zaterdag 29 november 2014

De terugkeer van nationale identiteiten en vijandsbeelden

Vanmiddag organiseerde “Oorlog is geen Oplossing NL” in de Utrechtse Kargadoor een discussiebijeenkomst over de situatie in Oekraïne. Opzet van deze, vanuit Enschede georganiseerde, bijeenkomst was een inleiding door prof.dr. Kees van der Pijl, die regelmatig een analyse over de situatie in Oekraïne op de weblog van Oorlog is geen Oplossing NL publiceert, gevolgd door een drietal co-referaten vanuit evenzoveel perspectieven die binnen het samenwerkingsverband “Oorlog is geen Oplossing NL” vertegenwoordigd zijn: een anarchistisch, pacifistisch en communistisch perspectief. De bijeenkomst werd afgesloten met een discussie waarin zich ook een 15-tal andere aanwezigen mengden, onder wie twee vanuit Oekraïne afkomstige Nederlanders, twee mensen die korter of langer in Oekraïne hebben gewerkt en de Nijmeegse polemoloog Leon Wecke.


Kees van der Pijl begon zijn inleiding met de opmerking dat de cirkel van geaccepteerde meningen over de situatie in Oekraïne steeds kleiner wordt. Je staat al snel met een afwijkende mening buiten het geheel van geaccepteerde opvattingen. Binnen dat geheel wordt het daarentegen wel acceptabel gevonden dat de Canadese premier Steve Harper bij de onlangs in Brisbane gehouden G20-top Vladimir Poetin begroette met de opmerking “ik geef je dan toch maar een hand, maar je zult je uit Oekraïne moeten terugtrekken.” Poetin zou daarop geantwoord hebben: “wij zitten helemaal niet in Oekraïne“. Volgens Kees van der Pijl hebben ze beide ongelijk.


Poetin heeft ongelijk omdat Oekraïne eigenlijk altijd in zekere zin een onderdeel van Rusland cq. de Sovjet-Unie is geweest. In het Russische Imperium leefden volgens sommige tellingen 194 volkeren. Onder de tsaren werden alle niet-Russische minderheden onderdrukt en zo mogelijk gerussificeerd. De Bolsjewieken introduceerden een “socialistisch nationaliteitenbeleid” gebaseerd op een combinatie van internationalisme en autonomie. Deze benadering, die vooral door Lenin en Stalin werd voorgestaan, had in Oostenrijk-Hongarije een andere variant, voorgestaan door Otto Bauer, die later in Joegoslavië werd toegepast. Deze benadering gaat – althans in theorie, de praktijk was toch vaak anders – uit van de gelijkwaardigheid tussen volkeren binnen een groter geheel als veelvolkerenstaat en staat tegenover de Westers-liberale benadering van nationale zelfbeschikking met rechten voor minderheden die in dezelfde periode direct de Eerste Wereldoorlog leidde tot de vormen van een aantal nationale staten in wat nu Midden- en Oost-Europa is. In die nationale staten maakt echter de meerderheid feitelijk de dienst uit en zijn de minderheden voor hun vrijheden van die meerderheid afhankelijk. Dat leidt onophoudelijk tot conflicten tussen meerderheid en minderheden. Toen de VN Joegoslavië vroeg hoe het met de rechten van de in dat land levende minderheden zat zeiden zij het land geen minderheden kende; alle groepen hadden – nogmaals: in theorie – gelijke rechten.

Dat de Bolsjewieken dit idee van “internationalisme en autonomie” voorstonden had er ook mee te maken dat zij niets zagen in de vorming van kleine (nationale) staatjes. Voor het opbouwen van een goed functionerende economie heb je nu eenmaal een groter geheel. Na de ineenstorting van het communistisch bestel, werd de Sovjet-Unie ontbonden tot 15 min of meer nationale staten die nu bijna allemaal problemen hebben met de overige nationaliteiten op hun grondgebied en die her en der al tot de nodige spanningen en (gewapende) conflicten hebben geleid.

Tot voor kort was Oekraïne, na Armenië, het land dat nog het meest terug verlangde naar de Sowjet-Unie. Dat heeft niet alleen te maken met de nationaliteitenkwestie, maar ook met de oude Sovjet-economie die zich weinig aantrok van de grenzen tussen de deelrepublieken. Het Oost-Oekraïense Donbasgebied, met haar mijnen en zware industrie, was een economische kerngebied voor de hele Sovjet-Unie en is nog steeds economisch verbonden met andere voormalige Sovjet-republieken. Het kan feitelijk niet bestaan zonder die oude economische relaties.

De Franse econoom Piketty heeft in zijn geruchtmakende boek over het Kapitalisme in de 21ste eeuw gewezen op het feit dat in het Westen in de periode tussen 1910 en 1980, dus globaal in de periode dat in het Oosten de Sovjet-Unie bestond, een middenklasse is ontstaan die de ongebreidelde macht van de economische bezittende klasse enigszins kon inperken. Die middenklasse ontbreekt in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie. De politieke en economische machtsstrijd in met name de opvolgerstaten van de Sovjet-Unie was en is er dan ook één tussen oligarchen onderling. Dat gebeurde onder Jeltsin ook in Rusland en Poetin heeft dat daar, met zijn autoritaire regeerstijl, weten te corrigeren. Overigens heeft Poetin dat vooral kunnen doen door de terugval van Rusland van de industriële grootmacht die het in de Sovjet-tijd nog was naar het grondstoffen exporterende land dat het nu is. Binnen het rijtje BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) is Rusland de zwakste van het vijftal en verkeert in feite nog steeds in een economische neergang waar de andere BRICS landen vooral als opkomende economieën worden geduid.

De Euraziatische Unie van Poetin is bedoeld om in een groter verband een alternatieve economische orde in te richten. Eén van de belangrijke gangmakers hiervan zijn de Russische spoorwegen onder hun voorman Jakoenin. Met steun van Italiaanse banken is hij bezig om een grote infrastructurele corridor aan te leggen van Rusland door Centraal-Azie naar China, met de hogesnelheidslijnverbindingen, maar ook datatransmissie en een reeks nieuwe steden langs de route die aan Silicon Valley zouden moeten doen denken.

Kees van der Pijl ziet ook zwarte kanten aan deze Euraziatische ideologie, zoals een conservatieve hang naar religie en een sterk nationalistische zo geen racistische agenda. De Euraziatische gedachte richt zich overigens vooral op Wit-Rusland en Kazachstan. Oekraïne speelt een minder prominente rol in deze en voor Rusland is de sterk verouderde Oekraïense economie eigenlijk niet interessant meer.

Hilary Clinton heeft zich altijd sterk verzet tegen de ontwikkeling van deze Euraziatische Unie omdat ze hierin de vorming van een nieuwe grootmacht ontwaarde. Zij houdt vast aan de Westerse idee van (kleine) nationale staten die in dit gebied zouden moeten ontstaan en die tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld.

En zo komen we van de agenda van Poetin op die van het Westen. Die kun je “imperialistisch” noemen, maar dat is een onvoldoende verklaring. Punt is, volgens Kees van der Pijl, dat het kapitalisme sinds 1980 een sterk financieel en veel minder een productie-karakter heeft gekregen. Sinds Reagan en Thatcher heeft een reorganisatie van de wereldwijde productie plaatsgevonden waarbij men thans oploopt tegen de grenzen van de nationale staten. Zo produceert de VS zelf nog maar 15% van al haar consumptiegoederen; de andere 85% wordt elders geproduceerd en dat wil je natuurlijk wel in de hand houden. Dat kan door regime-veranderingen.

Uiteindelijk is regime-change in China het doel, maar dan kan via de weg van Oekraïne en Rusland. De eerdergenoemde Jakoenin was één van de eerste Russen die door de sancties werd getroffen, hoewel hij niets met Oekraïne maar des te meer met de Euraziatische Unie te maken had. Economische sancties vormen een belangrijk instrument om de Westerse hegemonie aan andere landen op te leggen. Een tweede instrument is de “democratiebevorderingsmachinerie” van massale opstanden tegen de zittende regeringen volgens het model van Gene Sharp en de zijnen en uiteindelijk speelt de enorme militaire macht van de VS – die in haar eentje net zo groot is als alle andere militaire machten bij elkaar – ook nog een rol.


Vanuit het anarchistisch perspectief begint Jan Bervoets zijn betoog met de correctie dat die “democratiebevorderingsmachinerie” van volksopstanden die regeringen ten val kunnen brengen geen schijn van kans hebben als er bij de bevolking ter plaatse geen voedingsbodem zou zijn. En die was er in Oekraïne volop. In de eerste plaats in de door Kees van der Pijl reeds genoemde uitverkoop van het land en haar economie aan de oligarchen, maar vervolgens ook door de strijd tussen die oligarchen onderling om de politiek macht waarbij de verliezer van de verkiezingen regelmatig door de winnaar in de gevangenis werd gestopt.

De Oranjerevolutie was aanvankelijk een opstand tegen deze misstanden. Dat geldt ook voor de Rozenrevolutie die in Georgië een eind maakte aan het presidentschap van Sjevardnadze. Dat het Westen hier handig op in speelde zal allemaal wel, maar de machthebbers hebben feitelijk hun eigen graf gegraven. Janoekovitsj had de opstand op Maidan netjes op kunnen lossen maar heeft in plaats daarvan keihard ingegrepen waarbij hij gebruik maakte van de anti-demonstratiewetgeving die Poetin in Rusland had ingevoerd en die bijvoorbeeld een stakingsverbod voor de vakbeweging behelst. Iedereen werd meteen door het regime als extremist gekwalificeerd en door al die maatregelen kregen de daadwerkelijk fascisten steeds meer steun van de bevolking in hun strijd tegen de zittende regering omdat zij die strijd kennelijk – volgens de regeringspropaganda - aanvoerden.

Jan Bervoets benadrukt dat zowel in het Donjetsgebied in het oosten als in het voormalig Oostenrijks-Hongaarse westen van het land autoritaire en fascistoïde groepen aan de macht zijn. De Al-Russische Verdediging die nu in het Donjetsgebied de lakens uitdeelt met behulp van Russische vrijwilligers hebben inderdaad weinig met Poetin te maken. Het zijn mensen die in Moskou Tsjetsjenen en nu ook Oekraïeners in elkaar slaan. Voor veel Oekrainers komt het gevaar dus zowel uit het oosten als uit het westen. We moeten hier in Nederland vóór de gewone Oekraïense bevolking kiezen maar kunnen daarbij geen partij kiezen voor degenen die in het oosten aan de macht zijn en ook niet voor de mensen die in het westen aan de macht zijn. We moeten gewoon tegen elke vorm van militaire interventie zijn en moeten ophouden om de schuld van de hele situatie bij Poetin te leggen.

Vanuit het pacifistisch perspectief is Jan Schaake het hartelijk eens met deze oproep om niet militair te interveniëren, maar het pacifisme behelst volgens hem meer. Niet alleen het afzien van geweld, maar juist ook het bouwen van vrede door aan verzoening te werken en aan (economische) samenwerkingsverbanden. Wat zich in de huidige situatie in en rond Oekraïne tot uitdrukking komt is dat “we” in het Westen sinds het einde van de Koude Oorlog altijd zijn blijven denken in termen dat we ons militair tegen een mogelijk dreiging vanuit het Oosten moesten verdedigen. Er is aanvankelijk ontwapend, maar altijd wel zodanig dat in “onze” ogen het evenwicht niet verstoord raakte. Midden- en Oost-Europese landen werden aangemoedigd om zich bij de NAVO als militaire verdedigingsorganisatie aan te sluiten en door haar absolute militaire dominantie verloor het Westen elke terughoudendheid om conflicten elders in de wereld met militaire macht “op te lossen”. Delen van de vredesbeweging en linkse politieke partijen zijn ook meegegaan in die vermeend probleemoplossend vermogen van militaire middelen en hebben de NAVO en haar militaire macht, waar ze tijdens de Koude Oorlog zo op tegen waren, van lieverlee geaccepteerd.

Waar de vredesbeweging het ook heeft laten afweten is het werken aan verzoening tussen verschillende landen en volkeren toen dat na de val van de Muur mogelijk was geworden. Alle contacten tussen vredesorganisaties in het Westen en officiële of dissidente vredesgroepen in het Oosten droogden in de jaren na de van de muur op. Tijdens een vredesconferentie vijf jaar geleden in Polen waar ook analisten en activisten uit Litouwen, Wit-Rusland, Oekraïne en Slowakije deelnamen, bleek hoeveel er nog moest gebeuren om tot vrede en verzoening te komen over alles wat die verschillende staten en volkeren elkaar in het recente verleden hadden aangedaan en dat regelmatig naar boven komt om het vuur van hedendaagse conflicten nog wat verder op te stoken.

En in de derde plaats is de pan-Europese Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) die nota bene middenin de Koude Oorlog in 1975 in Helsinki werd opgericht, de afgelopen 25 jaar steeds sterker verwaarloosd terwijl juist haar concept van een inclusieve veiligheid door (economische) samenwerking de problemen die thans worden veroorzaakt door militaire en economische competitie tussen NAVO en EU enerzijds en Rusland en de nog in oprichting zijnde Euraziatische Unie anderzijds had kunnen voorkomen. Vanuit de vredesbeweging is vijf jaar geleden voorgesteld om naar analogie van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal die na een lange reeks Frans-Duitse oorlogen over deze twee belangrijke grondstoffen een Euraziatische Unie voor Olie en Gas op te richten zodat economische politiek niet langer de voortzetting van oorlog met andere middelen kan zijn.

Vanuit het communistisch perspectief is het Rik Min het wel eens met het pleidooi voor een collectief veiligheidsbeleid. De praktijk is dat de EU en de NAVO zich nooit iets van Rusland en China hebben aangetrokken al het om hun veto’s in de VN-veiligheidsraad gaat en overal naar eigen goeddunken regime changes hebben toegepast. Rusland en China voelen zich door dit optreden geopolitiek, militair en economisch bedreigd en nu is het punt bereikt waarop ze de hakken in het zand zetten.

In het opdelen van bijvoorbeeld voormalig Joegoslavië in kleine nationale staatjes heeft het Westen de principes van Helsinki geschonden volgens welke de nationale grenzen in Europa gerespecteerd zouden worden. Overigens heeft Poetin dat ook gedaan door de Krim te annexeren en daar is Rik Min het dus ook niet mee eens. Hij is dan ook tegen nationale afscheidingsbewegingen, tenzij een afscheiding met louter geweldloze middelen en met instemming over en weer tot stand komt. Maar het patroon van door het Westen gestimuleerde opdelingen van bestaande landen, blijft zich herhalen. Op dit moment in het Midden-Oosten en het zal Rik Min niet verbazen als ook Indonesië binnenkort aan de beurt is.

Wat de economische samenwerking betreft heeft het Westen er de afgelopen jaren doelbewust voor gekozen om geen olie of gas vanuit de Sovjet-Unie te importeren en er al doende aan bijgedragen dat het communisme economisch niet heeft kunnen overleven. In plaats daarvan heeft men de antidemocratische krachten in Saoedi-Arabië versterkt en zich tot een thans levensgevaarlijk macht uit laten bouwen waar we de komende jaren nog voortdurend tegen zullen moeten vechten.

Na de pauze wordt vanuit de zaal benadrukt dat de nieuwe Koude Oorlog gevoed wordt door de ontmenselijking van een heel volk. Obama zei laatst dat de Russen nog nooit iets tot stand hebben gebracht en McCain dat Rusland niet meer is dan een tankstation dat je ook voorbij kunt rijden om elders te gaan tanken. Dit soort demonisering is over het algemeen de eerst stap op weg naar een volledige uitschakeling. Volgens de spreker is het niet voor niets dat zich deze retorische strijd nu juist voltrekt op het moment dat de EU door allerlei nationalistische tendensen binnen de lidstaten uit elkaar dreigt te vallen. Een nieuwe gezamenlijke vijand kan weer tot en nieuwe cohesie zorgen. Leon Wecke vult aan dat uit een onderzoek naar vijandsbeelden dat hij in de jaren ’80 verrichtte bleek dat men een onderscheid maakte tussen het Russische volk en haar leiders. In de beeldvorming was het volk lui en dom; de leiders waren agressief, vals en sluw.

Een aanwezig student mediastudies pleit ervoor om niet alleen eigen analyses te bloggen, maar juist ook de dominante nieuwsberichten en vooral de daarbij gebruikte beelden te deconstrueren. Er is al een groepjes studenten hiermee bezig en hij is wel bereid om een dergelijk contact tot stand te brengen.

Een andere interessante verbinden zou die met het comité van nabestaanden van de MH17 kunnen zijn. Bij sommigen van hen hoor je ook al dat zij het betreuren dat het omkomen van hun geliefden heeft geleid tot het op de spits drijven van de verhoudingen met Rusland. Destijds waren het ook veel nabestaanden van de mensen die bij de aanslagen van 9/11 in de WTC-torens zijn omgekomen die voorop liepen in de protesten tegen de oorlog tegen Afghanistan omdat de dood van hun geliefden niet zou moeten leiden tot de dood van anderen. Ze hadden het gevoel dat hun leed werd misbruikt.

Andere pleidooien vanuit de zaal riepen op om in ieder geval beide kanten te laten zien en dus van ons uit ook telkens weer de andere kant en om ook in gesprek te blijven met in Nederland woonachtige Oekraïners en Russen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen