zondag 22 november 2015

Een oorlog die veroorzaakte wat ze had moeten voorkomen

Aanstaande dinsdag zal de Belgisch/Canadese historicus Jacques Pauwels in de Enschedese bibliotheek komen spreken over “De Groote Klassenoorlog 1914-1918”. Dit als onderdeel van een korte lezingentour. Vandaag sprak hij in Amersfoort. Heel toepasselijk in “de War”: een activiteitencentrum in een voormalig bedrijfspand. De zaal waar de bijeenkomst plaatsvond straalt dit ook uit: het is een werkplaats die met het plaatsen van een verrijdbare tribune tot een theaterruimte kan worden omgebouwd. “Het Auditorium van de Universiteit van Amersfoort”, zo legt onze gastheer uit. In de War beoogt een vrijplaats te zijn voor onafhankelijke onderzoekers en één keer per maand wordt een soort Studium Generale gehouden.


Dit keer dus met Jacques Pauwels over de Eerste Wereldoorlog. Het initiatief daartoe werd genomen door een groep Amersfoortse burgers die in 2013 begon na te denken over de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. In Amersfoort staat het grote Belgenmonument en eigenlijk zou dat gerestaureerd moeten worden maar de gemeente heeft daar het geld niet voor. Om de gemeente toch op te roepen om hierin te investeren organiseert de groep een aantal activiteiten om meer bekendheid te geven aan de in Nederland tamelijk onderbelichte Eerste Wereldoorlog.


De afgelopen herdenkingsjaren zijn in binnen- en buitenland een heleboel boeken over de Eerste Wereldoorlog verschenen, dus zo onderbelicht is deze niet meer, maar Jacques Pauwels benadrukt dat deze zich vooral richten op de militaire aspecten van de oorlog. De hele sociaal-economische kant wordt nog steeds sterk onderbelicht en leidt al doende tot een zware vertekening van de geschiedenis.

Anderhalve week geleden was Pauwels wij de altijd weer indrukwekkende herdenking in Ieper. Daar worden de soldaten herdacht die geen graf hebben en het moeten doen met een in de muur gegraveerde naam. Ze worden helden, genoemd die hun leven gegeven hebben voor onze vrijheid en democratie. Maar in plaats van helden waren het slachtoffers. De Eerste Wereldoorlog kent geen “velden van eer”, maar vond plaats in één grote modderbende. Ze hebben hun leven ook niet gegeven, maar het leven is hun ontnomen. In de Eerste Wereldoorlog zijn 10 miljoen soldaten omgekomen. Plus nog eens 5 miljoen burgers.

Ze gingen als ”vrijwilliger”, maar wel onder grote morele druk en eenmaal aan het front wisten ze ook niet meer waarom ze er waren. “We ‘re here because we ‘re here,” zongen de Britse soldaten. Het doel van de oorlog was al snel bij hen aan het front uit het zicht verdwenen. Het liefst wilden ze weg. Maar op desertie stond de doodstraf en ze wilden hun makkers niet in de steek laten. Hun makkers begrepen hen tenminste; hun eigen familie niet en zou ook hun terugkeer niet begrijpen. Zelfs de soldaten aan de andere kant van het front begrepen hen beter. Ze waren lotgenoten en zaten in dezelfde ellende. Dat leidde tot een soort van verbroedering.

Maar ook het feit dat ze voor onze vrijheid en democratie zouden zijn gesneuveld is een leugen. Democratie is meer dan alleen dat je kunt kiezen. Het gaat er ook om waarvoor en op wie je dan kunt stemmen. In de VS staat de gewone man of vrouw niet verkiesbaar. En dan is het ook nog de vraag wat de democratisch verkozen regering voor de gewone man of vrouw doet.

De Franse Revolutie geldt als begin van de moderne democratie en Frankrijk, Groot-Brittannië en België gelden dan als democratieën en Duitsland kennelijk als vijand van de democratie. Maar van de genoemde geallieerde landen had alleen Frankrijk (sinds 1848) aan het begin van de Eerste Wereldoorlog een algemeen stemrecht. België en Groot-Brittannië niet. Tot 1914 was ‘democracy’ in het Verenigd Koninkrijk zelfs een verdacht woord. In 1848 had in diverse Europese hoofdsteden een revolutie plaatsgevonden die met veel geweld de kop was ingedrukt. Op grond daarvan wantrouwden de machthebbers de massa’s. En Rusland, dat aan de zijde van de geallieerden meevocht en de revolutie van 1848 in de meeste midden-Europese landen had helpen neerslaan, was al helemaal niet democratisch en had in 1905 zelfs weer een revolutie op eigen grondgebied de kop ingedrukt.
Eén van de redenen om in 1914 ten oorlog te trekken was ook juist om het uitbreken van een democratie veroorzakende revolutie van de massa’s te voorkomen. Robespièrre voerde tijdens de Franse Revolutie het algemeen kiesrecht in. Napoleon draaide dit weer terug. Naar de eerste is in heel Frankrijk geen straat of plein genoemd; terwijl je over de naar Napoleon genoemde straten en pleinen struikelt. Robespièrre geldt als gevaarlijke revolutionair; Napoleon voerde oorlog. Oorlog stopt de revoluatie. Robespièrre was tegen de oorlog en wilde de revolutie verder doorvoeren, radicaliseren. Met het voeren van zijn oorlogen stopte Napoleon de revolutie in eigen land en breidde deze zogenaamd uit naar buiten. Revolutie brengt democratisering. Maar oorlog stopt revolutie en democratisering.

In 1914 vreesden de machthebbers de toenemende invloed en het revolutionaire taalgebruik van de socialisten. Om deze de wind uit de zeilen te nemen had Bismarck in Duitsland een algemeen kiesrecht ingevoerd (voor een parlement dat overigens maar weinig te zeggen had) en een rudimentaire verzorgingsstaat. De Duitse arbeiders aten aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog dagelijk aardappels en vlees. In de rest van Europa was dat niet zover. De Duitse staat zorgde daarvoor en bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog riep ook de socialistische partij op tot de oorlog om het vaderland te verdedigen. Maar tijdens de oorlog verdwenen vlees en aardappelen van het menu en moest men bieten eten, waarna de tegenstand tegen de oorlog toenam evenals de roep om revolutie.

Dat oorlog zou leidt tot het in de greep houden van de burgerbevolking, tot disciplinering, had Nietzsche al uiteen gezet. Vrede creëert de omstandigheden dat mensen samen kunnen komen over maatschappelijke veranderingen te spreken. Een revolutie voor te bereiden. Maar een oorlog creëert omstandigheden dat er gehoorzaamd moet worden. De klasse der proletariërs werd door de oorlog verdeeld en de leden van deze klasse werden ertoe aangezet elkaar af te slachten.

Oorlog betekent ook het einde van de politiek. Het Belgische parlement vertrok naar Le Havre waar het niets te doen had terwijl de koning de macht aan zich trok. In de oorlogvoerende landen werd aan de vakbonden het stakingsrecht ontnomen en werden de arbeidsvoorwaarden verslechterd: arbeiders moesten voor de oorlogseconomie meer uren werken voor minder geld. De Eerste Wereldoorlog was, zoals zoveel andere oorlogen, geen oorlog voor de democratie, maar juist was tegen de democratie.

De Duitse en Franse socialisten trokken ten strijde omdat ze dachten dat ze dankzij die oorlog hun verworvenheden konden behouden. Het kwam echter tot hongerrellen en uiteindelijk zou de oorlog die de revolutie moest voorkomen, juist tot revolutie leiden: in Rusland, Duitsland, maar ook elders. In België werd aan het eind van de Eerste Wereldoorlog de revolutie voorkomen door onmiddellijk de eisen van algemeen kiesrecht en de achturendag in te voeren. De Belgische koning heeft deze maatregelen op volstrekt ondemocratische wijze ingevoerd.

Zelfs in Groot-Brittannië ontstond aan het eind van de oorlog een revolutionaire sfeer. Met name de grote industriesteden als Liverpool, Manchester, Glasgow. Hiermee geconfroneerd overwoog premier Lloyd George daarop de arbeiderswijken bombarderen. Dat werd hem ontraden, omdat al doende echt de vlam in de pan zou slaan. In plaats daarvan werd hem geadviseerd het stemrecht uit te breiden en de achturendag in te voeren.

Het idee om de potentieel opstandige massa’s te decimeren door ze de oorlog in te sturen of arbeiderswijken te bombarderen komen we als bij Malthuse tegen die sociale problemen terugvoert op overbevolking en het bestaan van deze grote massa’s. Het uitdunnen van de populatie was wel een gunstige remedie.

De oorlog die de revolutie moest voorkomen, riep juist de revolutie op en die moest uiteindelijk door de machthebbers voorkomen worden door, net als Bismarck eerder, hervormingen door te voeren. Volgens Pauwels hebben we deze hervormingen te danken aan de angst die in onze landen bestond voor de geslaagde revolutie van Lenin. Anderen wijzen erop dat ze juist voortkwamen uit dankbaarheid voor de bevolking die zich zo dapper geweerd had. Het tegenvoorbeeld van Pauwels is echter dat Gandhi juist met dat idee in zijn achterhoofd de Indiase bevolking in 1914 opriep om massaal aan Britse zijde deel te nemen aan deze oorlog. Hij hoopte dat de Britten uit dankbaarheid dan het lot van de Indiërs zouden verbeteren. Maar ze kregen niets, want in India bestond toen nog niet het gevaar van een revolutie. Dat gold ook voor de Marokkanen en Algerijnen die in het Franse leger meevochten. Dat alles gebeurde pas na de Tweede Wereldoorlog.

De adel en grootburgerij hadden dus hoge verwachtingen van de Eerste Wereldoorlog als oplossing van de sociale problemen zoals zij die zagen en die dus niet uitkwamen. Ze stuurden hun troepen vervolgens naar Rusland om daar de revolutie neer te slaan. Maar die verloren ze, omdat ze het voetvolk niet meer wisten te mobiliseren. Deze weigerden eenvoudig te vechten en overal braken opstanden uit van het voetvolk tegen hun officieren.

Na deze mislukking bleef de elite echter hopen op de vernietiging van de revolutie en daartoe werd in de jaren ’20 en ’30 het fascisme bevorderd. Feitelijk een toestand van oorlog in eigen land die, net als een gewone oorlog, de democratie en verbeterde arbeidsomstandigheden uitschakelde. Velen in het Westen steunden Hitler omdat deze voor hen de Sovjet-Unie zou vernietigen. Maar hierover gaat een ander boek van Pauwels: “De Mythe van de Goede Oorlog”.

In de vragenronde werd opgemerkt dat de Eerste Wereldoorlog toch vooral wordt geduid als de oorlog die een einde maakte aan het feodalisme. Pauwels onderschrijft die stellen. In de meeste landen was in 1914 de adel nog aan de macht. Zelfs in Frankrijk en Groot-Brittannië was dat nog grotendeels het geval. De Eerste Wereldoorlog begon nog als een typische feodale oorlog met de adellijke generaals voorop te paard. Maar het werd een industriële oorlog. En aan het eind van de Eerste Wereldoorlog reden er tanks en vlogen er vliegtuigen. De Eerste Wereldoorlog leidde tot het einde van de positie van de adel en de oorlog werd gemanaged door de bourgeoisie. De industriëlen hebben op allerlei manieren geprofiteerd van de oorlog.

Een andere vragensteller kreeg tijdens het verhaal van Pauwels het idee dat deze in een complot geloofde. Dat is volgens Pauwels geenszins het geval. Er was geen ontmoeting tussen staatshoofden om samen de revolutie te voorkomen en de arbeidersklasse te decimeren. Maar in zijn boek, zo stelt Pauwels, toont hij wel aan dat in brede kring werd geloofd dat een oorlog de oplossing was voor de problemen die men toen zag. Daarbij wordt door de elite ten onrechte verondersteld dat problemen van buiten komen. Dat is een groot misverstand. De meeste problemen komen voort uit ons eigen gedrag. Terrorisme is vaak van eigen bodem en zelfs als de problemen van buiten komen, zijn ze daar vaak al door ons zelf veroorzaakt.

De Britten trokken niet ten strijde om België te beschermen maar om de olie uit Mesopotamië in handen te krijgen. En toen ze dat aan het eind van de oorlog helemaal in handen hadden, hebben ze allesbehalve democratieën in het leven geroepen. Sterker nog: toen er in Irak opstanden uitbraken tegen het Britse gezag, werden door de Britten hele dorpen en steden met burgers en al platgebombardeerd. En met de erfenis van dat gedrag zitten we nu nog steeds.

Had de geschiedenis anders kunnen verlopen en welke mogelijkheden hebben wij in onze tijd om de ontwikkelingen in een bepaalde richting bij te sturen? De antwoorden van Pauwels luiden kort: ‘Ja’ en ‘Laat je niet misleiden door de media.’

Tot slot de vraag waarmee deze avond feitelijk ook begonnen is: Wat te doen met het Belgiëmonument in Amersfoort waar de Nederlandse en Belgische koningsparen volgend jaar (2016) een gezamenlijke herdenkingsbijeenkomst zullen bijwonen. Pauwels suggereert om juist ook de positieve kant te belichten. De verbroedering tussen de strijdende partijen in het veld. De opkomst van het pacifisme in reactie op de Eerste Wereldoorlog. En de ruimhartige opvang van oorlogsvluchtelingen is op dit moment natuurlijk ook heel actueel. Allemaal verhalen die juist wij aan zo’n pompeus monument kunnen koppelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen