donderdag 13 november 2014

Terug naar de basis. En haar identiteit. Maar welke?

Nadat afgelopen zomer duidelijk was geworden dat een doorstart van de voormalige militaire luchtmachtbasis Twenthe als burgervliegveld ”Enschede Airport” geen mogelijkheid bleek te zijn, stelden de provincie Overijssel en de gemeente Enschede een Commissie van Wijzen in die op 30 oktober jl. met een advies kwam waar vandaag in de Grolsch Veste door belanghebbenden en belangstellenden over gediscussieerd kon worden.


Het zwaartepunt van de opdracht aan en het uiteindelijk advies van de Commissie van Wijzen, die werd voorgezeten door voormalig werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes, was een zodanige invulling van de voormalige luchtmachtbasis dat het een alternatief kon vormen voor de banenmotor die het burgervliegveld volgens de voorstanders voor het met hoge werkloosheidspercentages kampende Twente had zullen zijn. Immers, het uitgangspunt van de provincie Overijssel en de gemeente Enschede bij het streven naar een doorstart van het vliegveld luidde: “Het terrein van de voormalige vliegbasis dient te transformeren tot een vliegwiel voor een economisch sterker en duurzamer Twente.”

Eigenlijk lag dat alternatief er al, namelijk “De Twentse Basis” dat reeds in 2008 door de in en met de Stichting Alternatieven Vliegveld Twente (SAVT) samenwerkende tegenstanders van het vestigen van een burgervliegveld op het voormalige luchtmachtbasisterrein, namelijk “Een landgoed vol natuur, zorg (care and cure), sport en recreatie”. Dit plan was ontwikkeld vanuit de visie dat je altijd achteraan blijft lopen als je aansluiting probeert om inhaalslagen te maken om bepaalde achterstanden in te lopen. Beter is het, volgens de initiatiefnemer van “De Twentse Basis” om “eerst te kijken of en hoe alles wat Twente exclusief en authentiek maakt, te gebruiken is bij het inspelen op de behoeften van de moderne tijd. Om vervolgens een ontwikkeling na te streven, die het beste past bij de eigenheid van de regio.” Vanuit die analyse komt men dus tot het zojuist genoemde landgoed vol natuur, zorg, sport en recreatie.

In wezen doet de commissie Wientjes hetzelfde. Alleen ziet zij een andere Twentse identiteit die ze vervolgens tot uitgangspunt neemt. In plaats van de landgoederen en de natuur ziet zij in Twente vooral de in de 19de eeuw op gang gekomen industrie met als speerpunten textiel en metaal. Hoewel beide sectoren vrijwel geheel uit Twente (en ook goeddeels uit Nederland) verdwenen zijn, zou Twente zich nog steeds op deze sector kunnen profileren, door namelijk in het high tech segment van deze sectoren te gaan zitten. Aan de Universiteit Twente, de Saxion Hogeschool en diverse bedrijven die uit de genoemde kennisinstellingen zijn voortgekomen, zich in de nabijheid hiervan hebben gevestigd of die door hun keuze voor het high tech segment nog zijn overgebleven van de ooit veel bredere basis van textiel- en metaalbedrijven (zoals Thales en Ten Cate) is, naar het oordeel van de commissie Wientjes, een voorhoede op dit gebied werkzaam en dat zou verder uitgebaat moeten worden.

Het advies van de commissie Wientjes luidt dan ook: "Maak van de luchthaven Twente een iconische internationale ontwikkel-, demonstratie- en productiezone voor 'Advanced Materials and Manufacturing': 'Technology Base Twente'." Volgens de commissie is “de 'Topsector High Tech' (High Tech Systemen en Materialen, kortweg HTSM) in Twente sterk ontwikkeld en zeer kansrijk. (…) De ontwikkeling van 'advanced materials and manufacturing' is dicht bij huis al bij veel bedrijven te zien die de transformatie van textiel en metaal naar hightech succesvol hebben doorgemaakt. Het zijn ook deze bedrijven die de basis bieden voor de doorontwikkeling van de industrie naar een niveau waarop de hele regio gaat profiteren. Voorbeelden van deze bedrijven zijn o.a. Thales, Demcon, Nedap, Norma, TKH, Bronkhorst High-tech, TenCate, Aeronamic, Pentair en vele andere innovatieve ondernemingen en spin-offs die Twente op de wereldkaart zetten met slimme producten, diensten en oplossingen."

De commissie adviseert om hierbij te focussen op de volgende toepassingsgebieden:
  • Infrastructure, Building & Constructions (nu al een werkgelegenheid van 40.135 mensen in Twente)
  • Health (46.266)
  • Water management (912)
  • Defense & Emergency Response, Safety & Security (5.835)
  • Mobility & Logistics (11.019)
Deze laatste twee sectoren hebben volgens de commissie veel aanknopingspunten. “Zo tonen recente verkenningen van het Safety & Security cluster Twente aan dat de veiligheidssector in de regio goed is voor 1,2 miljard euro omzet en perfect aansluit bij The Hague Security Delta en de ontwikkeling van TroNed. Vanuit een stevige basis op het gebied van werkgelegenheid en innovatief vermogen mag verwacht worden dat de diverse nieuwe producten vanuit 'advanced materials and manufacturing' in eerste instantie in de eerder genoemde sectoren gerealiseerd zullen worden. De commissie stelt voor om in nauw overleg met de NFIA (Netherlands Foreign Investment Agency) een acquisitieplan te maken voor het aantrekken van nieuwe bedrijven.”

Ter illustratie van het belang van ketens, specialisatie en ambassadeurs is het onderstaande nieuwartikel van RTV Oost van 16 oktober 2014 integraal in het advies opgenomen:
Bouw JSF goed voor 90 banen in OverijsselDe aanschaf van de Joint Strike Fighter, de JSF, is goed voor het bedrijfsleven in Overijssel. Het levert ongeveer 90 banen op bij bedrijven als Thales in Hengelo, Aeronamic in Almelo en Dutch Shape in Borne. Met de orders zijn honderden miljoenen gemoeid. De overheid heeft bij de aanschaf van de toestellen bedongen dat bedrijven in Nederland onderdelen mochten bouwen voor de JSF. Vooral in Twente zijn veel bedrijven die onderdelen maken voor de luchtvaart.Aeronamic in Almelo kreeg een order van ruim 500 miljoen euro. Het bedrijf levert het systeem dat de hulpmotor start en een systeem dat de energievoorziening en de koeling van de elektronica regelt. Het levert bij Aeronamic 50 banen op. Thales in Hengelo produceert onderdelen voor het radarsysteem in het toestel. Ook ontwikkelen ze een koeler. Het betekent werkgelegenheid voor enkele tientallen mensen. DAP Technology in Oldenzaal maakt testapparatuur voor de JSF. Nu werken daar dagelijks tien mensen aan. Als de JSF volledig in productie gaat kan dat aantal oplopen tot ongeveer dertig mensen. Dutch Shape in Borne levert mallen voor onder meer de vleugels en deuren van het gevechtsvliegtuig. Nu zijn er dagelijks drie personeelsleden mee bezig. PM Aerotec in Hengelo bouwt houders waar elektronica van andere bedrijven in wordt geplaatst. De houders zitten onder meer in de deuren en het landingsgestel. Nu werken daar dagelijks drie mensen aan. Gaat het toestel volledig in productie, dan is er werk voor 10 tot 12 fulltimers.De bedrijven verwachten meer nieuwe orders in de wacht te slepen omdat ze nu meewerken aan de bouw van de JSF. Opdrachtgevers kloppen daardoor eerder aan bij deze bedrijven, zo is hun verwachting. De ruim dertig JSF-toestellen die Nederland heeft besteld worden waarschijnlijk in 2019 geleverd.
Hoewel de commissie Wientjes zelf dus schrijft dat ze de identiteit van Twente als historisch centrum van textiel- en metaalindustrie tot basis heeft genomen, lijkt ze feitelijk het militaire karakter van de luchtmachtbasis als basis te gebruiken, met de JSF-ontwikkeling als iconisch voorbeeld en de grotere en kleinere Twentse bedrijven die zich met luchtvaart- en defensietechnologie bezighouden als met name verder te stimuleren sector.

Aan de rondetafel in de Grolsch Vestie die gewijd was aan de economische aspecten van het advies van de commissie Wientjes en waar ik ook aanzat, werd al meteen in twijfel getrokken of die luchtvaart- en defensiesector nu wel de meest lucratieve sector was voor Twente. Volgens één van de aanwezige ondernemers is het veel beter aan de sluiten bij een veel groter mondiaal vraagstuk, namelijk dat van energie en klimaat. Toch nog vrij dicht bij de aanbevelingen van de commissie Wientjes blijvend stelde hij voor om het terrein van de luchtmachtbasis om te vormen tot een “Climate Valley” en voortbouwend op het vooraanstaande onderzoek aan de Universiteit Twente op het gebied van nanotechnologie en stromingsleer materialen te ontwikkelen en vorm te geven die niet alleen vliegtuigen, maar ook treinen en auto’s een stuk energiezuiniger zouden kunnen maken. De nog op het terrein aanwezige start- en landingsbaan zou een prima testomgeving kunnen vormen en zou een goede combinatie kunnen vormen met de inmiddels door de Duitse regering gesloten testbaan voor magneetzweeftreinen vlak over de grens bij Emmen zou en de autotestbaan bij het nog iets verderop in Duitsland gelegen Papenburg. Volgens de betreffende ondernemer zou je bij een dergelijke focus waarbij dus energiereductie centraal staat aan ander bedrijf dan Ten Cate als trekker moet hebben omdat dit aspect bij hun materiaalverbetering volstrekt onderbelicht blijft. Zij focussen zich vooral op de combinatie sterk en licht.

De focus op duurzame technologie zou ook openingen kunnen bieden voor verbeteringen van zonnecellen waartoe op het terrein testvelden kunnen worden aangelegd. En verder zou “duurzaamheidstechnologie” ook veel beter passen bij Twentse identiteit die centraal stond in “De Twentse Basis”. Zonder dit alweer zes jaar oude alternatieve voorstel met name te noemen wijzen andere ondernemers aan deze rondetafel op de noodzaak om het (vestigings)profiel van Twente beter “in de markt te zetten”. Dat is geen luchtvaart en “security”, maar wel de natuurlijke omgeving en het profiel van “Landgoed van Nederland” zoals de toeristische sector in deze regio Twente graag neerzet. Volgens de ondernemer die dit punt inbrengt wordt daar echter heel weinig mee gedaan. Waar de toeristische sector de afgelopen jaren in Nederland juist bij Duitsers is gegroeid, is ze in Overijssel en ook in Twente juist afgenomen. Duitsers reizen dus door Overijssel om zich elders in Nederland te verpozen. Volgens de betreffende ondernemer komt dat omdat Overijssel en Twente zich te sterk richten op het onderste segment van de toeristische markt, terwijl je met de term “Landgoed van Nederland” juist zou moeten appelleren aan het hogere segment van het vrijetijdstoerisme maar nog meer aan het “zakelijk toerisme”, zoals conferenties e.d. Een profiel van “confereren in het groen” zou heel goed aansluiten bij een high tech-profiel op het gebied van duurzaamheid en ook kun je het goed koppelen met een groene en gezonde leefomgeving. Bovendien, zo stelde deze ondernemer, doen we in Twente veel te weinig met het feit dat we in het buitenland, zoals het Midden-Oosten, vooral bekend zijn als regio van de paarden: stalhouderijen en paardensport. Ook dat past bij het karakter van een landgoed en daarmee zijn vrijwel alle profielkenmerken van “De Twentse Basis” benoemd: landgoed vol natuur, zorg, sport en recreatie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen