dinsdag 2 december 2014

Israël staat op een kruispunt

Vandaag ontvingen we de onderstaande oproep van Rabbis for Human Rights; de organisaties die op velen diepe indruk maakte tijdens het bezoek aan Jeruzalem in het kader van onze studiereis. Het is eigenlijk een oproep om donaties, maar wel met een stevig inhoudelijk verhaal waarom die donaties nu nodig zijn. Hieronder een vertaling van het bericht.


Op het moment dat we deze e-mail versturen, bereidt Israël zich voor op verkiezingen. Het valt buiten het mandaat van Rabbis for Human Rights om politieke partijen te ondersteunen, maar onze boodschap is belangrijker dan ooit. Tijdens de campagnes zullen velen zich bedienen van demagogie, terwijl wij ons best zullen blijven doen om onze mede-Israëliërs ertoe te bewegen onze hoogste joodse waarden leidend te laten zijn in het stemhokje, in de wandelgangen van de macht en in het dagelijks leven. Israël staat daadwerkelijk op een kruispunt van wegen.



We hebben jullie genereuze eindejaarsgiften weer nodig om de Israëlische droom levend te houden. Nee, het gaat niet om Israëls fysieke overleven, maar om een rechtvaardig Israël dat onze hoogste joodse waarden naleeft. We staan op een kruispunt van concurrerende waarden. De uitdagingen dienen zich al aan, zeker nu met het toenemend geweld. Maar, juist nu er zoveel op het spel staat, is wanhoop een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.

Het Israëlisch gerechtshof moet binnenkort kiezen tussen onze oproep om de Palestijnen in staat te stellen hun dorpen te kunnen inrichten en het voornemen van de regering om door te gaan met het bouwen van nederzettingen en de huizen van Palestijnen te vernietigen. De nederzettingenbeweging heeft de druk opgevoerd om de wettelijke middelen die wij gebruiken om het land van de Palestijnen te verdedigen om zeep te helpen door alles wat hun ongebreidelde landroof en uitbreidingsdrift hindert uit de weg te ruimen. Binnen Israël denken velen dat de bedoeïenen geen gevaar meer lopen omdat het Begin/Prawer-wetsvoorstel is bevroren, maar de regering gaat in stilte voort op de weg van gedwongen verhuizing en onteigening.

Zullen wij een samenleving zijn dat voldoet aan de eis van de Torah om ook de rechten van niet-joden te respecteren of een samenleving dat door machtsvertoon een exclusieve beheersing van het bijbelse land Israël veiligstelt? We proberen alles te doen wat we met onze beperkt middelen kunnen doen, maar we hebben ondersteuning nodig om het aantal veldwerkers uit te breiden en hun werk te ondersteunen met publiekscampagnes die erop gericht zijn om steeds meer besluitvormers en burgers om te vormen tot mensenrechtenverdedigers.

We bevorderen cruciale onderdelen van wetgeving om te borgen dat elke Israëliër een dak boven zijn of haar hoofd heeft. En het is ons gelukt wat iedereen voor onmogelijk hield: we hebben de Alaluf Commissie ervan weten de overtuigen haar mening te herzien en aanbevelingen over te nemen om de armoede terug te dringen. Nu moeten we ervoor zorgen dat deze aanbevelingen gefinancierd en geïmplementeerd worden. Als samenleving moeten we besluiten of we trouw blijven aan het joods geloof of dat we ons geloof verlaten voor de valse god van het neo-liberalisme. We hebben middelen nodig om ons aan de basis te kunnen organiseren en onze boodschap aan de Knesset over te brengen.

We zijn trotst op ons educatieve werk met Israëlische jongeren (en rabbijn-studenten vanuit het buitenland). Maar tot onze spijt moesten we dit jaar om financiële redenen vier extra ‘pre-diensttijd academies’ sluiten. Er is een toenemende meerderheid die meent dat alles wat een meerderheid besluit ook “democratisch” is. In onze mensenrechteneducatie benadrukken we dat democratie ook bestaat uit wat de meerderheid niet kan doen. Dat is de ultieme test voor joodse soevereiniteit.

We kunnen niet beloven dat we succes hebben op deze verschillende kruispunten, maar we kunnen wel met zekerheid voorspellen wat er gebeurt als we ons werk zouden staken. Bovendien hebben we een aantoonbaar ‘track record’. Het aflopende jaar hebben we geholpen bij het bevriezen van het Begin/Prawer wetsvoorstel, de Palestijnse boeren hun landerijen naast de Nokdim-nederzetting waartoe zij veertien jaar geen toegang hadden terug kunnen geven, een versie van de onafhankelijkheidverklaring voor het Israëlisch leger opgesteld, de Alaluf-commissie van mening laten veranderen en volkshuisvesting op de agenda van de Knesset kunnen zetten. Met jullie hulp, geloven we dat substantiële veranderingen mogelijk zijn.

Om ‘Pirke Avot’ te parafraseren: “De tijd is beperkt; de taak omvangrijk. We moeten niet versagen en de beloning is groot. De Eigenaar van het huis eist het van ons.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen