maandag 13 januari 2014

Oekraïne tussen Europa en Rusland

Het initiatief tot de vandaag gehouden “informatie- en discussie-avond” werd begin december genomen toen de massale protesten in Oekraïne prominent in het nieuws waren. Dat was begin januari inmiddels anders. Als spreekster was de uit Bulgarije afkomstige Margarita Jeliazkova uitgenodigd die op 25 september jl. in het kader van de Vredesweekactiviteit “Vredesactivisme 2.0” een inleiding hield over de, in Nederland vrijwel onopgemerkte, massaprotesten in Bulgarije die ze afsloot met de opmerking dat er op geopolitiek gebied nog veel meer achter stak.


Ze deelde haar inleiding in drie onderdelen in: (1) hoe en waarom de straatprotesten in het nieuws komen en waarom ze er daarna weer uit verdwijnen; (2) een vergelijking tussen de straatprotesten in Oekraïne en Bulgarije, een land buiten en een land binnen de EU; en (3) lessen die wij er als West-Europeanen uit zouden kunnen trekken.

Over het eerste punt was ze aanvankelijk tamelijk kort. Zolang de protesten geweldloos zijn (en dat zijn ze in Bulgarije en Oekraïne voornamelijk) is het voor de media niet interessant. Alleen (gewelds)incidenten, zoals een hard optreden van de politie of met een contrademonstratie halen het nieuws. Aan het eind van haar verhaal zou ze daar nog aan toevoegen dat zodra de media niet kunnen laten zien in simpele schema’s van de goeden tegen de slechten, ze het liever ook niet meer in beeld brengen. Dat mechanisme zie je volgens haar bij Syrië, maar ook in Bulgarije en Oekraïne ligt het allemaal iets minder eenvoudig dan de simpele zwart-wit-schema’s waarmee we de buitenwereld het liefst in kaart proberen te brengen.

De vergelijking tussen de gebeurtenissen in Bulgarije en Oekraïne begon met een aantal overeenkomsten. Beide zijn landen die nu al ruim 20 jaar een transitie doormaken van een communistisch systeem naar een vrije markt economie. Die overgang heeft in beide landen tot veel corruptie geleid. Er staat in beide landen ook veel op het spel; ze hebben beide een grote economische waarde in handen: Oekraïne is zeer rijk aan vruchtbare landbouwgrond en diverse delfstoffen; Bulgarije is een zeer strategisch gelegen doorvoerland (overigens niet alleen voor olie en gas, maar ook voor drugs en mensenhandel). In beide landen heeft een relatief kleine elite zich weten te verrijken en zich ook van de politiek macht meester weten te maken. Zowel Oekraïne als Bulgarije zijn “façade-democratieën”: alle democratische structuren zijn aanwezig, maar van binnen is het hol en in de praktijk is er geen sprake van de een scheiding van machten. De protesten zijn vooral ook tegen deze corruptie gericht en gaan over waarden die als “Europees” worden gezien: een daadwerkelijk functionerende democratie waarin een gekozen regering rekening blijft houden met de bevolking en de stembusuitslag niet beschouwt als een mandaat om vier of vijf jaar lang ongestuurd haar gang te kunnen gaan.

Op basis van vragen ging het vervolgens even over de bevolking. In de ruim 20 jaar van de transitie is in beide landen het inwoneraantal teruggelopen van 9 naar 7 miljoen in Bulgarije en van 50 naar 47 miljoen in Oekraïne. Die terugloop bestaat vooral uit migratie naar West-Europa. Oekraïners zijn daarbij vooral neergestreken in Italië, Frankrijk en Portugal. Zij vormen in die landen een gemeenschap van 6 miljoen Oekraïners die jaarlijks 6 miljard euro naar Oekraïne toesluizen. Een gigantische bron van inkomsten voor het land. Het gaat in beide gevallen (Oekraïne en Bulgarije) zowel om hoger opgeleide als vrijwel ongeschoolde migranten. Er zijn in Nederland bijvoorbeeld heel veel Bulgaren werkzaam in de ICT, maar heel veel anderen doen ongeschoold werk in de land- en tuinbouw. De straatprotesten worden vooral door de jongere, stedelijke middenklasse gevoerd; studenten sloten zich in Bulgarije pas later aan. Op het platteland heeft het protest veel minder en daarvandaan worden veelal de arbeiders uit de grootschalige landbouw en industrie naar de steden vervoerd om tegendemonstraties te houden. In Bulgarije zet de regering daarbij ook de Roma in die ongeveer tien procent van de Bulgaarse bevolking uitmaken en die geld krijgen om aan een tegendemonstratie deel te nemen. Dat de oppositie op haar beurt betaald wordt door o.a. de Soros Foundation, klopt wel, maar de tonnen die naar de oppositie toevloeien staan volgens Jeliazkova in geen verhouding tot de miljoenen die de regering inzet om tegendemonstraties te financieren.

Onder de aanwezigen bevond zich een hoogbejaard maar kras echtpaar uit Hengelo waarvan de man als 15-jarige jongen tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s uit Oekraïne (Lviv, Lvov of Lemburg) naar Duitsland was meegevoerd en na de oorlog, in 1947, in Nederland terecht is gekomen en daar met een Nederlandse trouwde. Als ik het goed begrepen heb is hij in 1992 voor het eerst weer in Oekraïne geweest en komt daar weer regelmatig bij familie en vrienden. Via internet volgt hij het Oekraïense nieuws nauwgezet en in aanvulling op het voorgaande vertelde het volgende:

In Oekraïne speelt namelijk ook nog dat grote delen van het land “gerussificeerd” zijn. Het gaat daarbij om het oosten van het land waar de Donjets-regio ligt waar in de begintijd van de Sovjet-Unie zware industrie op gang kwam die vooral arbeidskrachten uit Rusland aanzoog, Odessa aan de andere kant van het land waar grote scheepswerven eveneens Russische arbeidskrachten aanzogen en de Krim waar de oorspronkelijke Tartaarse bevolking door Stalin naar Siberië werd overgebracht en de Russische nomenclatura hun klimatologisch aangename woongebieden innamen. De partij van de huidige president Janoekowitsj heet de Partij van de Regio’s en het gaat hen om een grotere autonomie voor deze voornamelijk door Russen bewoonde maar voor de economie van Oekraïne wezenlijk belangrijke regio’s. De pro-Europese partijen stellen zich hiertegen teweer, maar het is juist Europa dat de rechten van etnische minderheden op het gebruik van eigen taal ook in het bestuur aan Oekraïne heeft opgelegd.

Over een splitsing van Oekraïne in een Oekraïens en een Russisch deel, was de spreker niet echt bang. Daar is ook Janoekowitsj niet op uit, juist vanwege de verstrengeling tussen politici in zijn partij en hun invloed in de economische sector. Hun machtspositie is in Oekraïne vrij sterk, maar zal in een met de Oekraïense Russische regio’s vergroot Rusland juist heel zwak zijn. De russificering van grote delen van Oekraïne vormt tevens een verklaring voor het sterk Oekraïens nationalisme dat ook wel deel uitmaakt van de huidige oppositie. Het zijn niet allemaal frisse, pro-democratische ideeën die daar de ronde doen.

In reactie op de vraag van iemand die afgelopen december bij de Studium Generale lezing van Marie Thérèse ter Haar over Rusland was, antwoordt Jeliazkova dat de situatie in Rusland volstrekt onvergelijkbaar is. Daarvoor is het land veel te groot en de bevolking veel te divers. Moskou of Petersburg zijn totaal andere werelden dan Siberië. Je zult in Rusland dus niet snel een opstand krijgen die het hele land in beweging zet.

Verder vult ze het zojuist gehouden verhaal nog aan met de constatering dat de bevolking van zowel Oekraïne als Bulgarije erg verdeeld zijn in een oriëntatie op Europa of op Rusland. Dat heeft veel met geschiedenis te maken. Hoewel Bulgarije in Europa ligt, weet de bevolking zich door de Russen bevrijd van de Ottomaanse overheersing. Saillant detail in deze is dat de Russen daar in de negentiende eeuw verschillende veldtochten voor nodig hadden en dat elke keer als ze zich weer terug moesten trekken een deel van de Bulgaarse bevolking die met hen had samengewerkt meetrok naar het toenmalige Russische rijk. Zij vestigden zich in het zuiden van Bessarabië dat thans een autonoom onderdeel is van Oekraïne; in het noorden van Bessarabië ligt de huidige staat Moldavië waarvan de bevolking Roemeens spreekt. Oekraïne is in die zin nooit door de Russen “bevrijd”, maar heeft vooral geleden onder de Stalin-terreur in de jaren ’30 (waarbij 7 tot 10 miljoen Oekraïners de hongerdood stierven door een bewust gecreëerde hongersnood in de “graanschuur van Europa” – het wordt wel “genocide” genoemd), als strijdtoneel van het Oostfront in de Tweede Wereld­oorlog en daar kwam in 1986 Tsjernobyl nog eens overheen. Door deze geschiedenissen hebben de protesten in Oekraïne ook een uitgesproken anti-Russische karakter; in Bulgarije is dat veel minder het geval.

De tweeslachtigheid tussen Oost en West in beide landen blijkt uit het streven van de Oekraïnse oppositie naar aansluiting bij de Europese Unie, terwijl op dit moment in Bulgarije een pro-Russische premier aan de macht is. Rusland speelt in dit geheel een grote rol. De Russische minderheid in Oekraïne is al genoemd; Bulgarije en Oekraïne zijn bovendien beide Slavische landen en derhalve in cultureel opzicht sterk gericht op het grootste Slavische land: Rusland. Maar er spelen ook grote economische belangen waarvan het transport van Russisch gas naar Europa de grootste is. Door haar ligging is Oekraïne het belangrijkste doorvoerland waar de gastransportleidingen liggen, maar vanwege eerdere conflicten is Rusland bezig om een gaspijpleiding om Oekraïne heen over de bodem van de Zwarte Zee aan te leggen die dan in Bulgarije aan land moet komen: South Stream (zoals NorthStream enkele jaren geleden is aangelegd over de bodem van de Oostzee om Polen en de Baltische staten te omzeilen). Jeliazkova wijst erop dat het geen toeval is dat de Oekraïnse regering eind november besloot het associatie-akkoord met de Europese Unie niet te ondertekenen kort nadat de Russische deal met Bulgarije over SouthStream was rondgekomen. Door deze deal was Oekraïne een belangrijke monopolie-troef uit handen geslagen en moest ze het wel op een akkoord met Rusland gooien om haar eigen economie te redden.

Er spelen hier dus ook economische belangen van de EU en op de vraag wie eigenlijk besluit via welke route het gas wordt getransporteerd antwoordde Jeliazkova dat afzonderlijke Europese lidstaten die deal zelf met Rusland en de tussenliggende doorvoerlanden sluiten, Het gaat hier om een miljardenbusiness waar de onderhandelingen keihard gevoerd worden. Dat de politieke strijd in Zuidoost- en Oost-Europa alles te maken hebben met onze West-Europese gasvoorziening zijn we ons veel te weinig bewust als West-Europese burgers. Rusland veel meer. Poetin zou zich ooit hebben laten ontvallen dat Bulgarije het Russische Paard van Troje binnen de Europese Unie is. Er wordt dus gerammeld aan de grenzen van Europa en “wij” zien Bulgaren en Roemenen alleen maar als mensen die “onze” banen komen inpikken.

Wat zouden nu de lessen voor ons in West-Europa kunnen zijn? Jeliazkova meent in ieder geval dat de politieke discussie in Nederland (en andere West-Europese landen?) zich heel sterk richten op koopkrachtplaatjes en of eenieder er niet al te veel als individu op achteruit gaat. In Bulgarije, Oekraïne en heel veel andere landen gaat men de straat niet op voor bevriezing van lonen e.d. maar om zaken als democratie en inspraak die voor ons heel vanzelfsprekend lijken maar bij ons misschien ook wel onder druk staan [ik moest daarbij zelf denken aan de Groningers die op dit moment te hoop lopen tegen de NAM en hun stiefmoederlijke behandeling door Den Haag – JS]. Tijdens de Oranje-revolutie in 2004 in Oekraïne en de protesten in 1997 in Bulgarije ging het om verkiezingsfraude die gepleegd zou zijn; bij de huidige protesten gaat het in beide landen over systeemfouten en over een doorgeschoten liberale economie die geen rekening meer houdt met gewone mensen.

Dat laatste zou ook nog wel eens het voorland voor West-Europa kunnen zijn. De tendensen in Oost- en West-Europa zijn vergelijkbaar, alleen is de situatie in Oost-Europa een uitvergroting van wat hier in West-Europa nog onder de oppervlakte blijft. De Russische propaganda speelt hier ook op in en stelt “beste mensen in Oekraïne, zie wat in Bulgarije is gebeurd na het lidmaatschap van de EU; dat staat jullie te zijner tijd ook te wachten”. En heel veel mensen in Bulgarije zijn ook teleurgesteld in wat het EU-lidmaatschap hen aan economische voorspoed heeft gebracht. Ze hadden het paradijs verwacht en nu blijkt de machtselite zichzelf vooral verrijkt te hebben met Europese hulpgelden. Er is inderdaad teleurstelling in het Westen, maar tegelijkertijd wil men niet terug naar een vorm van dictatuur.

De constatering dat in Zuidoost-Europa de systeemfouten zichtbaar worden die in West-Europa vooralsnog onder de oppervlakte blijven zou een belangrijke reden kunnen zijn dat onze politici liever niet hebben dat de oorzaken van de opstanden daar hier breed uit worden gemeten. Het past ook niet in het heersende frame van een Zuidoost-Europese bevolking die dom en volgzaam is en alleen maar profiteert van het EU-lidmaatschap. Europa onderneemt geen enkele actie tegen de corruptie en versterkt dit fenomeen in feite zelfs (ongetwijfeld onbedoeld) door de associatie-akkoorden die met de buurlanden ten oosten en ten zuiden van de EU worden afgesloten en waarvan vooral de economisch machtigen profiteren. Ook hebben veel Europese politieke partijen een geestverwanten in Oost-Europa veel te hard nodig voor de partijpolitieke machtsstrijd die straks na de verkiezingen van het Europees Parlement weer zal uitbreken over de functies in het Parlement en in de Europese Commissie. Zo is de door-en-door-corruptie premier van Bulgarije voorzitter van de Partij van Europese Socialisten waarbij onze Partij van de Arbeid is aangesloten.

Haar slotoproep aan de verzamelde menigte luidt: Laat met elkaar zien dat de wereld groter is dan al die kleine deelbelangetjes.

Waar Margarita Jeliazkova de situatie en de wensen van de bevolking van Oekraïne en Bulgarije als vertrekpunt van haar verhaal nam, bleek een aantal aanwezigen vooral ook geïnteresseerd te zijn in de mondiale machtsstrijd tussen de Verenigde Staten (de NAVO), Rusland en China die zich ook in deze regio afspeelde en waarin de bevolking, maar ook de vredesbeweging zich als instrument liet gebruiken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen