vrijdag 29 augustus 2014

Timmermans steekt kop in het zand

Vandaag verscheen de onderstaande ingezonden brief van Aziz Beth Aho, voorzitter van de Aramese Beweging voor Mensenrechten, in het onafhankelijke weekblad voor Twente, de Roskam.


Het past een onafhankelijk weekblad voor Twente om het antwoord van PvdA-minister Timmermans op een gezamenlijke open brief van vier partijgenoten die vooral actief zijn (geweest) in de Twentse politiek integraal af te drukken (Roskam 22 augustus 2014). En terecht heeft de redactie de meest merkwaardige zin uit dit antwoord er als kop boven gezet: “Vaststelling van genocide is voorbehouden aan de rechter”.


Het lijkt er op alsof Timmermans het hierbij al wil hebben over de mogelijke berechting van de individuele daders achteraf door het Internationaal Strafhof of een speciaal Tribunaal zoals dat ook naar aanleiding van Joegoslavië en Rwanda is ingesteld. Maar dat is pas achteraf en zover is het nog niet. Op dit moment is het zaak om de plaatsvindende genocide te stoppen en, zoals de minister zelf aangeeft, verdere escalatie te voorkomen. Daartoe heeft de internationale gemeenschap zich verplicht in het Genocide-verdrag van 1948 en nog recenter in VN-Veiligheidsraad-resolutie 1674 om de burgerbevolking te beschermen bij tegen hen gewapende conflicten. Twee belangrijke fundamenten van het internationaal dat Nederland volgens haar eigen Grondwet verplicht is te bevorderen.

De vaststelling dat sprake is van genocide is logischerwijze geen zaak van de rechter maar van de VN-Veiligheidsraad die het woord “genocide” overigens in de op 15 augustus jl. aangenomen resolutie 2170 over ISIS ook niet in de mond neemt. Ondanks het feit dat de verantwoordelijke regeringsleden van drie van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad in het openbaar al wel over genocide hebben gehad, namelijk de Amerikaanse president Obama, de Britse premier Cameron en de Franse minister van Buitenlandse Zaken Fabius.

Dat de VN-Veiligheidsraad de zich voltrekkende genocide niet bij de naam wil noemen, vormt een treffende illustratie van de kritiek die Navi Pillay deze dagen op de VN-Veiligheidsraad leverde bij haar afscheid als Hoge Commissaris voor de Mensenrechten. Ze verweet de VN-Veiligheidsraad “korte-termijn geopolitieke overwegingen en bekrompen gedefinieerd nationaal belang herhaaldelijk voorrang te geven boven ondraaglijk menselijk lijden en ernstige schendingen of bedreiging van internationale vrede en veiligheid”. De Veiligheidsraad zou volgens haar in een vroeger stadium moeten waarschuwen voor dreigende humanitaire crises, die laten onderzoeken en naties erop aanspreken.

Navi Pillay weet waar ze het over heeft: voordat ze in 2008 Hoge Commissaris voor de Mensenrechten werd, was ze rechter bij het Rwanda Tribunaal en bij het Internationaal Strafhof. Toen bijna 20 jaar geleden de genocide in Rwanda begon, stak de VN-Veiligheidsraad de kop in het zand en trok een reeds aanwezige VN-macht zelfs uit het land terug. Ook inzake Joegoslavië, door genocide (aldus PvdA-minister Pronk) in Srebrenica een zeer gevoelig punt voor de Nederlandse politiek, schoot de VN ernstig te kort en tijdens de Armeense Genocide, bijna 100 jaar geleden, kwam de toenmalige internationale gemeenschap ook niet veel verder dan haar afschuw uit te spreken en humanitaire hulp te geven aan ontheemde Armeniërs. Precies datgene waartoe ook minister Timmermans zich wil beperken, blijkens zijn antwoordbrief in de Roskam van vorige week.

Het is geen geheim dat minister Timmermans bezig is om Nederland binnenkort weer een tijdelijke zetel in de VN-Veiligheidsraad te bezorgen. Met zijn indrukwekkende toespraak in de VN-Veiligheidsraad over de – grotendeels Nederlandse –slachtoffers van het neergehaald worden van vlucht MH17 zette de minister deze kandidatuur kracht bij. Het zou de minister sieren als hij de gewoonte van de Veiligheidsraad in het geval van genocide de kop in het zand te steken zou willen doorbreken in plaats van zich hieraan te conformeren zoals hij thans lijkt te doen. Minister Timmermans is niet alleen de minister van Buitenlandse Zaken van autochtone Nederlanders met familieleden en kennissen onder slachtoffers onder de MH17-passagiers, maar ook van ons: Nederlanders die afkomstig zijn uit het Midden-Oosten, nu volop deel uitmaken van het Nederlandse Oosten maar familieleden en kennissen hebben onder de slachtoffers van ISIS.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen