donderdag 4 december 2014

Ontwikkeling dodelijke technologie

Na twee jaar te hebben overgeslagen stonden leden van Enschede voor Vrede dit jaar weer aan de vooravond van Sinterklaas te flyeren bij speelgoedwinkels om vooral geen “oorlogsspeelgoed” te kopen. Bij eerdere acties volstond het uitgereikte pamfletje met de opmerking “jong geleerd is oud gedaan” en deed een beroep op pedagogen en andere deskundigen dat door dit oorlogsspeelgoed een gewenning aan het gebruik van geweld optrad en een basis werd gelegd voor grensoverschrijdend gedrag.


Dit jaar werd een directe link gelegd met de inzet van militaire drones waardoor de scheidslijn tussen spel en werkelijkheid vervaagde. Steeds meer worden commerciële computergames al ingezet in officiële militaire oefeningen omdat ze zo realistisch zijn en tegelijkertijd worden daadwerkelijk operaties in het veld via drones uitgevoerd waarbij de piloot annex boordschutter honderden zo geen duizenden kilometers verderop zit en oorlog voert via een beeldscherm en een aantal handels en knoppen. Alsof het een computerspel is. Daarmee was deze actie een soort herhaling van een eerdere actie die de vredesgroep in de Enschedese binnenstad hield en werd bovendien verwezen naar een door haar mede-georganiseerd mini-symposium over drones in de afgelopen Vredesweek.

Vrijwel aansluitend op deze actie vond een tweede soort herhaling van een eerdere Vredesweekactiviteit plaats, namelijk een bijeenkomst in de openbare bibliotheek over de Eerste Wereldoorlog. De lezing was wederom van Gerard Kocx. De muzieke omlijsting werd dit keer geboden door een deel van het projectkoor Kanaljerood dat een aantal liederen ten gehore bracht uit hun huidige project over de Grote Oorlog.


Meer dan bij zijn eerdere inleiding legde Gerard Kocx de nadruk op het feit dat de Eerste Wereldoorlog de eerste grote confrontatie was de mens met de door hem zelf ontwikkelde dodelijke technologie. We hebben het idee dat we op dit moment leven in een tijd van razendsnelle technologische ontwikkelingen, maar de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog staan bekend als die van de Grote Ontdekkingen. En een aantal daarvan werden tijdens de oorlog geperfectioneerd voor het gebruik in de militaire strijd, zoals het vliegtuig dat nog maar kort voor de oorlog tot ontwikkeling was gekomen en aan het eind van de oorlog een rol van betekenis speelde.

Hetzelfde geldt voor de mitrailleur, kanonnen met een bereik van zo’n 100 kilometer en vliegdekscheppen. Überhaupt waren aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog in het kader van de wapenwedloop tussen met name Groot-Brittannië en het Duitse keizerrijk enorm grote marineschepen ontwikkeld die in de praktijk echter nauwelijks ingezet konden worden omdat ze te kostbaar waren om het risico op beschadiging te lopen. Ook gifgassen werden in de loop van de oorlog ontwikkeld en ingezet. Anderzijds liet de communicatie te velde nog veel te wensen over. Postduiven speelden hier een belangrijke rol maar de legerleiding had eigenlijk geen overzicht wat aan de omvangrijke fronten gebeurde.

In deze oorlog tussen mens en nieuwe wapentechnologie heeft de mens het duidelijk verloren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn 8.900.000 soldaten gesneuveld (dat zijn er vier jaar lang 250 per uur, rekende Gerard Kocx even voor), 19.500.000 gewond (na de Eerste Wereldoorlog kwam de plastische chirurgie tot ontwikkeling) en zijn in totaal 61.900.000 militairen gemobiliseerd geweest die dus ook allemaal weer naar huis terug moesten keren. Velen met de meest verschrikkelijke oorlogservaringen in hun hoofd. Door de enorme wissel die de oorlog niet alleen op de weerstand van de militairen maar ook op die van de burgerbevolking trok, maakte de Spaanse Griep aan het eind van de Eerste Wereldoorlog nog eens 20 tot 100 miljoen slachtoffers.


Dat de machinerie het in deze oorlog won van de mens, blijkt ook nog eens, aldus Gerard Kocx, uit het feit dat de oorlog maar door bleef gaan terwijl de oorlog in feite na de eerste maand al vastgelopen was en men wist dat verder vechten zinloos was. Er werden echter steeds weer nieuwe lichtingen jongemannen de oorlog in gestuurd volgens een bepaald automatisme dat niemand kon stoppen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was feitelijk ook het gevolg van de eerdere ontwikkeling van een dergelijk levensgevaarlijk mechanisme: de bondgenootschappen die aan het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw waren gesloten.

De titel van de bijeenkomst was “vriend en vijand”, maar het lijkt erop alsof juist de vriendschap de landen en de militairen de oorlog insleurden. Het stelsel van de bondgenootschappen dat alle Europese grootmachten binnen enkele dagen een oorlog in sleurde die ze eigenlijk geen van alle wilden, maar ook een rekruteringssysteem van nieuw kanonnenvlees dat op bestaande vriendschappen was gebaseerd en dat "pals battalions" wordt genoemd. In plaats van individuele militairen worden complete sportverenigingen e.d. gerekruteerd met de belofte dat ze als vriendengroep naar het front gestuurd zouden worden in plaats van over verschillende battaljons verdeeld zouden worden. Dat klonk sympathiek, maar het leidde er in de praktijk toe dat als aan het front zo'n groep militairen omkwam een dorp of stadswijk meteen enkele tientallen jongeren te betreuren had in plaats van een enkeling.

Het thema “vriend en vijand” was trouwens het thema van de Maand van de Geschiedenis die in oktober werd gehouden. De laatste week van die maand, van 25 tot 31 oktober, was internationaal uitgeroepen tot “Week of Action for Military-free education and research”, zo kregen we vandaag via het elektronisch verspreide “Vredesnieuws”-bulletin te horen. In diverse delen van de wereld vroegen antimilitaristen aandacht voor de rol die het militaire apparaat speelt in onderwijs en onderzoek. Zo ook in Hamburg waar de AktionsKreis “Friedenswissenschaft” van 24 tot 26 oktober een driedaags congres organiseerde onder de titel “Für eine Wissenschaft und Kultur des Friedens“, met plenaire inleidingen, 11 workshops over militaire en vredesbevorderende toepassingen van zo’n beetje alle wetenschappelijke disciplines (waaronder ook de “automatisering van de oorlogsvoering” en dus militaire drones) en een afsluitende discussieronde over de samenwerking tussen studentenorganisaties, beroepsverenigingen en de vredesbeweging bij gemeenschappelijke taken en uitdagingen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen