donderdag 10 maart 2016

Rechtsstaat en vluchtelingenproblematiek

Naar aanleiding van een opinie-artikel, vorige maand in de Twentsche Courant Tubantia, organiseerde Enschede voor Vrede vanavond een bijeenkomst met oud-wethouder Dick Buursink over “rechtsstaat en vluchtelingenproblematiek”. Oftewel: hoe de onvrede over het vluchtelingenbeleid ertoe leidt dat de rechtsstaat van diverse kanten wordt uitgehold en onder druk staat.


Buursink herinnerde zijn gehoor er aan hoe Enschede één van de eerste steden in Nederland was waar het verzet tegen de vestiging van een asielzoekerscentrum grotere vorm aannam. Dat is gedeeltelijk op het conto van het gemeentebestuurs te schrijven. Volgens Buursink had het college in mei 2014 al een besluit genomen over de locatie, maar wilde de waarnemend burgemeester, Fred de Graaf, het naar buiten brengen van het besluit liever aan zijn opvolger laten die in september zou aantreden. De openbaarmaking van het besluit viel echter precies in de periode dat De Graaf vertrokken was en zijn opvolger, Onno van Veldhuizen, nog niet was geïnstalleerd. Er was op het moment supreme dus geen burgemeester die voor het besluit kon gaan staan. Daarmee heeft het gemeentebestuur zelf een flink aandeel in de oorzaak van de huidige problematiek.

Dat neemt niet weg dat er sindsdien door de tegenstanders van het AZC acties zijn ondernomen die absoluut niet door de beugel kunnen. Verontrustender is nog de enorme volkswoede die hiermee gepaard gaat en die zich zo fel tegen de vluchtelingen keert die vorig jaar nog als slachtoffers van een vreselijke oorlog werden gezien.

In het boek “Vrouw” van de Noorse schrijver Karl Knausgård staat een essay over het leven van Hitler. Daarin geeft Knausgård, volgens Buursink, een goede analyse van hoe een onbeduidend mannetje in staat was een heel volk op sleeptouw te nemen. Van politiek maakte hij een soort religie: het ging in de politiek niet meer om het uitwisselen van argumenten, maar enkel nog maar om het standpunt voor of tegen. En dan kun je maar beter het goede standpunt hebben, want met een afwijkende mening of afwijkende achtergrond hoorde je er niet meer bij. Dan ben je niet vaderlandslievend genoeg en gelden de beschermende wetten van het land niet meer voor jou.

Deze analyse komt angstwekkend overeen met wat er thans gaande is. In Dolphia durft niemand meer een afwijkende mening te hebben. Mensen worden geïntimideerd.

De komst van vluchtelingen naar ons land hoeft op zich geen probleem te zijn, maar is dat wel geworden. Een probleem namelijk van draagvlak. De angst regeert en het volk verlangt dat de overheid maatregelen neemt die in strijd zijn met de grondwet en met internationale verdragen. En ook dat doet weer sterk denken aan de onrust in de jaren ’30, aldus Buursink.

De roep om de vrijheid van mensen te beperken en de rechtsstaat uit te hollen, wordt nu overal gehoord. Met het bekende gedicht van Martin Niemöller, hoe de ene na de ander groep uit de samenleving werd verwijderd en dat er uiteindelijk niemand meer was overgebleven om voor mij op te komen toen ze voor mij waren, maakt de feitelijk duidelijk dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor het functioneren van onze rechtsstaat. En deze staat onder druk. Niet alleen door de intimidaties en het gedrag van de fanatieke tegenstanders van de toelating en opvang van vluchtelingen, maar ook door de overheid zelf.

Zo heerst in Frankrijk, meer dan drie maanden na de aanslagen van 13 november 2015, nog steeds de noodtoestand en is de Grondwet buiten werking gesteld. Iedereen kan zomaar worden opgepakt en vastgezet. Dat gaat heel ver. Voor de eerste dagen na die aanslagen kun je je er nog iets bij voorstellen, maar drie maanden later …

In het weekblad “360”, waarin berichten uit verschillende buitenlandse media worden samengebracht die niet in de reguliere Nederlandse media verschijen, wijst een hoogleraar op drie ontwikkelingen die thans gaande zijn en zich ook over Nederland kunnen uitbreiden (als ze dat al niet doen):

1. De inperking van de rechten van individuen. Dit is in andere landen (Hongarije, Polen, Frankrijk, Rusland en Turkije) volop gaande en wordt al bijna normaal gevonden.

2. Politieke besluitvorming die door de economie wordt gedicteerd (stuurt de politiek de banken of sturen de banken de politiek?) Alles wordt opgeofferd om de economie waar aan te jagen.

3. Het afkalven van de belangstelling en waardering voor de politiek waardoor onze respresentatieve democratie onderuit wordt gehaald. Er wordt met dédain over gesproken en het oordeel is steevast dat “ze niet doen wat ik vind”.

Dat laatste is in de ogen van Buursink het meest interessant. Want wat kunnen wij daaraan doen?

Daarmee opent hij de discussie.

Gevraagd wordt of die drie ontwikkelingen wel los van elkaar staan. Is de afkeer van de politiek niet mede het gevolg van het feit dat economische globalisering en het op moeten offeren van burgerrechten aan de veiligheid als een autonome ontwikkelingen worden gezien waar je toch niets aan kunt doen in plaats van als politieke keuzes?

Buursink wijst erop dat er in Amerika wel een onderstroom is die hier heel kritisch over is, zoals de opkomst van Bernie Sanders als serieuze uitdager van de gedoodverfde Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton en destijds de Occupy beweging. De laatste was te weinig gestructureerd, maar maakt wel duidelijk dat mensen het niet meer pikken. Eén van de aanwezigen heeft een tijd in Amerika gewoond en bevestigt dat die ontwikkeling daar veel sterker is dan wij hier weten. Onze media negeren het ook. De discussie die daar plaatsvindt, ontbreekt hier ten ene male.

Buursink roept op om deze dan zelf te organiseren. Maar als hem wordt gevraagd hoe het met de “linkse beweging” in Nederland is gesteld, verzucht hij dat deze niet meer bestaat. Als je een “beweging” wil zien, dan moet je kijken hoe Wilders het aanpakt.

Er wordt weer een vergelijking met Amerika gemaakt, waar sociale gemeenschappen als kerken en andere groepen waar mensen toe kunnen behoren veel belangrijker zijn dan in Nederland. In die gemeenschappen vinden de politieke discussies plaats en mensen horen daarbij omdat die gemeenschappen ook een sociaal vangnet zijn. Buursink geeft toe dat die sociale zorg in Nederland in de vorige eeuw naar de overheid is overheveld. Hem wordt voorgehouden dat een deel van de huidige onvrede op dit moment ook wordt veroorzaakt door het terugtrekken van die overheid uit die sociale zorg waardoor mensen – zoals die in Dolphia – zich verweesd voelen.

Buursink erkent dat je het verzet vanuit Dolphia inderdaad kunt zien als een vorm van politieke burgerparticipatie. Daar zouden wij een andere vorm van burgerparticipatie tegenover kunnen zetten. Waarom nemen we geen initiatieven om zelf meer vluchtelingen op te vangen? Met elkaar zou je een aantal huizen kunnen kopen of huren om daar vluchtelingen in onder te brengen.

Na de pauze keren we van de vluchtelingen terug naar het thema rechtsstaat en de uitholling ervan. Politici worden belaagd, maar tegelijkertijd probeert de gemeente ook het recht op manifestaties in te perken, met een beroep op de openbare veiligheid. Afgekondigde noodverordeningen worden nauwelijks in de gemeenteraad besproken, terwijl dat wel zou moeten. Buursink roept de aanwezigen op om hierover een politiek debat te organiseren en de gemeenteraad te vragen “wat betekent de grondwet voor onze burgers in deze stad”. Hij neemt waar dat het Stadhuis in toenemende mate een vesting is geworden in plaats van een huis van de burgers voor het democratische, politieke debat. Het gemeentebestuur lijkt zich te hebben opgesloten in een burcht, maar in plaats daarvan zouden ze weer benaderbaar moeten zijn en de wijk in moeten gaan. Maar ook als burger moeten we actiever worden en onze ruimte weer terug eisen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen