dinsdag 2 februari 2016

Referendum gaat niet over handel maar over politiek

Vanavond vond in de Vrijhof op het terrein van de Universiteit Twente een door Studium Generale samen met de bestuurskundige studievereniging Sirius georganiseerde debatbijeenkomst “Associatieverdrag EU-Oekraïne: voor of tegen?” plaats. Eerste inleider en discussieleider Ramses Wessel, hoogleraar internationaal en Europees recht, wees er nog eens op dat het bij het associatieverdrag om een stuk van in totaal zo’n 2.000 pagina’s gaat en dat hij nooit had gedacht om daarover zo’n volle zaal mensen bij elkaar te krijgen.


Het gaan om een verdrag tussen de EU, de 28 lidstaten en Oekraïne. Van dit soort associatieverdragen zijn er inmiddels al 20 gesloten, meestal met buurlanden van de EU. In een snel-college “verdragsrecht in tien seconden” legt Wessel uit dat een verdrag door ministers of regeringsleiders veelal feestelijk wordt ondertekend, maar dan gaat het alleen om de vaststelling van de tekst. Vervolgens wordt het verdrag in de verschillende parlementen aan de orde gesteld en als die parlementen ook akkoord gaan wordt het door de betreffende regering geratificeerd. Het verdrag treedt pas in werking als het door een vooraf vastgesteld aantal regeringen (in dit geval: alle) is geratificeerd. Het Nederlandse parlement heeft al ingestemd met het verdrag, maar de regering heeft het nog niet geratificieerd omdat het referendum er nog aan zat te komen.

Er is onduidelijkheid, volgens Wessel, dat het verdrag al in werking getreden zou zijn terwijl het nog niet door alle regeringen is geratificeerd. Dat zit zo: het associatieverdrag is voor 90% een handelsverdrag en de internationale handel hebben de EU-lidstaten, inclusief Nederland, bij een eerder verdrag al eens geheel overgedragen aan de EU en het Europees Parlement. Over dat deel van het verdrag gaan het Nederlandse parlement, de Nederlandse regering en feitelijk ook dit Nederlandse referendum dus niet. Dat is een bevoegdheid van de Europese Commissie en het Europese Parlement en het Europees Parlement is al akkoord gegaan met dit (leeuwen)deel van het verdrag zodat de Europese Commissie het heeft kunnen ratificeren waardoor dit (leeuwen)deel van het verdrag inderdaad al in werking getreden is.

Waar gaat het referendum dan nog over? Feitelijk over het deel dat door de nationale regeringen van de EU-lidstaten nog niet aan de EU is overgedragen en dat geldt met name de politieke samenwerking. Volgens Wessel betreft dat vooral mensenrechten en corruptiebestrijding. Als vanuit de zaal wordt aangevuld dat in het verdrag ook over militaire samenwerking wordt gesproken, wordt dit door Wessel gebadineerd. Het gaat daarbij volgens hem beslist niet om het afgeven van veiligheidsgaranties laat staan om collectieve verdediging zoals in het NAVO-handvest is vastgelegd. Maar het referendum gaat dus eigenlijk niet over het handelsdeel (want dat is al in werking getreden) maar om het politieke deel van het verdrag. Dat is van belang om in het achterhoofd te houden.

Ook gaat het referendum niet over de vraag wat de burgers nu eigenlijk van de EU vinden, zoals initiatiefnemer GeenPeil tamboereert, maar strikt genomen alleen om de goedkeuring van het associatieverdrag. Als vanuit de zaal wordt aangegeven dat niet GeenPeil maar een burgerinitiatief de initiatiefnemer van het referendum is, wordt dit door Wessel genegeerd en benadrukt hij nog eens dat vooral GeenPeil het referendum heeft gepropageerd.

v.l.n.r. Ramses Wessel, Laura Starink en Joost van den Akker

De volgende spreker is Joost van den Akker, die op de UT onderzoek doet naar referenda. Referenda over Europa zijn “booming”, zo luidt Van den Akkers openingszin. Juist vandaag werd bekend gemaakt waar het “Brexit”-referendum in Groot-Brittannië over zal gaan en sommige EU-lidstaten kennen al een veel langere traditie van referenda over Europese samenwerking. Het vorige (en lange tijd enige) landelijke referendum in Nederland ging 11 jaar geleden ook over dit thema, namelijk over de “Europese Grondwet”.

Afgelopen zomer heeft het parlement de mogelijkheid geschapen om een raadgevend referendum te organiseren. En GeenPeil heeft naar eigen zeggen de eerst de beste gelegenheid aangegrepen om de burger te vragen wat ze van de Europese samenwerking vinden. Dat het daarbij om een verdragtekst met Oekraïne gaat is volgend hem tamelijk toevallig.

Bij referenda, en zeker als het over documenten van 2.000 pagina’s gaat, hoor je altijd een paar problematiseringen terugkeren:
1. Kunnen de kiezers wel doorgronden waar het eigenlijk over gaat?
2. Gaat het bij de stem voor of tegen eigenlijk wel om het voorliggende onderwerp of om iets heel anders?
3. Wordt Nederland niet de risée (of erger) van Europa als wij het verdrag afwijzen?
Tegenover al deze paniekerige stellingen, benadrukt Van den Akker dat er inmiddels 50 referenda over Europa zijn geweest. De helft daarvan ging over toetreding, de andere helft over internationale verdragen. We kunnen onze koudwatervrees dus vervangen door te kijken naar de ervaringen van anderen en naar wat we daarvan kunnen leren. Een belangrijk les is in ieder geval dat na het “nee” in Nederland en Frankrijk tegen de “Europese Grondwet” in 2005 het licht niet uitging en Europa niet in de soep draaide. Er werd gewoon opnieuw onderhandeld en er kwam en nieuw, bijgesteld verdrag.

Bovendien: toen het parlement nog geen jaar geleden de referendum-wet vaststelde zijn daar een aantal zaken van uitgesloten (koningshuis, begrotingen, de Grondwet), maar internationale verdragen (hoe ingewikkeld deze soms ook zijn) zijn vielen gewoon onder de wetten die aan een raadgevens referendum onderworpen mogen worden. Het parlement zag daar afgelopen zomer dus kennelijk geen probleem. Dan moet je dat er nu ook niet van maken.

Je zou dan nog kunnen opmerken dat er onder die 50 referenda geen enkel referendum over een associatieverdrag zat en dat we daar dus geen ervaring mee hebben, maar ook dat is slechts ten dele waar. De Zwitserse regering heeft onlangs een referendum georganiseerd over samenwerking met Oost-Europa en dat verdrag was min of meer vergelijkbaar met het voorliggende associatieverdrag.

Dan de afzonderlijke punten. Of de burger wel weet waar het over gaat: de ervaring leert dat naarmate voor- en tegenstanders meer campagne voeren, de bevolking gaandeweg beter wordt geïnformeerd. En daarbij laten de meeste burgers zich ook vaak leiden door organisaties of personen die ze vertrouwen. Dat klinkt gek, maar ook van de Kamerleden die het verdrag eerder hebben goedgekeurd heeft nog geen 10% de tekst gelezen en wist waar het over ging. Dat gebeurde slechts door de woordvoerders en deze adviseerden hun fractiegenoten om voor of tegen te stemmen. Het is wat merkwaardig om als politicus dan de burger te verwijten dat zij zouden stemmen zonder precies te weten waar het over.

Of de burger zijn stem wel door de zaak zelf laat bepalen of door heel andere dingen: maar dat gebeurt ook bij gewone parlementsverkiezingen. Ook daar gaat wordt de stem lang niet altijd bepaald door de inhoud van de verkiezingsprogramma’s (die men veelal ook niet gelezen heeft), maar om sentimenten, om populariteit van een bepaalde politicus, om de politieke voorkeur van de mensen in de omgeving etc. Daar kun je wat sikkeneurig over doen, maar we hebben bij de parlementsverkiezingen afgesproken dat de redenen van de kiezer en niet toe doen en dat elke stem gewoon telt. Geen enkele reden om daar bij een referendum van af te wijken.

Of door de uitslag van het referendum het belang van Nederland niet geschaad wordt: dat is een afweging die de parlementariërs dan weer kunnen maken. Het referendum is raadgevend en dus een advies van de bevolking aan het parlement. Als het parlement van mening is dat de uitslag schadelijk voor het nationaal belang van Nederland kunnen ze het advies van de bevolking altijd naast zich neerleggen. Ze zitten er volgens onze grondwet zonder last op ruggespraak.

Ramses Wessel vult op dit laatste nog aan dat als Nederland tegen stemt, dat slechts gevolgen heeft voor een heel klein deel van het verdrag, namelijk het politieke deel en niet de handelsovereenkomst. Waarschijnlijk betekent dat dan dat voor Nederland een uitzonderingsclausule wordt gemaakt. Allerlei andere EU-lidstaten hebben ook dat soort bijzondere clausules bij internationale verdragen en dat maakt die verdragen ook zo ingewikkeld en omvangrijk. Het eigenlijke verdrag bestaat “slechts” uit 323 pagina’s maar door al die uitzonderingsclausules komen die 1.700 andere pagina’s erbij.

Vervolgens kondigt hij Laura Starink aan als voormalig NRC-correspondent in Oekraïne wat door haar hersteld wordt door erop te wijzen dat ze in Moskou was gestationeerd. Ze wil het met ons hebben over het “slachtoffer van het referendum”, namelijk Oekraïne.

In de zomer van 2013 dacht iedereen in Oekraïne dat het associatieverdrag een gelopen race was, maar in het najaar trok Janoekovitsj, onder druk van Poetin, zijn steun in. Er kwamen demonstraties op Maidan en Janoekovitsj verliet het land. Volgens Poetin was er sprake van een fascistische machtsgreep en annexeerde de Krim. In het oosten van Oekraïne brak een door Rusland gesteunde oorlog uit met inmiddels 90.000 doden. Allemaal als gevolg van het associatieverdrag. De echte oorlog in het oosten is geluwd, maar het front heeft zich volgens Starink nu verplaatst naar Kiev.

Niet het niet tekenen van het associatieverdrag maar de corruptie onder de machthebbers was de reden voor de protesten eind 2013 en begin 2014 en volgens Starink is het associatieverdrag in de ogen van de Oekraïense bevolking ook veel meer dan een handelsverdrag. Voor hen zijn juist de politieke paragrafen in het verdrag over mensenrechten en corruptie-bestrijding essentieel. De nieuwe regering heeft die waarden volgens Starink hoog in het vaandel staan en wordt daarin gesteund door een nieuwe civil society.

De corruptie gaat terug op de Jeltsin-jaren waarin verschillende oligarchen de productiemiddelen van de ontmantelde Sovjet-Unie in handen hebben gekregen. De corruptie wordt dan ook vooral geassocieerd met Rusland en de voormalige Sovjet-Unie en men zoekt hulp bij de EU om deze te betrijden en nadrukkelijk niet bij het door dezelfde corruptie beheerste Rusland.

Starink is de afgelopen maanden en weken een paar keer in verschillende delen van Oekraïne geweest en meldt vanuit haar gesprekken dat men daar verbijsterd was over het referendum in Nederland. GeenPeil is niet geïnteresseerd in Oekraïne en de meeste Nederlanders weten te weinig over Oekraïne om bij het bepalen van hun stem de bevolking van Oekraïne leidend te laten zijn in plaats van hun sentimenten over Europa. Ze citeert vervolgens een aantal mensen die zij onlangs in Kiev sprak, waarbij ze benadrukt dat dit allemaal jongeren waren die tot de hervormingsbeweging behoren en die het land naar een nieuwe toekomst willen brengen: “Lokale discussie in Nederland dat grote en desastreuze invloed op Oekraïne heeft.” “Denken in invloedsferen is ouderwets Koude Oorlog denken.” “Klap voor mensen die nu zware offers moeten brengen om deze transitie door te maken.”

Natuurlijk, zo erkent Starink, is een deel van de Oekraïense bevolking voor samenwerking met Rusland, maar dat deel neemt af en dat komt vooral doordat het in Rusland economisch veel slechter gaat ten gevolge van de sancties. Als iemand uit de zaal aanvoert dat de door de EU opgeklopte spanningen in en rond Oekraïne zouden kunnen leiden tot een Derde Wereldoorlog, stelt Starink dat dit associatieverdrag alleen al daarom geen onderwerp zou mogen zijn voor een referendum, alsof de deelnemers aan het referendum die spanningen hebben opgeklopt.

Een ander vraagt wat nu eigenlijk de effectiviteit van een verdrag is om mensenrechten en corruptiebestrijding te bevorderen. Iedereen is voor mensenrechten en corruptiebestrijding maar is het effect van een stem vóór het associatieverdrag dat deze daardoor gestimuleerd zullen worden of blijft het bij papieren verklaringen zodat het allemaal toch niets uitmaakt?

Van den Akker merkt naar aanleiding van de opmerking dat het verouderde denken in termen van invloedsferen op dat de EU met dit associatieverdrag Oekraïne wel degelijk in haar invloedssfeer wil halen. Dat geldt voor alle afgesloten associatieverdragen: met de staten rond de EU die niet in aanmerking komen voor een EU-lidmaatschap worden associatieverdragen afgesloten die passen in het zogenaamde “nabuurschapsbeleid” van de EU. De opmerking uit de zaal dat de EU zich in dit opzicht dan net zo gedraagt als de voormalige Sovjet-Unie met haar satelietstaten gaat hem echter net iets te ver: de enige overeenkomst tussen de Europese Unie en de Sovjet Unie is het woord Unie in de naam, aldus Van den Akker.

Starink benadrukt dat het land een ongelooflijke economische potentie heeft en dat als dit traject mislukt de Oekraïense jongeren die zij gespreken heeft het land zullen verlaten. Dat het oosten van Oekraïne economische helemaal gericht is op Rusland en de voormalige Sovjet-economie klopt niet helemaal mee. Rusland heeft de handelsbetrekkingen met Oekraïne na de ondertekening van het associatieverdrag bevroren en dat kost Oekraïne miljarden euro’s. Het land heeft het er echter graag voor over en wil ook wel van deze oude economie af, aldus Starink.

Iemand in de zaal merkt op dat als het associatieverdrag alléén een handelsverdrag zou zijn, Oekraïne ten behoeve van de economie in het oosten van het land ook een handelsverdrag met Rusland aan zou kunnen gaan. Het politieke deel van het associatieverdrag staat dat laatste echter in de weg. Spreker heeft vanavond geleerd dat het handelsverdrag tijdens het referendum niet ter discussie staat en feitelijk al in werking is getreden en voelt zich door deze informatie nu helemaal vrij om bij het referendum “tegen” te stemmen: de handel gaat gewoon door en over de politieke overeenkomst moet opnieuw onderhandeld worden en dat zou dan toch weer mogelijkheden scheppen om de relaties met Rusland te (laten) verbeteren. Wessel doet dit af met de opmerking dat je ook zou kunnen redeneren dat als Nederland tegen stemt de andere EU-lidstaten die het verdrag wel zullen ratificeren wel voor de corruptiebestrijding en de mensenrechten in Oekraïne zullen zorgen.

Martin Rosema aan het woord

Ondertussen wordt al flink gespeculeert over de uitslag. De Volkskrant opende afgelopen maandag onder de kop “Ja-kamp voor ‘Oekraïne’ groeit” met het bericht dat 44,5% bij referendum “voor” zou stemmen. Volgens de bij het aan dit bericht ten grondslag liggende onderzoek betrokken en bij het debat aanwezige UT-medewerker Martin Rosema heeft de Volkskrant een loopje genomen met het onderzoek. Die 44,5% geldt nu, terwijl de campagne nog op gang moet komen. Nu zouden we het mimimale opkomst-percentage van 30% nog niet halen, maar als de campagnes gaan lopen dan schiet dat omhoog en zullen er heel andere verhoudingen tussen voor- en tegenstanders gaan ontstaan. Van den Akker vult aan dat alle 50 EU-referenda een opkomstpercentage van 35% of meer hadden (het Nederlands referendum over de “Europese Grondwet” had een opkomst van 65%), maar constateert dat de campagne nu wel heel traag en laat op gang komt.

Met dat alles, en de opmerking van Rosema dat het aanwezige publiek geen representatieve steekproef vormt, in het achterhoofd wordt aan het eind van het debat een peiling gehouden. De overgrote meerderheid van het aanwezige publiek geeft aan “voor” te zullen stemmen. Gevraagd naar een duiding hiervan stelt Rosema dat het publiek zich lelijk door de sprekers heeft laten inpakken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen