen haatzaaiend monument" respectievelijk "... de vergeten massamoorden van 'Hocali' en 'Van' herinneren we nog"

Enkele dagen vóór de geplande demonstratie schreven de voorzitters van de Aramese Beweging voor Mensenrechten, van Enschede voor Vrede en van de Samenwerkende Democratische Organisaties (van mensen afkomstig uit Turkije) de volgende ingezonden brief:


“Roomser dan de Paus”
Aangekondigde demonstratie in Almelo gaat voorbij aan ontwikkelingen in Turkije

Op zondag 1 juni 2014 zullen leden van de Nederlandse afdeling van de AK-partij van de Turkse premier Erdoğan in Almelo een demonstratie organiseren tegen het ruim vijf weken eerder onthulde monument ter herdenking aan de genocide op de Armeniërs en andere christelijke minderheden in Turkije. Deze genocide is al bijna honderd jaar een gevoelige kwestie in de Turkse politiek, maar het verbaast ons dat het initiatief voor deze demonstratie nu juist door de Nederlandse afdeling van de AK-partij wordt genomen, omdat precies onder “hun” premier Erdoğan een proces van toenadering gaande is. Zo condoleerde hij op 23 april 2014 openlijk en in zes verschillende talen de nabestaanden van de vermoorde Armeniërs met het verlies van hun familieleden. In de verschillende toespraken die op 24 april jl. bij de onthulling van het genocidemoment zijn gehouden werd dat gebaar van Erdoğan ook verwelkomd als eerste stap naar een volledig erkenning. Weliswaar nog niet voldoende, maar er was waardering voor het feit dat hij deze stap zette en daarmee ook in de Turkse samenleving doelbewust ruimte creëerde om hierover openlijk te spreken. En dat zonder bang te hoeven zijn voor het nog steeds in Turkije geldende wettelijke verbod om “de gebeurtenissen van 1915” als genocide te bestempelen.
Überhaupt is in Turkije het beeld inmiddels veel minder zwart-wit en wat dat betreft zijn die initiatiefnemers tot de demonstratie van a.s. zondag “roomser dan de paus”.

Om te voorkomen dat we in een hele lange schets van toenaderingspogingen verzanden, beperken we ons tot een paar gebeurtenissen die eind april dit jaar in Turkije plaatsvonden. Zo heeft het Turkse parlementslid Sallahatin Demirtas openlijk, tijdens een partijbijeenkomst van zijn partij, de BDP, een oproep aan premier Erdoğan gedaan om zich in het openbaar uit te spreken voor de erkenning van de genocide op alle christelijke minderheden en deze bij hun naam te noemen. Verder hebben op 24 april dit jaar hebben honderden mensen in verschillende steden in Turkije, zoals Ankara en Izmir, demonstraties gehouden met als eis dat de Turkse regering de genocide zou erkennen. 

Volgend jaar zal uitgebreid stilgestaan worden bij de honderdjarige herdenking van de genocide. Het lijkt ons vruchtbaarder dat verschillende uit Turkije afkomstige bevolkingsgroepen die thans in Nederland en met name in Twente wonen het komende jaar met elkaar in gesprek gaan over wat er honderd jaar geleden gebeurd is en hoe daarmee om te gaan. Van onze kant gaan wij dat gesprek graag met eenieder aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen